Hoekstra’s opsteker werd een tegenvaller

Miljoenennota Afschaffing van de dividendbelasting gaat door de economische groei een half miljard meer kosten dan geraamd. Wat nu?

Minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD), minister Bijleveld (Defensie, CDA), staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken, VVD), staatssecretaris Harbers (Justitie, VVD) en minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) maken een selfie. Foto’s Bart Maat/ANP

De opsteker van 200 miljoen die minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) eind mei in de Voorjaarsnota noteerde, blijkt drie maanden later ineens de bron te zijn voor nieuwe ophef over de meest besproken maatregel van het kabinet Rutte III: de afschaffing van de dividendbelasting.

De meevaller is een tegenvaller geworden. De hogere opbrengst van de dividendbelasting is dit jaar volgens schattingen van het ministerie van Financiën nog verder opgelopen, tot zo’n 1,9 miljard euro, zo bevestigen verschillende bronnen rond het kabinet.

Dat betekent – en dat is het slechte nieuws – dat het afschaffen van de dividendbelasting ook duurder wordt dan de 1,4 miljard die het kabinet in het regeerakkoord heeft ingeschat. Eenzelfde effect, maar in mindere mate, doet zich voor bij twee andere belastingen die het kabinet wil verlagen. Ook de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting laten financiële meevallers zien, die dus zullen leiden tot hogere kosten voor verlaging ervan.

De taxatie van 1,9 miljard euro aan (netto-)inkomsten uit dividendbelasting is uitzonderlijk hoog. Het gemiddelde in de jaren 2010-2017 lag op 1,2 miljard. Toch kan Hoekstra er lastig omheen. Omdat het ramen van deze specifieke belasting bijzonder lastig is – de economen van het CPB kunnen het structurele effect van de dividendbelasting niet goed in beeld brengen – hanteert het ministerie van Financiën de laatst gerealiseerde opbrengst als kompas voor de komende jaren.

Dure rekensom

Dat betekent dat de hoge stand van 2018 nu moet worden gebruikt om het budgettaire effect van het afschaffen van de dividendbelasting in 2020 te berekenen. Als straks het economische tij keert en bedrijfswinsten weer inzakken kan dat wel eens een dure rekensom zijn.

Dat is de akelige opdracht die deze week op tafel ligt bij de onderhandelingen over de Miljoenennota: als we de dividendbelasting gaan afschaffen – weliswaar pas per 2020, maar het voorstel gaat al mee in het Belastingplan voor 2019 – dan zullen we daar nu al volledige dekking voor moeten vinden. Op dit punt scherpte het kabinet de begrotingsregels zelfs aan. Ergens anders zullen de lasten dus met een half miljard moeten stijgen. En dat terwijl het kabinet in zijn eerste begroting vooral lastenverlichting wilde laten zien.

De oppositie, die al tien maanden protesteert tegen de afschaffing van de dividendbelasting, roept dat de oplossing van het probleem eenvoudig is: de voorgenomen maatregel eindelijk van tafel halen. Het kabinet, premier Rutte voorop, wil daar niet aan. Het zal gezichtsverlies opleveren tegenover de belanghebbenden van deze belofte, inderdaad het grote beursgenoteerde bedrijfsleven met veel buitenlandse aandeelhouders.

Hoe de rekening te betalen

De opties om de hogere rekening voor het schrappen van de dividendbelasting te betalen zijn beperkt, maar ze zijn er wel. Het zal in elk geval uit dezelfde hoek van belastingbetalers moeten komen, vindt ook Ruttes VVD: niet bij particuliere huishoudens, maar bij het bedrijfsleven. Twee methodes liggen voor de hand en zijn naar verluidt ook al in coalitiekringen geopperd.

Eén is het beperken van de voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting. Nadeel is dat dan het hele bedrijfsleven, ook het mkb, moet meebetalen aan een maatregel waar vooral grote multinationals van profiteren.

De andere optie is een verlaging van de dividendbelasting. Om de kosten van 1,9 miljard tot 1,4 miljard terug te brengen zou – ruwe schatting – een tarief van 5 procent volstaan.

En als multinationals, die op die maatregel hebben aangedrongen, dan klagen? Ach, zegt een Haagse kenner van het dossier: „Het kabinet kan altijd tegen Unilever zeggen: we hebben u niet de afschaffing van de dividendbelasting beloofd, maar een besparing erop van 1,4 miljard.” 

    • Philip de Witt Wijnen