Wachten tot ze de weg kunnen oversteken: de familie van Irene en Klaus in ‘Benzinho’.

Een politieke film over een emotioneel portret

Gustavo Pizzi ‘Benzinho’ gaat niet alleen over een moeder die haar zoon moet loslaten. Volgens de regisseur gaat het ook over het ineenstortende Brazilië.

De Braziliaanse film Benzinho (Loveling) heeft misschien wel het beste openingsshot van het jaar: een gezin met aangewaaide familieleden staat aan de rand van de snelweg bepakt en bezakt met koeltassen, strandspullen en opblaasbeesten. Achter hen staat een enorm leeg zwembad op z’n kant, al duurt het even voordat je het in volle glorie ziet achter het voorbijrazende verkeer. Regisseur Gustavo Pizzi vertelt via Skype uit Brazilië dat dat shot voor hem cruciaal was, omdat het de hele film samenvat: „Natuurlijk gaat het over mensen die naar de andere kant moeten zien te komen, maar dat lege zwembad staat ook voor iets wat misschien wel modern is, maar ook leeg, droog en oncomfortabel. Ik kan er heel veel associaties aan verbinden.”

Aan Benzinho werkte zo’n beetje zijn hele familie mee. Hij schreef het scenario met zijn ex-vrouw Karine Teles. Ze speelt ook de hoofdrol van moeder Irene die onverwacht moet zien te dealen met het feit dat haar oudste zoon een handbalcontract in Duitsland krijgt. Dat heeft ook financiële gevolgen voor de familie. Zijn twee zoontjes spelen de jongste kinderen in het gezin.

„Het idee voor de film dateert uit de tijd dat onze kinderen geboren werden. Zelf ben ik op relatief jonge leeftijd uit huis gegaan. Ik was toen niet echt bezig met de vraag wat dat voor mijn ouders betekende. Pas toen ik zelf vader werd vroeg ik me af of ik mijn kinderen wel zou kunnen loslaten. Of ik die verantwoordelijkheid niet continu zou gaan voelen.”

Benzinho is allereerst een coming-of-age-verhaal over een moeder, denkt hij. Hij legt uit hoe in Latijns-Amerika moeders vaak het gezin bij elkaar houden. „Dat gaat soms ten koste van henzelf. Dat komt onder andere doordat het seksisme en de machocultuur nog steeds zo sterk zijn. Vrouwen zijn ondertussen enorm geëmancipeerd: ze werken, zorgen, houden de boel bij elkaar. Het gaat erom dat mannen emanciperen en hun deel van de verantwoordelijkheid nemen.”

De film is ook een sociaal portret over een veranderend Brazilië, vindt Pizzi: „De familie komt uit de lagere middenklasse. Het lijkt aan de buitenkant misschien alsof ze rijk zijn, omdat ze een huis bezitten, maar in Brazilië hebben veel mensen hun eigen huis en dat betekent niet veel. Sinds de crisis en de coup [het afzetten van president Dilma Rousseff in 2016, red.] is het hele sociale vangnet afgeschaft, en zijn er veel meer werkende armen bij gekomen. Er zijn bijna geen goede openbare scholen, een gezin met vier kinderen zoals in de film heeft enorme kosten aan schoolgeld maar ook aan ziektekostenverzekeringen. In Benzinho zie je Irene en haar zus Sonia eten verkopen op straat om de eindjes aan elkaar te knopen.”

Lees hier de recensie van ‘Benzinho’

Voordat het nu lijkt alsof Benzinho een sociaal-realistisch drama is: dat is het niet. Pizzi heeft erg zijn best gedaan om Irenes innerlijke strubbelingen te vertalen in ijzersterke, soms bijna surrealistische beelden die een vorm van ‘visuele psychologie’ zijn. „We zien alles vanuit haar gezichtspunt, maar we zien ook hoe ze het ervaart: gepassioneerd, chaotisch, intens.”

Het huis bijvoorbeeld, zegt hij, is een symbool voor de familie, maar ook voor hoe de hele Braziliaanse maatschappij onder stress functioneert, en misschien wel op instorten staat. „Het is het belangrijkste wat ze hebben. Ondertussen barst de waterleiding en hangt de deur uit z’n voegen, waardoor hij niet meer opengaat en de familie via een ladder uit de slaapkamer naar binnen en naar buiten moet klimmen. Ze zijn vindingrijk. Maar tegelijkertijd komt er een onvermijdelijk moment waarop aanpassen niet meer gaat. Oude structuren vallen uit elkaar en desintegreren. Een emotioneel portret van een individu kan ook een politieke film zijn.”

    • Dana Linssen