Van baan wisselen? Doe het nú

Arbeidsmarkt Er staat een recordaantal vacatures open. Hét moment dus om uitdagender werk te zoeken, of een hoger salaris te vragen.

Foto Getty Images/ iStock

Meer dan een kwart miljoen vacatures zijn er nu – meer nog dan het recordaantal van vóór de crisis, eind 2007. Ze zijn bovendien, liet uitkeringsinstantie UWV deze week weten, steeds moeilijker te vervullen. Een uitgelezen kans dus om een ingedommelde carrière een boost te geven. Genoegen nemen met saai werk, een te laag salaris of weinig waardering van de baas: voor de baanzekerheid is het lang niet altijd meer nodig. Zeker niet voor mensen die werken, of willen gaan werken, in een sector met grote personeelstekorten, zoals de handel (49.600 vacatures) of de zakelijke dienstverlening (41.200 vacatures).

En dat gebeurt ook: werkenden gaan echt flink zoeken als ze denken dat ze elders verbetering kunnen krijgen, zegt Andries de Grip, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit Maastricht. In slechtere economische tijden blijven mensen zitten, bij hoogconjunctuur veranderen ze vaker van baan. Vorig jaar gold dat voor 937.000 mensen, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), van wie ruim 70 procent overstapte naar een andere ‘beroepsklasse’ – van een pedagogische baan naar een zorgberoep bijvoorbeeld.

Er is meer te kiezen, en het risico van een tijdelijk contract is minder groot. Wie van baan wisselt, wordt in eerste instantie immers vaak aangenomen op een tijdelijke aanstelling. Door dat wisselen ontstaan vervolgens ook „vacatureketens”, zegt De Grip. Een zelfversterkend effect, waarbij elke oude baan van een vertrekkende werknemer weer leidt tot een nieuwe vacature. Een „hoop gedoe” voor werkgevers, maar gunstig voor mensen die vastzitten in een baan waarmee ze niet tevreden zijn.

Op zoek naar leuker werk

Aanpakken dus, die eventuele onvrede met werk. Te beginnen met het salaris. Voor een deel gaat dat vanzelf: in tijden van krapte op de arbeidsmarkt stijgen de gemiddelde lonen. Afgelopen juli stegen de gemiddelde loonafspraken in cao’s met 2,26 procent, volgens cijfers van werkgeversorganisatie AWVN. Nog niet erg veel, maar Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, vermoedt dat de lonen nog verder zullen stijgen. Er zit wat vertraging in de loonstijgingen, omdat die één- of tweejaarlijks in cao’s worden vastgelegd.

Maar als werknemer kun je zélf ook wat doen. Wie niet van baan wil veranderen, heeft nu evengoed een sterkere onderhandelingspositie bij zijn huidige werkgever. Het is een ideaal moment om de baas om salarisverhoging te vragen. Als die het al niet uit zichzelf doet. Hoe vaak dat laatste voorkomt, is volgens De Beer nooit onderzocht, maar „je mag wel aannemen dat werkgevers hun personeel weer meer geld bieden om te voorkomen dat mensen weglopen”.

Dat doen ze in ieder geval ook als het eigen personeel nieuw personeel weet aan te dragen. ‘Jouw tip voor een gouden kandidaat is 1.000 euro waard!’, staat bijvoorbeeld op de website van staalbedrijf Tata Steel. Chipfabrikant ASML biedt hetzelfde, naast (aldus de website) ‘zeer competitieve compensatie- en voordeelpakketten om de beste mensen aan te trekken en te behouden’.

Maar een hoger salaris is niet altijd het belangrijkste motief. Het huidige recordaantal vacatures is óók een goede kans om leuker en uitdagender werk te vinden. Voor de werkgevers liggen daar bovendien meer kansen om hun personeelstekort op te lossen, want bij het verhogen van lonen lopen ze een groot risico dat de concurrentie dat óók gaat doen. Waarbij ze uiteindelijk meer geld kwijt zijn, zegt De Grip, maar niet gemakkelijker mensen kunnen krijgen.

Een beter, en steeds vaker toegepast middel is het omzetten van tijdelijke contracten in vaste banen. Het aantal werknemers met een vast contract stijgt volgens het CBS momenteel harder dan het aantal mensen met een tijdelijk contract. Voordeel voor de werkgever is dat mensen minder snel vertrekken met een vast contract.

Goede secundaire arbeidsvoorwaarden en het voorspiegelen van doorgroeimogelijkheden werken ook, zegt De Grip. Biedt een werkgever dat niet, dan adviseert De Grip om juist nu verder te kijken. „We moeten veel langer doorwerken dan we tien jaar geleden nog dachten, en veel functies zijn moeilijk vol te houden tot je zeventigste. Kun je je niet ontwikkelen bij je werkgever, dan loop je het risico dat je op je vijftigste op een zijspoor belandt.”

Eigen schuld

In opkomst is ook, in steden met hoge woningnood, het werven van personeel door ze een woning aan te bieden. De gemeente Amsterdam probeert op die manier bijvoorbeeld het groeiende lerarentekort aan te pakken. Maar „de werkgevers hebben de huidige krapte ook aan zichzelf te wijten”, zegt De Beer. De bouwsector bijvoorbeeld, waar momenteel een gebrek aan bouwvakkers heerst. „Tijdens de crisis zijn er 100.000 banen in de bouwsector verloren gegaan, dat is een kwart van de werkgelegenheid in de bouw. Al die mensen moeten nog ergens in Nederland rondlopen.” Als bouwbedrijven hen niet weten te vinden, zegt hij, ligt dat aan henzelf. „Misschien betalen ze niet voldoende. Of zijn mensen wantrouwend geworden doordat er in die sector in korte tijd veel banen zijn verdwenen. Ze nemen het risico niet dat ze in een volgende crisis wéér hun baan verliezen.” De Beer vermoedt dat een deel daarom naar aanpalende sectoren als de techniek zijn vertrokken.

Verkeerde prognoses van de arbeidsmarkt en voorgenomen bezuinigingen hebben personeelstekorten in de hand gewerkt. Hoe de overheid de personeelstekorten heeft laten oplopen

Werkgevers moeten volgens De Beer nadenken over een personeelsbeleid waarmee zo’n groot tekort de volgende keer voorkomen wordt. Want „de kans op een nieuwe crisis over een paar jaar is redelijk groot”. Werkgevers, maar ook de overheid, moeten ophouden met het cyclische beleid van meer uitgeven in goede tijden en bezuinigen in slechte tijden, zodat ook in die slechte tijden kan worden doorgegaan met scholingsprogramma’s, trainingen, werkervaringsplekken en stageplaatsen. „Juist als het slecht gaat, moet je dat soort dingen als werkgever aanbieden. Niet gaan zitten wachten tot de crisis voorbij is en dan constateren dat er te weinig mensen zijn. Dan ben je te laat.”

    • Anne Dohmen