Opinie

De Raad voor de Rechtspraak is mislukt, jammer maar helaas

De financiële tekorten bij de rechtspraak zijn nog hoger dan verwacht. Meer bezuinigingen lijken onafwendbaar. Na een somber jaarverslag over 2017 is het bericht van deze week geen verrassing. Het aantal rechtszaken loopt trendmatig terug, er wordt al een poosje meer uitgegeven dan er binnenkomt. Voor echte innovatie is geen geld – er is sprake van een neerwaartse spiraal. Of zoals voorzitter Bakker van de Raad voor de Rechtspraak het dit voorjaar samenvatte: „De rechtspraak dreigt achterop te raken, terwijl de maatschappij vooruit rent.” Burgers en bedrijven beoordelen een gang naar de rechter als „te duur, te ingewikkeld en te ongewis,” aldus Bakker. Daar kunnen ook de lange ‘doorlooptijden’ toe worden gerekend – al jaren slaagt de rechtspraak er niet in om sneller vonnis te wijzen.

Kortom: de kosten zijn niet onder controle, de omzetten lopen terug, innovatie blijft steken, digitalisering komt niet van de grond en het ‘product ’ is te duur, ingewikkeld en onzeker. Op de vrije markt zou zo’n organisatie z’n einde kunnen uitrekenen.

Inmiddels steekt de Raad voor de Rechtspraak de handen machteloos in de lucht. Daar weten ze het niet meer, na een grote reorganisatie in 2013 waarin het aantal rechtbanken van 19 naar 11 is teruggebracht en het aantal hoven van 5 naar 4. En na een kostbare en vooralsnog mislukte poging om digitaal procederen in te voeren. Die zou veel personeel overbodig moeten maken en de productiesnelheid met maar liefst 40 procent moeten verbeteren, zo werd in 2015 beloofd.

Maar eerder dit jaar trok minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) geschrokken de stekker eruit: het budget was met 200 miljoen overschreden. Het bleek te ingewikkeld, te ambitieus en te grootschalig. Intern was er onvoldoende draagvlak; het management nam verkeerde beslissingen. Het tegelijk digitaliseren én reorganiseren van het juridische werkproces was onhaalbaar. In een van de vele externe rapporten viel over de driehoek Raad voor de Rechtspraak, gerechtsbesturen en IT-organisatie, dit beschadigende zinnetje te lezen. „Het niveau van taakvolwassenheid is thans niet voldoende om een dergelijk complex project te runnen”. Anders gezegd: geen kennis van zaken en niet zelfstandig competent. Ongeschikt om zoiets aan te delegeren dus.

Nu wordt er dus een organisatie-adviseur ingehuurd, vast niet voor niks. Die moet begin 2019 hebben vastgesteld of er nog ergens 40 miljoen extra te besparen valt. Een vacaturestop en dus langere wachttijden? Sluiting van de kleinere rechtbanken, denk aan Zutphen, Alkmaar, Dordrecht en Roermond? Spoedfusie van de vier hoogste bestuursrechtelijke colleges? Meer enkelvoudig zaken afhandelen, in plaats van in meervoudige kamers? Het is kiezen uit louter kwaden.

De kans dat Berenschot of McKinsey de benodigde miljoenen vindt, is niet zo groot. Waarna de joker vanzelf bij de minister belandt, die dan maar één keus heeft. Er zit niks anders op dan de tekorten aanvullen en tegelijk hard ingrijpen in de bestuursstructuur. De Raad voor de Rechtspraak (opgericht in 2002) „als onafhankelijke buffer tussen minister en rechtspraak” is mislukt. Hoe fraai het idee van een eigen bestuur ook was, de Rechtspraak staat er nu zeer slecht voor. De Tweede Kamer kan er het kabinet alleen maar zijdelings op aanspreken. Moet de Raad onder curatele worden gesteld? Een tweehoofdige leiding krijgen? Weer terug onder de vleugels van de minister? Wie het bestuurlijk zo uit de hand laat lopen, heeft het vertrouwen verspeeld. En daar is de rechtspraak te belangrijk voor.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.