Foto Andreas Terlaak

Jacob Collier (24) begon op YouTube en staat nu in het Concertgebouw

Interview

Jacob Collier begon op zijn slaapkamer met video’s waarin hij alle instrumenten zelf inspeelt. Deze week treedt hij met het Metropole Orkest op in Nederland.

Bij zijn debuut op North Sea Jazz in 2016 was de Britse Jacob Collier een digitale eenmansband die de zaal snel voor zich in nam. Gekleed in een hippierok zat het muzikale wonderkind in een cirkel van instrumenten als keyboards, gitaar, bas, drums. Dat was aangevuld met opnameapparatuur, diverse looping stations, stemvervormers, microfoons en diverse camera’s die alles projecteerden op een groot videoscherm.

Jazzy impro. Funky basloopjes. Fusion synths. Meerstemmige zang. Wat Collier live inspeelde werd eindeloos herhaald en vermenigvuldigd. Daarover zong hij, van doowop, soul tot scat, terwijl hij de lagen snel stapelde. Het was een imponerende, sterk op effecten leunende performance, die overstroomde van muzikaliteit.

Dit doet hij al een tijdje. Zo’n zeven jaar geleden startte Jacob Collier, toen 17 jaar, een eigen YouTube-kanaal. In zijn slaapkamerstudio in Noord-Londen, waar de instrumenten tot het plafond reiken, nam hij met verfijnde akkoorden, elegante tegenmelodieën en elektronisch vervormde zangkoortjes nummers op. Eerst covers, zoals ‘Isn’t She Lovely’ van Stevie Wonder of ‘Close to You’ van The Carpenters. Daarna zijn aangenaam ambitieuze album In My Room, een bonte mix van stijlen.

De splitscreen-videoclips, waarin Collier al die instrumenten speelde en steeds weer van kleding en kapsels wisselde om de hoeveelheid opnames aan te tonen, hebben intussen miljoenen weergaven.

Nu is Jacob Collier 24 jaar. Als kind volgde hij klassieke zanglessen. Zijn opleiding tot jazzpianist op het conservatorium beëindigde hij zelf al na twee jaar. Teleurgesteld, omdat het zo theoretisch bleek. Dit kon hij beter zelf doen.

Zijn creatiedrang maakt hem een gedreven, vastberaden individu, bevestigt hij op een repetitiemiddag in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Zijn energie is niet te stuiten. Hij komt letterlijk aanrennen en springt diverse keren op. „Al toen ik een kleuter was begon ik met verzinnen, op mijn zesde begon ik met meersporen-opnamesoftware te werken. Het valt me allemaal heel natuurlijk en ik heb het nooit beschouwd als iets dat me verder moest brengen. Er zit gewoon vrij helder in mijn hoofd wat ik wil maken.”

Regelmatig trekt Collier zich terug in wat hij ‘zijn wereld’ noemt. Zijn moeder, die hem nagenoeg in haar eentje opvoedde en doceert op de Royal Academy of Music in Londen, laat hem dan met rust. Collier: „Soms heb ik al wat ideeën, soms voel ik wat er komt. Ik kan rustig acht uur aan een stuk werken, er een half uurtje uit komen en dan weer de hele nacht door. Heel intens is dat, maar heerlijk.”

Intussen vaart Collier niet meer solo. De Britse twintiger schuift met zijn tientallen instrumenten en gadgets na concerten met Herbie Hancock, Quincy Jones en Snarky Puppy aan bij het Metropole Orkest met dirigent Jules Buckley. Een maand geleden gaf hij met het orkest, waarmee hij een „geweldige match” voelt, shows op de BBC Proms. „Zij zijn een mix tussen jazz, pop en klassiek. En ik ook.”

De opnames met het orkest van nu – acht nummers – maken deel uit van een fors werk dat zeker 32 nummers zal tellen. Dat wil Collier in vier delen uitbrengen, binnen een half jaar. „Ik had zin in iets grootschaligs”, grijnst hij. „Ik heb zoveel geleerd de afgelopen twee jaar op tournee.”

Voor het schrijven van de orkestarrangementen sloot hij zich een maand op. „Het is een flinke schaalvergroting om voor een heel orkest te schrijven. Maar het is gaaf. De noten lijken nu wel van de bladmuziek af te springen.”

Bij het uitdenken van het instrumentarium, de lagen tussen soul, r&b en fusion en de structuur van songs ziet hij overeenkomsten met zijn eigen werkwijze. Hoe hij laag voor laag instrumenten inspeelt en melodielijnen inzingt voor een volle harmonie. „Het door al die verschillende lagen denken valt mij natuurlijk. Mijn palet is alleen veel breder geworden. Ik vind het zo cool wat er allemaal mogelijk is. En dat wat ik heb bedacht door vele anderen wordt uitgevoerd.”

    • Amanda Kuyper