Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De staatsman die zijn eigen aanhang verzon

Ik vroeg me af hoe het met Dotan is. Voordat de Volkskrant dit voorjaar onthulde dat de zanger zijn aanhang en zijn goedheid op sociale media nogal aandikte, had ik nooit van hem gehoord. Zelf zou ik liever nooit van Gerard Joling of René Froger gehoord hebben, met hun gegil en multifocááále bril, maar goed – je hebt niet alles voor het zeggen.

In elk geval zag ik bij het googelen dat Dotan volgens het AD – die houden dat bij – weer tekentjes van leven op sociale media heeft gegeven.

Het punt is: ik las deze zomer een biografie van een Nederlandse staatsman, en die blijkt zich, op weg naar zijn plaats in de geschiedenis, van trucs te hebben bediend waar Dotan zijn hand niet voor zou omdraaien.

De biografie Thorbecke wil het van de historicus Remieg Aerts kreeg in deze krant vijf ballen van collega Petra de Koning. Een veelzijdige schets van de man die het land en de monarchie in de negentiende eeuw met de moderniteit confronteerde.

In geschiedenisboeken gaat het dan om de grondwet van 1848, zijn geleerdheid, zijn principiële posities en polariserende stijl. Maar Aerts vertelt soms ook over de listen en lagen die Thorbecke hanteerde. En dan vooral de manier waarop hij zijn aanhang uitvergrootte.

Nadat hij in 1839 een eerste kritiek op de toenmalige grondwet publiceerde (de zogenoemde Aanteekening) dwong hij „in een onbeschaamde dubbelrol” aandacht voor zijn eigen boek af. Eerst schreef een bevriende ambtenaar, anoniem, met Thorbeckes medeweten een stuk in het Handelsblad waarin hij het denken van Thorbecke aanbeval. Hierna stuurde de ambtenaar, weer met Thorbeckes medeweten, anonieme kritiek op zijn eigen stuk in. Vervolgens publiceerde het Handelsblad vele anonieme steunbetuigingen aan ‘het boek van de heer Thorbecke’. De auteur van al die stukken: Thorbecke zelf.

Wat Dotan in 2018 op Twitter deed, deed Thorbecke al in 1839 in het Handelsblad.

En het werkte, constateert Aerts: zowel de Kamer als de raad van ministers stelde hun opvatting over een grondwetswijziging bij na alle gefingeerde adhesie. Aerts stelt vast dat de latere staatsman de truc geregeld herhaalde, en zijn dubbelspel altijd ontkende.

Een relativerend inzicht. Ik wil niet zeggen dat we voortaan de schouders moeten ophalen als politici of artiesten worden betrapt op nepaanhang en verzonnen goedheid. Maar als zelfs een nationale grootheid als Thorbecke er zich aan te buiten ging, moeten we ons misschien openstellen voor het idee dat bedrog een groter deel van onze cultuur is dan we graag toegeven.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn.

    • Tom-Jan Meeus