Kunstenaar Ryoji Ikeda maakt big data zichtbaar (en dansbaar)

Cultuur op komst

Ryoji Ikeda maakt dit najaar van het EYE Filmmuseum een gigantische sculptuur van licht en geluid.

Ryoji Ikeda, The Radar (2014) Foto FanShiSan

Data.flux, data.scape, data.path, data.tron, data.matrix, data.scan. Dat zijn de titels van een aantal van de werken die de Japanse licht- en geluidskunstenaar Ryoji Ikeda (1966) sinds ongeveer 2005 onder de grotere noemer van zijn datamatics-serie maakt. Zo achter elkaar lijkt het wel een ritmisch en repetitief klankgedicht vol datafascinaties.

Dat we in de tijd van big data leven is wel duidelijk. En dat kunstenaars zich daardoor laten inspireren ook. We verzamelen, produceren en delen met z’n allen meer informatie dan we ooit nog terug kunnen zien. We verdrinken bijna in die zee van digitale gegevens, waarmee we betekenis aan ons eigen leven proberen te geven, en tegelijkertijd de betekenis van het leven in het algemeen proberen te doorgronden. Bovendien zijn die data onze belangrijkste handelswaar.

Maar wat denken de bedrijven en ook overheden nou precies uit al die bestanden te kunnen lezen? Dat is een van de vragen die Ikeda in zijn werk stelt. Hij gebruikt code, en software, maar ook de ‘glitches’, de kleine kortsluitingen in het systeem, om hypnotiserende en immersieve kunstwerken van een angstaanjagende schoonheid te maken. Ze brengen je in een geestverruimende trance. Drugs zonder drugs. En zo zet hij de ‘doors of perception’ van de 21ste eeuw open.

Na de Hongaarse filmmaker Béla Tarr, de Thaise filmregisseur en beeldend kunstenaar Apichatpong Weerasethakul, de Deense videokunstenaar Jesper Just en deze zomer nog Alex van Warmerdam is Ikeda de volgende die de expositieruimte van het EYE Filmmuseum in Amsterdam naar zijn hand zet. Tot begin december zijn daar zeven nieuwe en oude werken te zien, aangepast en gemaakt voor de locatie.

Ikeda’s werk is overweldigend, vaak interactief en altijd fotogeniek. Hij geeft je het gevoel dat je in de titelsequentie met vallende letters van The Matrix verdwaald bent geraakt. Watervallen van datavisualisaties scrollen voorbij als stroboscoopflitsen. En zelf ben je slechts een deeltje in dat geheel. Ben je een nul? Of een één?

Wind

Die mix van popcultuur en abstractie kenmerkt zijn werk al vanaf het begin. Ikeda begon als DJ en componist. In een zeldzaam interview over zijn werk in de catalogus die het Parijse Centre Pompidou deze zomer uitbracht naar aanleiding van twee andere nieuwe giga-werken (A [continuum] en code.verse, beide uit 2018) vertelt hij dat hij evenzeer is beïnvloed door de punk en elektronische muziek uit de jaren zeventig en tachtig, als door de clubcultuur van de jaren negentig, toen DJ’s en VJ’s met licht, geluid en beeld begonnen te experimenteren. Hij luisterde naar de Sex Pistols en de Ramones, maar ook naar stukken van Karlheinz Stockhausen en Iannis Xenakis die de Japanse componist Ryuichi Sakamoto destijds in zijn radioshow liet horen. Hij raakte geïnteresseerd in non-geluiden: sinusgolven en witte ruis, sindsdien de basis van bijna al zijn composities.

Ryoji Ikeda, data.scan (2009)

Ikeda’s zoektocht naar de basiselementen van geluid, en later licht, brachten hem vanzelf bij wetenschappers en filosofen die zich met dezelfde vragen bezighielden, en toen was de stap naar de nullen en enen van de digitale wereld niet meer zo groot.

Zijn werk is verwant aan dat van andere big-data-kunstenaars als Fernanda Viégas en Martin Wattenberg die met hun real time Wind Map (online te zien op hint.fm/wind) alle windstromingen boven de Verenigde Staten in een beeld proberen te vangen. Of de Flight Patterns van Aaron Koblin, waarin alle vliegbewegingen boven de VS in een 60 seconden durende video zijn samengebracht. Het levert fascinerend golvende plattegronden op. Maar de Wind Map laat je ook fantaseren over de vraag hoe wind er eigenlijk uitziet? Hoe je het onzichtbare zichtbaar kunt maken? Of je ooit kunt begrijpen hoeveel dingen er tegelijkertijd gebeuren?

Hightech-raveparty

De wetenschappelijke precisie waarmee Ikeda zijn werken conceptualiseert en componeert resulteert in associatiekunst. Er is niet een betekenis. Er is een ervaring en een waaier van mogelijkheden. Vaak weet je niet eens waar je precies naar kijkt en luistert. De ene keer gebruikt hij datascans van het menselijk lichaam, de andere keer van de verste sterren. Het kleine en het grote zijn voor hem onlosmakelijk verbonden. Een van de nieuwe werken in EYE, point of no return, moet bijvoorbeeld het midden gaan houden tussen een zwart gat en een zonsverduistering. Een nieuwe versie van the radar combineert zowel microscopische als telescopische beelden.

Het werk is meestal hard en groot. Zeker op het eerste gezicht. Al zijn er in EYE ook een aantal kleinere en intiemere werken te zien, zoals 4’33″ [black], zijn hommage aan John Cage’s ‘stille’ muziekstuk 4’33″: vier minuten en drieëndertig seconden ingelijste celluloidfilm. Data.gram is een nieuwe vloerprojectie in de datamatics-reeks, een iets bescheidener versie van zijn mega-installatie test pattern [no 13] die vorig jaar december in een van de gigantische hallen van La Villette in Parijs stond. Dat was een tientallen meterslange catwalk in een pikdonkere ruimte waarop in noodtempo barcode-achtige patronen voorbijflitsten. Geen kunstwerk om bij te staan en naar te kijken. Eerder een hightech-raveparty. De bezoekers werden uitgenodigd hun schoenen uit te doen, er overheen te lopen, erop te zitten of te liggen, of zelfs te dansen in de stroboscoopflitsen die door de streepjescodes werden veroorzaakt, begeleid door een minimalistisch soundscape van aanzwellend tonen en ruis. Met onvaste tred, want die voorbij rollende streeppatronen waren duizeligmakend. Bovendien voegden de toeschouwers er nog hun eigen lichtpatronen aan toe: het oplichten van hun smartphones. In de hoop iets van die eindeloze stroom van codes vast te leggen. Ikeda’s op-art 2.0-installaties zijn geknipt voor Instagram. Maar de ironie van de situatie was natuurlijk ook dat je zo van jezelf een zelfscannend product maakt. En een kunstwerk. Bij Ikeda ben je een nul én een één.

    • Dana Linssen