rapper Winston ‘Winne’ Bergwijn

Foto Don Crusio

Rapper Winne: ‘Als ik de stilte verbreek, ga ik waarde spreken’

Cultuur op komst

Rapper Winne (40) uit Rotterdam is inspirator van een nieuwe generatie hiphopartiesten. Na lang wachten is er nu zijn tweede soloalbum, Oprecht Door Zee. “Ik kan goed buiten de schijnwerpers leven.”

De woonkamer van het Rotterdamse appartement van rapper Winston ‘Winne’ Bergwijn (40) kijkt uit over de Nieuwe Maas. Op het grote tv-scherm wisselen op zacht volume interviews met Amerikanen uit de hiphop-industrie elkaar af in een YouTube-loop. In de vensterbank staan Boeddhabeelden.

Hoeveel rappers zijn op zijn leeftijd nog actief, vraagt Winne retorisch. Hij zit in korte broek en zwart T-shirt met opgetrokken benen en blote voeten op zijn hoekbank. Hij was dertig toen zijn eerste debuutalbum uitkwam, relatief oud. En Winne Zonder Strijd was in 2009, na een sterke EP en een zeer moeizaam studioproces, niet direct een succes. „Alle recensies waren middelmatig”, zegt de rapper met een glimlach. „Het landde pas later, ging een eigen leven leiden, en toen kwamen de awards.”

Hij kijkt het ontspannen aan, wil hij maar zeggen. Zelf was Winne bij zijn doorbraak-single Pomp Die Shit uit 2006 al tevreden. Hij had toen nog nauwelijks uren in de studio gemaakt, vertelt hij. „Maar ik had heel hiphop-Nederland even stil. Dat kleine jongetje dat altijd rap luisterde, was onderdeel van de cultuur geworden.”

Een dik decennium later is Winne onmiskenbaar een boegbeeld van de hiphopcultuur. In Rotterdam hangt een 35 meter hoge muurschildering van hem. Een complete generatie roemt zijn muziek, van profvoetballers tot succesvolle stadsgenoten als Ronnie Flex en Broederliefde. „Overdag, we pompten Winne Zonder Strijd”, rapt Emms van Broederliefde op Oprecht Door Zee, het net verschenen tweede soloalbum van Winne, over een jeugd waarin hij met zijn vrienden in Spangen „op het plein” hing.

Sinds Winne Zonder Strijd was Winne wel te horen als gastartiest en lid van rapgroep Great Minds, met Sticks en Jiggy Djé, maar nieuw solowerk kwam er, ondanks vele aankondigen, tot op heden niet. „Ik wilde te veel”, zegt Winne nu. „Ik wilde reizen, coachen, mentor en docent zijn, een label beginnen. Dat ging ten koste van mijn effectiviteit.”

Ik doe niet mee aan die stoelendans; ik heb mijn eigen stoel gebouwd

Winne werkte aan projecten die om diverse redenen onvoltooid bleven en zag via een bevriende KLM-piloot veel van de wereld. „Mensen willen altijd de stilte voor je invullen: ‘Het zal wel slecht met hem gaan’. Maar ik kan goed buiten de schijnwerpers leven.”

Zwarte moeders

Nu is er Oprecht Door Zee - een triomf. Winne viert Rotterdam en hiphop in één adem in de ontspannen titeltrack in gloedvolle oneliners („Van niets naar iets, vriend, wij kunnen alles net als zwarte moeders”). Kijkt in ‘Fata Morgana’ kritisch naar de waarde die hij schonk aan oppervlakkig succes („Is dit nu je leven, Winne? Je bent geen etalagedummy, die zijn leeg van binnen”). Richt met het in Sranan gerapte ‘Winti’ een monument op voor zijn Surinaamse opvoeding en wortels („Dit is voor mijn roots, dit is voor de bush, weggelopen slaven, homie, dit is voor het bloed.”) En rapt in ‘Blond & Blauw’, met gastoptredens van Fresku en spoken word-artiest Derek Otte, messcherp over zelfhaat, verdriet en worstelen met identiteit in een door wit gedomineerde wereld.

Het zijn sterke nummers zoals Winne ze tien jaar geleden ook maakte, met doordachte, rake zinnen, op stevig klappende beats met warme instrumentatie en samples die hem optillen. „Zogenaamd is er geen plaats voor deze flows en raps”, rapt Winne op het album. Hij maakt „luistermuziek in plaats van dansmuziek”, zegt hij in het interview. „Dat is op dit moment niet de populairste stroming maar er is behoefte aan. Ik doe niet mee aan die stoelendans; ik heb mijn eigen stoel gebouwd. Mensen zeggen tegen me: de game is anders nu - de sound is anders nu. Maar ik ben toch gewoon mij?”

