OM mocht wietteler geen half miljoen euro ontnemen

Het OM berekende dat wietteler Doede de Jong bijna een half miljoen euro had verdiend aan zijn teelt. Dat bedrag was echter niet goed onderbouwd, oordeelt het hof nu.

Een wietplantage. Foto Getty Images

Het Openbaar Ministerie (OM) had niet vijf ton mogen vorderen van een wietteler. Dat heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dinsdag bepaald in een rechtszaak die al acht jaar duurt. Volgens het hof is helemaal niet zeker of de wietteler, Doede de Jong uit Appelscha, wel heeft verdiend aan zijn hennepteelt.

Met zijn kweekactiviteiten wil De Jong aandacht voor het in zijn ogen kromme Nederlandse gedoogbeleid, waarbij het verkopen van wiet in een coffeeshop onder bepaalde voorwaarden mag terwijl de inkoop ervan illegaal is.

In oktober 2015 werd De Jong veroordeeld voor het telen en het bezit van hennep, die de politie in 2010 in beslag had genomen. Hij kreeg echter geen straf opgelegd, onder meer omdat hij zich niet had begeven in het criminele circuit, alleen leverde aan gedoogde coffeeshops, geen elektriciteit had afgetapt en alleen gebruikmaakte van biologische bestrijdingsmiddelen.

Eén keer oogsten

In een aparte zaak vordere het OM wel bijna vijf ton van De Jong, omdat dat het bedrag zou zijn dat hij zou hebben verdiend met de wietteelt. Het OM schatte dat De Jong in 2009 en 2010 245,4 kilogram hennep had geoogst en ging uit van een verkoopprijs van 2.400 euro per kilo.

Daartegen ging De Jong in beroep. Het hof oordeelt nu dat het OM de opbrengst niet voldoende heeft onderbouwd. Er was bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het feit dat De Jong een biologische kweker is. Hij maakte geen gebruik van kunstlicht en verduistering waardoor hij slechts één keer per jaar kan oogsten, in tegenstelling tot binnenkwekers die in kunstmatige omstandigheden wel drie keer per jaar kunnen oogsten.

300 à 400 gram

Het OM volgde de berekening van de politie, die zich baseerde op algemene informatie op de website van zadenbank Sensi Seeds en foto’s van de kwekerij. Dat acht het hof onvoldoende. Ook is geen financieel onderzoek gedaan naar het vermogen van De Jong.

De enige concrete aanwijzing voor de opbrengst van de kwekerij is de verklaring van De Jong zelf, vindt het gerechtshof. Volgens De Jong was zijn oogst in 2009 grotendeels mislukt door spint (een soort mijt). Wat overbleef was alleen “een beetje rommel”. In 2010 was zijn teelt in beslag genomen.

Het hof gaat er daarom vanuit dat De Jong in 2009 en 2010 slechts 300 tot 400 gram hennep heeft kunnen oogsten, met een bruto opbrengst van 720 euro. De Jong zegt bovendien 600 à 700 euro te hebben besteed aan de bestrijding van spint. Uitgaande van kosten van 3,33 euro per plant, acht het hof het “aannemelijk” dat de opbrengst van De Jong zelfs negatief was.

    • Menno Sedee