Opinie

    • Frits Abrahams

Aretha en Otis, nooit een duo

Na het internationale rouwbetoon voor Aretha Franklin kon ik met moeite één elpee van haar uit mijn platenkast opdiepen, een verzameling uit de jaren tachtig van haar grootste hits. Cd’s heb ik daarna nooit meer van haar aangeschaft – een schamele score voor een liefhebber van soulmuziek.

In de hoes van die elpee had ik een knipsel bewaard van een uitstekend artikel van collega Bernard Hulsman over Franklin uit NRC Handelsblad van 11 december 1992. Hij schreef: „Op 25 maart van dit jaar werd Aretha Franklin 50 jaar. Bij Bob Dylan was het bereiken van deze leeftijd aanleiding tot een stroom artikelen, maar de vijftigste verjaardag van Aretha Franklin ging, zeker in Nederland, vrijwel onopgemerkt voorbij.”

Dat is, achteraf bezien, opvallend. Vergelijk het eens met de reusachtige aandacht die de dood van Franklin nu in Nederland kreeg: de opening van zowat alle kranten én het NOS Journaal. En dan te bedenken dat alle kenners het erover eens zijn dat Franklin haar beste werk vóór haar vijftigste heeft gemaakt.

Waarom vergaten we haar in 1992 en huilen we nu tranen met tuiten bij haar dood? Heeft het iets te maken met een groeiende behoefte aan collectieve rouw, aangejaagd door de media? Of overschatten de media de belangstelling bij het publiek voor zo’n artiest? Maar waarom overschatten ze die dan?

Mijn matige aankoop van haar werk is gemakkelijker verklaarbaar. Ik hoorde wel dat ze goed was, maar ik hield niet genoeg van haar stem. Die vond ik meestal te scherp, te hoog, te schel. Ik miste warmte. Liever luisterde ik naar andere zangeressen, Billie Holiday voorop, maar ook Joni Mitchell, Brenda Lee, Dusty Springfield, en, veel later, Dayna Kurtz en Eilen Jewell. Soul vind ik nog altijd de aangrijpendste popmuziek die er gemaakt is, maar voor mij is Otis Redding er dé personificatie van, niet Aretha Franklin.

Redding schreef veel van zijn songs zelf en hij vertolkte ze met onovertroffen intensiteit. Bij hem hoor ik verdriet en verlangen, bij haar zelfbeklag en opstandigheid – begrijpelijk overigens na alles wat haar en de haren overkomen is. Voor de emancipatie van de zwarte bevolking heeft zij veel meer betekend dan Redding, maar dat is voor een muziekliefhebber geen doorslaggevende factor.

Zij waren tijdgenoten met dezelfde raciale achtergrond en ontegenzeggelijk de twee grootsten van de soulmuziek. Toch hebben zij elkaar niet goed gekend. Uit de biografie van Otis Redding (An Unfinished Life van Jonathan Gould) begrijp ik dat ze enkele keren in hetzelfde programma op de bühne hebben gestaan, maar ik lees niets over een gezamenlijk optreden. Ze waardeerden elkaars werk, dat wel. Franklin had veel succes met een aangepaste versie van Reddings ‘Respect’, Redding liet merken dat hij graag duetten met haar had gezongen. Maar ze zaten bij verschillende platenmaatschappijen en dus moest Redding genoegen nemen met Carla Thomas, een zangeres die hij maar matig waardeerde.

Redding overleed bij een vliegtuigongeluk in 1967 op 26-jarige leeftijd. In onbegrijpelijk korte tijd had hij een onverwoestbare reputatie opgebouwd. Bij zijn begrafenis waren veel beroemde collega’s uit de muziekwereld (onder wie James Brown, Solomon Burke, Percy Sledge en Wilson Pickett), maar Aretha Franklin ontbrak.

    • Frits Abrahams