Fabio Jakobsen: van ruwe diamant tot topsprinter

Portret Wielrenner Sprinter Fabio Jakobsen (21) heeft zijn eerste World Tour-ritzege op zak. „Zo eentje kom je hooguit eens in de tien jaar tegen.”

Fabio Jakobsen vorige week na zijn sprintzege in de eerste etappe van de BinckBank Tour. Foto David Stockman/ANP

In een donker trainingspak sluipt Fabio Jakobsen onopvallend naar een terras voor een koffie met zijn vriendin. Een plein vol Vlaamse wielerfans in Blankenberge, bij de start van zomaar een rit in de BinckBank Tour. Maar niemand die het 21-jarige sprinttalent opmerkt. Tot hij terugkeert bij de bus van zijn ploeg Quickstep en achter het lint stapt dat de fietsen afschermt van het publiek. „Fabio, Fabio”, klinkt het ineens van alle kanten. Selfie hier, handtekening daar. „Mijn vriendin vindt het een beetje druk”, zegt Jakobsen lachend. „Maar die aandacht is ook wel leuk natuurlijk.”

Na zijn ritwinst in de eerste etappe van de zevendaagse rittenkoers in de WorldTour, vorige week in Nederland en België, behoort de Nederlandse neoprof tot de toppers van het peloton. „Ik denk dat elke vlakke rit in elke ronde nu en in de toekomst voor Fabian kan zijn”, zegt ploegleider Tom Steels. Hoog verwachtingspatroon? „Het is niet evident om te zeggen voor een kerel van 21, nee. Maar zo eentje kom je hooguit eens in de tien jaar tegen.” Hoe een talent uit het Gelderse stadje Heukelum bij de sterrenploeg van Quickstep binnen een jaar uitgroeide tot topsprinter.

Calpe, december 2017

Zijn faam was Jakobsen vooruitgesneld. Tweevoudig nationaal kampioen bij de beloften, negen zeges in zijn laatste jaar in de opleidingsploeg SEG, waar hij wielrennen aanvankelijk combineerde met een hbo-studie commerciële economie. Maar de echte test volgt in het eerste trainingskamp met zijn nieuwe ploeg Quickstep, „het Real Madrid van het wielrennen” zoals hij het noemt. In het Spaanse Calpe laat de nieuweling zich er bergop niet afrijden, vertelt ploegleider Steels. Maar waar het echt om gaat: de eerste sprinttrainingen samen met Elia Viviani en Fernando Gaviria, de topsprinters van de ploeg. Steels: „Het is wel training, maar dat ligt altijd gevoelig. Die mannen denken: gaan we die snotneus laten passeren of niet? Ik zag dat Viviani, toch een wereldtopper, Fabio op momenten niet aan kon. Dan weet je in één keer dat je een ruwe diamant vast hebt. Wat mij nog het meest frappeerde: dat hij Viviani de laatste vijftig meter passeerde in een sprint met meewind, toen het boven de zeventig per uur ging. Pure sprinter.”

Dubai, februari 2018

Natuurlijk gonst het onder de topsprinters van het peloton in de Tour of Dubai, een voorbereidingsronde op het nieuwe seizoen. Een jonge, razendsnelle jongen bij Quickstep. Mark Cavendish, Marcel Kittel, Dylan Groenewegen: ze weten dat Jakobsen zich meteen kan bemoeien met hun ‘show’, de eindsprint. Maar kent hij hun regels wel? Niet te veel beuken, geen onnodige risico’s. „Dan wordt even gepraat”, weet Steels, als renner winnaar van Gent-Wevelgem (twee keer) en negen Touretappes. „Het is niet zo dat je als jonge renner nederig in laatste positie moet gaan rijden. Maar onderling respect moet er wel zijn als beroepsrenner. Er moeten regels worden gevolgd, die mannen komen elkaar te vaak tegen om gekke dingen te doen.” Jakobsen praat indringend met zijn ervaren ploeggenoot Fabio Sabatini. „Hij vroeg aan mij of ik wist hoe ik moest duwen. Ik zeg: ‘Ja, ja, dat weet ik wel.’ Toen zei hij: ‘Dat moet je niet te veel doen, dat komt later wel.’ Dus de les was: zorg ervoor dat je niet gelijk gehaat wordt.”

