Jonge mannen gaan nog altijd naar Delft, vrouwen naar Utrecht

Volgens het CBS gaan jonge vrouwen eerder uit huis dan mannelijke leeftijdsgenoten, en schrijven zij zich vaker in voor een studie in het hoger onderwijs.

Studenten tijdens de eerste dag van Utrechtse introductieweek UIT. Foto Bas Czerwinski/ANP

Wie gaat studeren, verhuist vaak naar een andere stad of gemeente. Maar niet alle plekken met een hbo- of universitaire instelling zijn bij studerende mannen en vrouwen evenveel in trek. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zocht uit in welke steden de meeste jonge Nederlanders wonen en keek daarbij hoe de man-vrouw-verhouding. Met name in Utrecht, Leiden en Maastricht hebben vrouwen de overhand, aldus het CBS.

Het statistiekbureau ziet dat met name in de steden met een hbo of universiteit relatief veel jonge vrouwen van 20 tot 25 jaar wonen. Utrecht spant de kroon: voor elke honderd vrouwen uit die leeftijdsgroep, lopen er 73 mannen rond. In Leiden is die verdeling 74 mannen op 100 vrouwen, in Maastricht 76. In totaal zijn ruim een miljoen Nederlanders tussen de 20 en 25 jaar. Over de gehele linie zijn vrouwen maar net in de meerderheid.

Lees ook: Help, er zijn geen technici meer!

Jonge vrouwen eerder uit huis

Volgens het CBS kan het verschil worden verklaard doordat jonge vrouwen eerder uit huis gaan. Begin 2018 woonden van de 21-jarige vrouwen 55 procent nog thuis, ten opzichte van 69 procent onder jonge mannen. Sowieso blijven steeds meer beginnende studenten bij hun ouders, zag het statistiekbureau al in januari van dit jaar. Door de invoering van het sociaal leenstelsel, dat de basisbeurs verving, blijven steeds meer studenten langere tijd in hun ouderlijk huis.

“Maar”, zo benadrukt CBS-hoofdonderzoeker Peter Hein van Mulligen, “het leenstelsel maakt geen onderscheid tussen man en vrouw. Wellicht vinden jonge mannen het fijner dat er voor ze gezorgd wordt en de ouders de was doen. Op basis hiervan kun je wel zeggen dat jonge vrouwen vroeger zelfstandig zijn. In Groningen is dat bijvoorbeeld duidelijk te zien: de stad Groningen heeft een duidelijk vrouwenoverschot, maar in de omliggende omgeving wonen juist weer heel veel jonge mannen.”

Iets meer vrouwen in de techniek

In Delft en Eindhoven is het onder de jonge bevolking weer omgekeerd, daar wonen relatief veel meer jonge mannen. Volgens het CBS komt dat doordat vrouwen minder vaak voor een techniekopleiding kiezen, juist de tak waarop de universiteiten van Eindhoven en Delft zich profileren. Hoewel de laatste tien jaar ietsje meer vrouwen de techniek in gaan, groeit het overschot mannen in Delft alleen maar. Op de 170 jonge mannen wonen slechts 100 vrouwelijke leeftijdsgenoten in Delft. “De technische steden blijven een mannenbolwerk”, aldus Van Mulligen. Dat vrouwen juist in Utrecht en Leiden oververtegenwoordigd zijn, heeft volgens Van Mulligen met de geesteswetenschappen te maken, waar de universiteiten daar weer in uitblinken.

Toch springt er ook een aantal gemeenten uit waar de cijfers veel dichter bij elkaar liggen, zoals Weesp en Zwolle. Echt sprake van een landelijke scheefgroei is er volgens het statistiekbureau niet; naarmate de leeftijd toeneemt, wordt de man-vrouw-verdeling weer evenwichtiger. Dat komt doordat veel afgestudeerden hun studiestad verlaten.

Meer vrouwen naar de universiteit

Naast de latere uitzet schrijft het CBS het verschil ook toe aan de instroom van studenten. Tegenwoordig staan meer vrouwen dan mannen ingeschreven voor hoger onderwijs. Per honderd vrouwen studeren nu landelijk gemiddeld 94 mannen. Tot 2005 waren er meer mannen ingeschreven aan de universiteiten, een jaar later was dit gelijk. Vanaf 2000 liep het aantal vrouwen langzaam op, vanaf 2010 gingen structureel meer vrouwen studeren. Op het hbo lopen de mannen de laatste jaren weer in; daar studeren nog steeds meer vrouwen, maar schrijven zich wel steeds meer mannen in. In alle studierichtingen, wo en hbo, ronden vrouwen studies sneller en vaker af.

    • Maartje Geels