Buiten de tango dansen is gewoon beter

Dansen Tangosalons in de openlucht zijn er in de zomer volop. „Het is iets magisch. Als we beginnen, hebben we binnen de kortste keren honderd mensen om ons heen.”

De tangolessen in het Amsterdamse Oosterpark zijn gratis. Iedereen die de basisstappen kent kan aansluiten. Foto Olivier Middendorp

De Argentijnse tango begint met oogcontact. Een man vraagt een vrouw niet zomaar ten dans. Dan voelt zij zich misschien verplicht om ja te zeggen terwijl ze nee denkt, of moet ze hem heel onbeleefd recht in zijn gezicht afwijzen. Dansers die aan de kant zitten, kijken eerst in het rond naar andere dansers die aan de kant zitten. De man heeft de taak om de blik te vangen van de vrouw met wie hij wil dansen. Wordt zijn blik genegeerd, dan heeft hij een blauwtje gelopen. Kijkt ze terug en geeft ze een knikje of een andere positieve reactie, dan mag hij haar naar de dansvloer begeleiden.

Het is zondagmiddag en in de muziekkoepel in het Amsterdamse Oosterpark wordt druk rondgekeken. In het midden dansen slanke dames op hoge hakken dicht tegen hun danspartners aan, op bankjes aan de zijkant zitten de nieuwkomers die wachten tot er wordt gewisseld. In de zomermaanden worden er elke dag Argentijnse tangosalons in de openlucht georganiseerd. Niet alleen in muziekkoepels, maar ook op pleintjes en naast rivieren en kanalen. De echte liefhebbers kijken elke week op tangokalender.nl om te zien naar welke stad ze moeten om in de buitenlucht te kunnen dansen.

Buiten dansen is van de laatste jaren, zegt organisator Arjan Sikking, mede-eigenaar van dansschool Tango Argentino Amsterdam. „Dansers vinden het fijn om in de frisse lucht te zijn, en voor de omstanders is het iets magisch. Als we beginnen te dansen, hebben we binnen de kortste keren honderd mensen om ons heen.” Het zal ermee te maken hebben dat de Argentijnse tango een intieme dans is, zegt Sikking. „Je danst in een omhelzing, met de bovenlichamen tegen elkaar aan, anders dan in de ballroomtango waarbij je snelle hoofdbewegingen maakt en de afstand tussen de bovenlichamen groot is.”

Tango is een romance van een kwartier. Je geeft jezelf aan iemand; maar er is geen gesodemieter achteraf

Pieter van Gendt, danser

Tango in het Oosterpark is gratis. Iedereen die de basisstappen kent kan aansluiten, zegt Sikking: „Het kost ons geld, maar het is mooie reclame voor de Argentijnse tango en onze tangoschool.”

Elly Fritz (66), buurtbewoner en liefhebber van het Oosterpark, had Sikking gevraagd of hij de salon wilde organiseren. „Ik kwam op het idee toen ik met mijn vriendin in Parijs was en zag hoe in de muziekkoepel van Jardin de Luxembourg de tango werd gedanst. Zelf beheers ik de tango niet, ik heb een spastische hand, maar het was heel mooi om het plezier van de dansers te zien.”

Dansen in de natuur

Met gesloten ogen dansen de vrouwen in de koepel op de klanken van de viool, bandoneon en contrabas, sommigen met hun wang tegen die van hun danspartner aangedrukt. „Tango is een romance van een kwartier”, zegt danser Pieter van Gendt (69). „Je geeft jezelf aan iemand; maar er is geen gesodemieter achteraf.” Zelf heeft hij „vier of vijf” vaste danspartners in de koepel rondlopen. „Toen het uit was met mijn vriendin ben ik op tango gegaan om onder de vrouwen te zijn. Ik kon helemaal niet dansen, maar het bleek de verrassing van mijn leven. Ik dans minstens drie keer per week. Buitensalons vind ik speciaal omdat je in de natuur danst.”

