Opinie

Plofkip uit het schap is mooi, maar niet voldoende

Nergens is het welzijn van kippen ooit zo verbeterd, zei Anne Hilhorst van Wakker Dier maandag in NRC, als de afgelopen jaren in Nederland. Dit is zowaar eens goed nieuws uit de intensieve (pluim)veehouderij, een sector die de laatste tijd vooral opvalt door misstanden in slachterijen en afgebrande varkensstallen.

Honderden miljoenen vleeskippen in Nederland hebben ten opzichte van hun voorgangers in 2011 minder last van pijnlijke blaren aan hun poten, ze hebben meer ruimte, ze zijn minder gefrustreerd en hebben ’s nachts meer rust. Dit is het gevolg van de introductie van een nieuw ras, dat iets langzamer dik wordt. Deze ontwikkeling voldoet aan de regel die de Engelse filosoof Jeremy Bentham al in de achttiende eeuw formuleerde: als je onnodig lijden bij dieren kunt verminderen, is het je morele plicht dat ook te doen.

De welzijnsverbetering voor kuikens (de sector spreekt van kippen, maar ze worden vaak nog steeds binnen één maand na geboorte geslacht) is voor het grootste deel te danken aan dierenwelzijnsorganisaties als Wakker Dier en de Dierenbescherming. Ook al willen supermarkten nog niet aan de verscherpte eisen die de Dierenbescherming aandroeg, gezamenlijk hebben deze twee clubs bij producenten en consumenten een mentaliteitsverandering teweeggebracht. Plofkip is fout, en we zijn massaal overgeschakeld op die nieuwe kip, die het net wat beter heeft gehad.

Hiermee is de strijd nog niet gestreden. Het nieuwe ras wordt weliswaar ietsje meer tijd gegund om op gewicht te komen, maar de doorsnee kip in de supermarkt leefde nog steeds met zeventien soortgenoten op één vierkante meter. Dat is slechts een marginale verbetering ten opzichte van de plofkip. Ten tweede is de plofkip voor binnenlandse consumptie uitgebannen, maar 70 procent van de kip die we exporteren, ploft nog steeds. En ten slotte bestaan de Homestyle Crispy Chicken van McDonald’s en de Original Recipe Kipstukken Party Bucket van Kentucky Fried Chicken volgens Wakker Dier nog altijd uit plofkip.

Laten we bovendien de ogen niet sluiten voor andere misstanden in de kippensector. Zo worden er jaarlijks 45 miljoen leghaantjes, nutteloos voor de industrie, op de eerste dag van hun bestaan al vergast.

Niettemin zijn de jongste ontwikkelingen verheugend. Zij bewijzen dat volhardende organisaties met effectieve campagnes hun doel kunnen bereiken. Ook de groeiende aantallen flexitariërs, vegetariërs en veganisten dragen bij aan de vermindering van dierenleed. In de schappen liggen steeds meer alternatieven voor kip, bijvoorbeeld op basis van soja, seitan of jackfruit.

Te hopen valt dat dierenwelzijnsorganisaties actief blijven, dat fokkers van vleeskuikens het leven van exportkuikens weten te verbeteren en dat ook fastfoodketens bewuster worden.

Uiteindelijk is de grootste macht aan de consument. Ten opzichte van een ‘gewone’ supermarktkip loont kip met een ‘Beter Leven Keurmerk’ met drie sterren de moeite: deze kuikens leven met z’n vijven op een vierkante meter in plaats van met z’n achttienen, en ze krijgen de kans om minimaal tachtig dagen oud te worden in plaats van drieënhalve week. Aan ons de keus.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.