Fossiele ‘vleermuis’ blijkt toch halfaap

Paleontologie

Een betwist fossiel is geen vleermuis, maar familie van de aye-aye. Dat betekent dat halfapen Madagascar tweemaal koloniseerden.

De aye-aye wordt ook ‘vingerdier’ genoemd. Met zijn lange vingers peutert hij insecten uit zelfgeknaagde gaatjes in vermolmd hout. Foto David Haring

Niet één- maar twéémaal hebben halfapen Madagascar gekoloniseerd. Dat schrijven paleontologen uit de Verenigde Staten, Kenia en Egypte deze week in Nature Communications. Ze komen tot hun conclusie na het bestuderen van een fossiele onderkaak. Tot nu toe werd gedacht dat het de kaak van een vleermuis betrof. De paleontologen zien nu in dat het gaat om een kaak van een lemuur, Propotto leakeyi, afkomstig uit het vroege Mioceen – zo’n 20 miljoen jaar geleden.

Van alle nog levende lemuren is Propotto leakeyi het meest verwant aan de moderne aye-aye, schrijven de onderzoekers. De aye-aye is de grootste nachtactieve halfaap van Madagascar en wordt ook wel ‘vingerdier’ genoemd, vanwege zijn opvallend lange, knokige middelvinger; die gebruikt hij om boombast mee te bekloppen, om te horen of hij een holle ruimte kan vinden. Bij zo’n holte knaagt hij een gat in de schors, om er met zijn dunne, lange vinger larven uit te peuteren.

Naast aye-ayes leven op Madagascar nog andere lemuren, de maki’s. Nergens anders ter wereld komen tegenwoordig nog lemuren voor. Tot nu toe werd gedacht dat er één keer een groep lemuren van Afrika naar Madagascar was overgestoken. Die gemeenschappelijke voorouder van aye-aye’s en maki’s zou 40 miljoen jaar geleden hebben geleefd.

Maar de aanwezigheid van Propotto in Kenia, 20 miljoen jaar geleden, laat zien dat de splitsing tussen aye-aye-achtigen en maki-achtigen al eerder plaatsvond, nog op het vasteland van Afrika. Een andere verwant van de aye-aye, Plesiopithecus teras, zou zelfs al in het late Eoceen (zo’n 38 miljoen jaar geleden) in Egypte aanwezig zijn geweest. Waarschijnlijk kwamen aye-aye-achtige lemuren 25 miljoen jaar geleden op Madagascar terecht. De andere lemuren zouden pas rond 20 miljoen jaar geleden de zeestraat naar het eiland zijn overgestoken. Dat er twee aparte migratiemomenten zijn geweest, lijkt onwaarschijnlijk, schrijven de onderzoekers, maar uniek is het niet: ook van kameleons is bekend dat ze op twee verschillende momenten Madagascar koloniseerden.

De ontdekking van de Amerikaanse en Afrikaanse onderzoekers betekent postuum eerherstel voor de Amerikaanse paleontoloog George Gaylord Simpson. Die groef in 1967 in Kenia de Propotto-onderkaak op. De kaakdelen en bijbehorende kiezen waren volgens hem van een nog onbekende halfapensoort: een verwant van de huidige in Afrika levende lori’s en potto’s. Maar zijn collega Alan Walker schreef hem een brief om hem van zijn ongelijk te overtuigen: het fossiel was niet van een halfaap, maar van een fruitetende vleermuis. De onderkaak leek volgens Walker onvoldoende op die van lori’s, onder andere door de aanwezigheid van een diepe holte. Simpson ging door het stof, Walker kwam met een wetenschappelijke publicatie.

Nu blijkt Propotto leakeyi tóch een halfaap. Het onderzoeksteam bekeek de kaakdelen en de tanden in detail en concludeerde dat Propotto een verwant was van Plesiopithecus teras en een verre voorouder van Daubentonia madagascariensis: de aye-aye. Geen vleermuis dus, en ook geen lori-achtige, maar een lemuur.

Het is niet voor het eerst dat het fossiel is onderzocht sinds de twist tussen Simpson en Walker. In 1984 zei paleontoloog Percy Butler al dat de tanden van Propotto op die van halfapen lijken, maar desondanks schaarde hij zich achter de fruitetende-vleermuistheorie.

Zondvloedmens

Een fossiel dier ontdekken dat bij nader inzien een heel ánder fossiel dier blijkt te zijn: het is in het verleden wel vaker gebeurd. In het Teylers Museum in Haarlem ligt bijvoorbeeld al eeuwenlang de Homo diluvii testis et theoscopos, de ‘mens die de zondvloed heeft overleefd en God heeft aanschouwd’. In 1725 werd het fossiel gevonden en pas in 1811 ontdekte de Fransman Georges Cuvier dat het niet om een zondvloedmens maar om een reuzensalamander ging. Diezelfde Cuvier zag ook dat een in Maastricht gevonden ‘krokodillenkop’ in werkelijkheid de schedel betrof van een mosasaurus, een uitgestorven zeereptiel.

    • Gemma Venhuizen