Nokere, 14 maart 2018

‘Rechtdoor naar school en kantoor’, zou Mart Smeets zeggen over de vlijmscherpe sprint waarmee Jakobsen op Nokereberg verrassend de Vlaamse eendagswedstrijd Nokere Koerse wint. Van kop af, dwars door het midden, oppermachtig. Wat voor type sprinter Jakobsen is? „Fabio kan alles aan”, stelt Steels. „Van ver vertrekken of pas komen in de laatste vijftig meter. Hij kan heel goed positie houden. In het segment van de sprinters is hij heel veelzijdig.” Jakobsen zelf voelt zijn status groeien, ook binnen de ploeg stijgt hij snel in de hiërarchie. „In Dubai moest ik nog een etappe op kop rijden voor de ploeg. Nu rijden ze voor mij, zodat ik kan sprinten.” Logisch, volgens Steels. „Bij ons zijn het allemaal vedetten. Maar wie bewijst dat hij goed is en wint, doet direct mee. Fabio heeft dat afgedwongen, ook door zijn persoonlijkheid. Extravert, sociaal, nuchter.” Meer druk als kopman? „Hij is niet iemand die druk voelt. Voor een sprinter telt maar één ding: winnen. Dat is hij gewend. Hij vindt het juist mooi om steeds vaker als kopman te worden uitgespeeld.”

Schoten, 4 april 2018

Natuurlijk, de meeste topsprinters zijn al uit koers na diskwalificatie voor het negeren van een dichte spoorwegovergang (Groenewegen, Arnaud Démare) of materiaalpech (Kittel). Maar hoe afgetekend sprint debutant Jakobsen naar de winst in de Scheldeprijs, een Vlaamse semiklassieker, het officieuze ‘wereldkampioenschap voor sprinters’, met recordwinnaars als Kittel (vijf zeges) en Cavendish (drie). In de regen op een spekgladde aankomst, maar zonder enige vrees. „Angst mag je niet hebben”, doceert Steels. „Maar Fabio is ook niet wild. Hij doet alles heel beheerst en heeft de power om uit de gevarenzone te blijven. Dan hoef je geen schrik te hebben dat je op tien massaspurten zes keer gaat vallen.” Jakobsen sprint het liefst zo clean mogelijk. „Ik voel me daar het fijnst bij, de eerlijke manier. Niet dat ik een slinger maak en de jongen achter me de hekken in gaat. Dat hoeft voor mij niet. Maar koers is natuurlijk altijd een beetje wringen en duwen. Dat hoort er ook bij. Als we maar niet met z’n allen gaan liggen vallen.”

Lees hier het verhaal over Dylan Groenewegen zijn zege op de Champs-Elysées (2017)

Bolsward, 13 augustus 2018

Een einduitslag om in te lijsten, de eerste rit van de BinckBank Tour van Heerenveen naar Bolsward: 1. Jakobsen, 2. Kittel, 3. Caleb Ewan. En, wat ook telt: 6. Groenewegen, winnaar van twee ritten in de afgelopen Tour. „Jakobsen heeft nog meer pure snelheid dan Groenewegen”, oordeelt de voormalige Vlaamse sprintbom Freddy Maertens, tweevoudig wereldkampioen en winnaar van liefst 102 ritten in diverse rondes. „Die twee gaan elkaar de komende jaren nog vaak tegenkomen in de massasprints”, houdt Steels zich op de vlakte na de eerste WorldTour-ritzege van zijn pupil. Jakobsen moet eerst zijn motor uitbouwen, „van een snelle scooter tot een dikke Harley”, zoals hij zelf zegt. „Mijn volgende stap is richting een grote ronde. Maar daar ben ik helemaal nog niet klaar voor. Dat duurt nog zeker twee jaar.” Steels en Quickstep hebben geduld. „Fabio moet de tijd nemen om te groeien als renner. Hoe meer geduld nu, hoe meer plezier later. Als je eenmaal aan een grote ronde begint, ben je vertrokken voor de komende tien, vijftien jaar. Dan kan hij een topsprinter zijn op het hoogste niveau.”

    • Maarten Scholten