Foto Olivier Middendorp

Kiki Heilbron (66), rood jurkje, paarse hakken, danst „overal” de tango, zegt ze. Toen ze tien jaar geleden in scheiding lag, vertrok ze een maand naar Buenos Aires om het van de maestro’s daar te leren. Een spannende tijd, zegt ze, en nu is ze verslaafd. Maar de locatie van vandaag is niet haar favoriet, zegt ze. De vloer is van stroef beton, waardoor ze niet goed kan draaien, en de muziek is „wat ouderwets”. Het liefst danst ze bij de Waterlelie in Leiden. „Een prachtige grote koepel aan het water waar iedereen samenkomt. Mensen komen van ver en gaan er zelfs in de buurt kamperen. Heel gezellig.”

Rond de koepel in het Oosterpark verzamelen zich steeds meer toeschouwers, onder wie Aika van der Kleij (46): „Mijn zus danst hier vaak. Normaal gesproken mag ik niet langskomen. Voelt ze zich bekeken. Maar ze is nu op vakantie. Dus toen ik toevallig langsliep, dacht ik: ik pak mijn kans. Zelf ben ik geen tangodanser. Dat wilde mijn zus niet. Op haar aanraden heb ik me net voor salsa ingeschreven.”

Fleur Burghard (25) en haar vriend zitten op hetzelfde bankje en dansen eveneens de salsa, zeggen ze: „Het is altijd leuk om mensen te zien dansen. Deze dans ziet er wel ingewikkelder uit. En veel formeler. Het lijkt een wit, ouder en hoogopgeleid publiek aan te trekken. Dat is bij ons wel anders. Veel gemengder.”

De pasjes van de tango voor de leider.
De pasjes van de tango voor de volger.
Hoe dans je ook alweer de Argentijnse tango? Links de pasjes voor de leider, rechts voor de volger.
Illustraties studio NRC

Is de Argentijnse tango elitair? Dat was het oorspronkelijk niet, zegt Sikking. „In de jaren veertig, de gouden jaren, danste vooral de arme middenklasse in Argentinië de tango. Het was een dans voor het volk en werd vaak op verharde sportvelden gedanst. Vanaf eind jaren tachtig werd de tango ook in het buitenland ontdekt, dankzij de dansshow Tango Argentino, dat succes had in steden als New York, Parijs en Berlijn. In Argentinië dachten ze toen: ‘Wacht eens: dit is onze dans’, en zijn het toen opnieuw gaan dansen. De muziekkoepel van Buenos Aires is sinds twintig jaar dé buitenplek voor ‘salón de tango’. ”

‘Tangodansers zijn paradijsvogels’

Amsterdammer Harry Sablerolle (84) is vandaag de oudste danser in het Oosterpark. „Ik dans de tango sinds 1998. Daarvoor heb ik gevolksdanst. Alle dansen zijn leuk, zelfs de polonaise. Je laat je sores varen. Toen ik laatst mijn broer opzocht, hij heeft korsakov, ben ik die avond gelijk naar een salon gegaan.” Sablerolle zou graag een vrouw van zijn leeftijd tegenkomen, zegt hij. „Helaas zijn ze hier niet ouder dan zeventig.” Hij heeft wel zijn best gedaan om een outfit uit te zoeken. Vandaar de wollen grijze broek. Een beetje te warm, erkent hij. „Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden.”

Foto Olivier Middendorp

Vinden de dansers het leuk om bekeken te worden? „Tangodansers zijn paradijsvogels”, zegt Hans Martin (51) uit Deventer. „Je wilt gezien worden. Ik ook. Dat ga ik niet ontkennen. Maar het gaat uiteindelijk om het contact met elkaar. Samen dansen vult je hart. Ik vind het een fijne manier om de zondagmiddag door te brengen. Weer eens wat anders dan een wandeling met de schoonfamilie of Studio Sport kijken.” Jammer aan buitensalons is dat je „alles ziet”, zegt hij. „Binnen kan je intiemer dansen. Of ik weleens een blauwtje heb gelopen? Tuurlijk schat. Dat hoort erbij.”

Martin raakt afgeleid. „Kijk, daar zit een mooie dame. Trots als een leeuw. Prachtig. Even kijken of het oogtrucje werkt.” Hij zet grote ogen op en trekt zijn wenkbrauwen omhoog. „O jee, ik keek te direct. Nee, toch niet. Ze zwaait naar me. Ik ben ervandoor.”

Correctie (31 augustus 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd organisator Arjan Sikking meermaals foutief Arjan Sikkens genoemd. Dit is hierboven hersteld.

    • Manouk van Egmond