Winne kan het niet anders dan op zijn eigen manier, zegt hij. Hij wil rappen op producties „die mijn ziel raken”, en hij ontwikkelt zijn teksten op basis van lange gesprekken met zijn vrienden en producers. De sample waar ‘Winti’ omheen is gebouwd, komt uit een lied dat zijn moeder vroeger altijd meezong. Het nummer wordt op het album voorafgegaan door zijn moeder die in de studio de spreuken laat horen die passen bij de rituele reiniging die haar zoon aan het eind van elk jaar ondergaat. „Een traditionele wassie”, legt Winne uit. „Een gebed in de vorm van een bad.”

Toen Winne zijn album aan zijn platenlabel liet horen, „zeiden ze dat er meer gif in moest”, zegt de rapper. „Maar ik ben een genuanceerde guy. Mensen houden van controverse maar ik hoef geen succes ten koste van anderen, en ga niet om me heen trappen. Ik kom uit een crew met nog tien rappers met dezelfde droom die harder hebben gewerkt dan ik, die niet die break voor zichzelf hebben kunnen creëren. Je krijgt dit podium niet voor niets. Zoals ik rap: als ik de stilte verbreek, ga ik waarde spreken.”

Cassettebandjes

Als rapper werd Winne gevormd door de cassettebandjes van Ice-T en Public Enemy die zijn vader eind jaren tachtig aan hem gaf, en de artiesten waar hij zelf in de jaren negentig naar luisterde, zoals het pionierende Rotterdamse Postmen, en Amerikaanse iconen Jay-Z, KRS-One en Nas. Cruciaal was ‘I Gave You Power’ van Nas, dat Winne op zijn 17de hoorde - een nummer over het verwoestende effect van wapens op een gemeenschap, ingenieus vertelt vanuit het perspectief van een pistool.

„Er gingen zoveel wegen open in mijn hoofd”, zegt Winne. „Rappers als Nas leerden mij hoe je gedetailleerd en intelligent een verhaal kunt vertellen, met een boodschap die inspireert en verbindt.” Hij wil zo’n voorbeeld zijn voor de nieuwe generatie. „Iemand met wie je kunt sparren en die het beste met je voorheeft; die slim met taal omgaat en een alternatief geeft in een tijd waarin veel kids denken dat ze pillen moeten poppen en face-tattoos nodig hebben om geaccepteerd te worden.”

De jongens van Broederliefde zochten hem hier thuis op. „Ik bakte pannenkoeken voor ze, we praatten wat over de industrie en ze lieten me horen welke nummers van mij ze uit hun hoofd kenden.” Als oudste broer in een gezin met nakomertjes was Winne „al een rolmodel voordat ik voor het eerst een microfoon oppakte”.

Positieve voorbeelden zijn belangrijk, benadrukt de rapper. „Mij is al jong verteld dat ik slim was, dat ik iets kon bereiken met mijn talent. Door social media heerst nu een beeld dat alles goed is zolang je er maar geld mee verdient. Het maakt niet uit hoe, als het maar een huis en een waggie oplevert. Maar is je ziel nog intact? Ik vertel artiesten: als geld leidend is, moet je iets anders gaan doen. Er zijn snellere manieren om rijk te worden. Ik maak muziek omdat dit is wat mijn hart sneller laat kloppen.”

Op zijn album verwijst Winne regelmatig trots naar Rotterdam, de stad waarin hij opgroeide en waarvan hij door zijn muziek zelf een boegbeeld werd - „Deze is voor Binnenweg, Kruiskade, voor die jongens die van de cellen hun thuis maken, in de put zaten, klommen maar weer buit maken”, rapt hij in ‘Brand New Day’.

„Rotterdam heeft mij gevormd”, zegt de in Paramaribo geboren rapper, die anderhalf jaar oud was toen hij in het Oude Westen kwam wonen. „Waar de taak van mijn moeder stopte qua opvoeding, nam de stad het over.” Hij voelt zich, zoals veel rappers, een vertegenwoordiger van de buurt waarin hij opgroeide.

„Ik woonde in een achterstandswijk. Er lagen naalden op de trap - naast mijn huis zaten crackspots. De prognose was: ‘Die boys daar gaan het niet redden.’ Ik wil laten zien dat het desondanks toch gelukt is. Dat die buurt iets heeft voortgebracht dat mensen in heel het land heeft kunnen inspireren.”

    • Saul van Stapele