Hoe fris is de Oekraïense plofkip?

Pluimvee

Oekraïense pluimveegigant MHP krijgt publiek geld van ontwikkelingsbanken. De werkwijze van het bedrijf staat ter discussie.

Een kippenstal in De Mortel. Nederlandse kippenboeren zijn bang dat ze moeten concurreren met goedkope Oekraïense kippen die aan minder strenge eisen voldoen. Foto Marcel van Hoorn

Stank van kippenmest. Stof. Schade aan wegen doordat er vrachtwagens overheen denderen. Angst voor bodem-, lucht en watervervuiling.

Dat zijn de gevolgen van tientallen miljoenen kippen, gehouden door pluimveegigant MHP, voor bewoners van de Oekraïense regio Vinnytsja. Dat staat althans in een officiële klacht die bewoners indienden bij twee grote geldschieters van MHP, de International Finance Corporation (IFC) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBDR).

MHP – in handen van Joeri Kosjoek, een van de rijkste Oekraïners en een bondgenoot van de president – is het grootste pluimveebedrijf van Europa. Jaarlijks produceert het 570.000 ton kippenvlees: net zoveel als de helft van de Nederlandse pluimveehouders bij elkaar. In MHP’s grootste stallencomplex worden nu jaarlijks meer dan 100 miljoen kippen gehouden en het bedrijf wil de komende jaren flink uitbreiden.

Ruim 500 miljoen euro aan leningen kreeg MHP de afgelopen jaren van de twee ontwikkelingsbanken, waar ook Nederland aan bijdraagt. Maar volgens de bewoners houdt het Oekraïense megakippenbedrijf zich niet aan de regels.

De EBRD beslist voor eind september hoe het de klacht, onder meer opgesteld met hulp van de ngo Bankwatch, zal behandelen. Het IFC heeft de klacht gegrond verklaard en doet onderzoek. MHP laat daarom weten op dit moment niet inhoudelijk op vragen te willen reageren.

Het IFC, onderdeel van de Wereldbank, en de EBRD lenen geld aan bedrijven maar die moeten dan wel voldoen aan sociale en milieutechnische criteria, zegt Vincent Kiezebrink, van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). SOMO onderzocht MHP in 2015 en constateerde dat het bedrijf voor vervuiling zorgde en de lokale bevolking onder druk zette om hun land aan hen te verkopen.

Dat moet Nederland zich aantrekken, zegt Kiezebrink. „Het bedrijf wordt gesteund met publiek geld, ook van Nederlandse belastingbetalers.”

Associatieverdrag

MHP, voluit Myronivsky Hliboproduct, is ook bij de Nederlandse pluimveesector niet populair. Boeren en kipverwerkers zijn boos dat het Oekraïense bedrijf een manier heeft gevonden om importheffingen te omzeilen.

Door het associatieverdrag dat de EU heeft met Oekraïne mag MHP al jarenlang tariefvrij kip naar Nederland exporteren, al zijn de hoeveelheden wel begrensd. Nederland is daarin een belangrijke spil: het Veenendaalse bedrijf Jan Zandbergen verwerkt en verpakt MHP-vlees.

Lees ook: Met de vrijhandel komt ook de Oekraïense plofkip

Maar sinds kort komt onder de categorie ‘overig’ ook een flinke hoeveelheid (27.000 ton in 2017) kipfilet met vleugelbot kosteloos binnen.

„Een truc”, volgens Gert-Jan Oplaat, voorzitter van branchevereniging voor kippenslachters en -verwerkers Nepluvi. „Een maas in de wet waar de Europese Commissie niet in had voorzien.” De categorie ‘overig’ was nadrukkelijk niet bedoeld voor kipfilets, meent Nepluvi. MHP gebruikt die categorie om meer verse filets, het populairste stukje kippenvlees, gratis de EU binnen te krijgen.

Nederlandse kippenboeren zijn daar boos over. Zij voldoen aan strengere eisen op het gebied van dierenwelzijn en milieu, bijvoorbeeld omdat supermarkten dat vragen. Dat dan Nederlands geld naar Oekraïense kippenstallen gaat, steekt pluimveehouders, zegt Hennie de Haan, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP).

Daarnaast vindt ze dat voor consumenten niet duidelijk genoeg is waar het kippenvlees vandaan komt. Wanneer Oekraïense kip hier bewerkt wordt – en dat geldt al bij het afsnijden van zo’n vleugelbot – mag er ‘Nederland’ op de verpakking staan. Ook wordt veel kip gebruikt in bijvoorbeeld restaurants, zodat de herkomst voor consumenten onduidelijk blijft.

Wanneer Oekraïense kip hier bewerkt wordt – en dat geldt al bij het afsnijden van zo’n vleugelbot – mag er ‘Nederland’ op de verpakking staan

Gert-Jan Oplaat van Nepluvi heeft in Brussel aan de bel getrokken over de kipfilets van MHP, samen met de overkoepelende Europese brancheorganisatie Avec. Het zijn „trage molens” gebleken, maar inmiddels begrijpt de Europese Commissie „dat er iets niet klopt”, zegt Oplaat. Hij hoopt dat deze tariefvrije import volgend jaar niet meer mogelijk is. Maar, zegt De Haan, „zelfs mét importtarieven kunnen ze in Oekraïne goedkoper produceren.”

In 2016 liet toenmalig minister van Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen (PvdA) weten dat de Oekraïense dierenwelzijnsnormen lager waren dan de Nederlandse, maar dat het land zich zou „inspannen om zijn wetgeving op één lijn te brengen met die van de EU”.

Verbeteringen

De Nederlandse organisatie Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), die MHP-dierenartsen traint, zegt in een korte reactie dat er veel verbeteringen zijn. Sterftepercentage van kippen en antibiotica-gebruik zijn volgens de GD inmiddels „vergelijkbaar met de situatie in Nederland”.

Ook kredietverzekeraar Atradius, die Nederlandse bedrijven die zaken doen met MHP namens de Nederlandse staat verzekert, constateert dat MHP zich houdt aan Europese regels over de maximale bezetting van stallen. „Dat hebben wij gecheckt”, zegt milieu- en sociaal adviseur Marije Hensen van Atradius. Er is volgens haar „een heel groot verschil” met een aantal jaar terug. „Ze zagen aankomen dat het volledig voldoen aan Europese standaarden belangrijk zou worden.” Daarnaast zegt Atradius een zeer uitgebreide milieu- en sociale beoordeling te hebben toegepast op MHP.

Hensen verwacht niet dat de klachten tegen MHP gegrond worden verklaard, al geeft ze wel toe dat het bedrijf in het verleden „niet transparant genoeg was” en dat Oekraïne wat handhaving betreft „niet het sterkste land is”.

De Haan van pluimveevakbond NVP wil best geloven dat MHP het met zaken als antibiotica-gebruik beter doet dan voorheen. Maar dat laat volgens haar onveranderd dat MHP plofkippen houdt, terwijl een derde van de Nederlandse boeren inmiddels is overgestapt op een trager groeiend kippenras - duurder, maar met een beter leven. De Haan is bang dat Nederlandse pluimveehouders toch op prijs moeten concurreren met de Oekraïense kip. „Dan zijn onze boeren in feite ten dode opgeschreven.”

    • Geertje Tuenter