Opinie

    • Clemens Six
    • Stefan Couperus

Letterenstudies houden liberale democratieën vitaal

Kennis heeft een wijder belang dan technisch of economisch. Geesteswetenschappen nog verder uitkleden is dom, vinden en . De samenleving waaruit ze voortkomen kan zich dat niet veroorloven.
‘De Moriaan’, gevel Rokin 64, Amsterdam. Een zwarte figuur die met zijn pijlen naar de Amerikaanse inheemsen verwijst. Historisch onderzoek naar de oorsprong van kolonialisme en racisme is onmisbaar voor ons begrip van het verleden. Shutterstock

Decanen van de geesteswetenschappelijke faculteiten aan acht Nederlandse universiteiten waarschuwden enkele weken geleden voor de desastreuze gevolgen van een verdere sanering in de geesteswetenschappen. (Samenleving kan niet zonder geesteswetenschappen, 6/7). Een aanstaande heroverweging van het financieringsmodel voor universiteiten – waarschijnlijk niet ten gunste van de geesteswetenschappen – door minister Van Engelshoven (OCW, D66) was daarvoor de directe aanleiding.

De decanen betogen dat de Nederlandse (en Europese) samenleving de geesteswetenschappen nodig heeft. En dat daarom een eerlijke financiering noodzakelijk is en blijft. Ze noemen de cruciale betekenis van de geesteswetenschappen voor, onder andere, de omgang met (toekomstige) technologische vooruitgang, de discussie over „nationale identiteit”, inzicht in de invloed van sociale media en in de „wortels van onze cultuur”.

Dat zijn alle legitieme en belangrijke redenen, maar de decanen lijken voorbij te gaan aan wat de voornaamste bestaansreden voor de geesteswetenschappen in hun huidige vorm is: ze zijn het product van, en leveren tegelijkertijd een essentiële bijdrage aan, een liberaal-democratische samenleving.

Binnen ons onderwijs, met name op het terrein van vergelijkende politieke geschiedenis en theorievorming, leren wij onze studenten om de context, waarachtigheid, intenties en motieven van elke vorm van politieke retoriek kritisch te onderzoeken. We proberen, ook in ons onderzoek, bijvoorbeeld te begrijpen welke voorwaarden en omstandigheden hebben bijgedragen aan het succes en de continuïteit van de democratie in de twintigste eeuw, in Europa en ver daarbuiten. Of waarom democratieën mislukten.

Zulke inzichten kunnen alleen ontstaan in een omgeving van open en geïnformeerd debat. Ze zijn bovendien niet alleen wezenlijk voor een grondig historisch begrip, maar ook om de transformaties van Europese democratieën te doorgronden in het hedendaagse tijdperk van diversificatie, migratie en toenemend autoritarisme.

Lees ook de column van Beatrice de Graaf: Terrorismeles

De steeds beperktere middelen waarmee geesteswetenschappelijke faculteiten zich moeten bedruipen, de oneerlijke verdeling tussen onderwijs- en onderzoekstijd (in vergelijking met andere faculteiten) en de jarenlange discussies over achterblijvende efficiency en laag rendement, zijn uitdrukkingen van een toenemend gebrek aan begrip van de relevantie van de geesteswetenschappen. Welke vormen van kennis er nodig zijn voor het kunnen laten functioneren van een robuuste liberaal-democratische samenleving lijkt steeds meer een afgeleide vraag.

De maatstaf voor het beoordelen van universitair onderzoek en onderwijs in Nederland lijkt te worden bepaald door de opvatting dat kennisproductie bijna uitsluitend gedefinieerd moet worden in termen van technisch, (natuur)wetenschappelijk en economisch belang. Wat er ook gebeurt op universiteiten, onderzoek en onderwijs worden afgemeten aan deze maatstaf. Ze bedoelen het ongetwijfeld niet zo, maar de decanen lijken dit nog eens te bevestigen met hun oproep.

Geesteswetenschappen moeten heersende waarden bevragen, niet bevestigen

De relevantie van de geesteswetenschappen behelst allereerst het bevragen van heersende waarden, ontwikkelingen en omstandigheden – niet het bevestigen daarvan. Kan een samenleving die zich laat voorstaan op haar open en liberale voorbeeldfunctie, het zich wel veroorloven te snijden in politieke geschiedenis, filosofie of politicologie, wat uiteindelijk ten koste gaat van een grondig begrip en kritische analyse van de politieke cultuur in diezelfde samenleving?

Kan de Nederlandse samenleving toestaan dat historisch onderzoek naar de oorsprong van kolonialisme en racisme wordt gedecimeerd in een tijd waarin in heel Europa allerlei bewegingen geestverwante denkvormen (weer) salonfähig maken?

Is het echt in ons aller belang om deze en andere disciplines middelen te ontzeggen die studenten in staat stellen een systematische en methodische blik op het gebruik en misbruik van macht in heden en verleden te ontwikkelen, wanneer de huidige Amerikaanse en Russische regimes en de opkomst van China de gevestigde wereldorde diepgaand veranderen? Is het verstandig om de studie van de sociale gevolgen van discriminatie en marginalisering te devalueren, terwijl in West-Europa en elders de misrekeningen van neoliberale politiek almaar zichtbaarder worden?

Lees ook: Beoordeel humaniora op hun eigen merites

Natuurlijk is dit gedacht vanuit onze (politiek-historische) achtergrond. Cultuur- en mediawetenschappers, classici, letter- en taalkundigen zijn evengoed pertinent en noodzakelijk voor een kritische bevraging van de waarden, ontwikkelingen en omstandigheden binnen onze liberaal-democratische samenleving – en daarmee voor het onderhoud en voortbestaan daarvan.

De decanen hebben groot gelijk: de samenleving kan zich niet nog minder geld voor de geesteswetenschappen veroorloven. Maar de prijs die de samenleving bij verdere sanering betaalt, is nog veel hoger dan zij betogen. De geesteswetenschappen zijn een onmisbare pijler onder onze samenleving. Wil een liberaal-democratische samenleving ook voor de toekomst bestendigd zijn, dan zijn sterke en eerlijk gefinancierde geesteswetenschappen noodzakelijk om bestaande verhoudingen en waarden systematisch te blijven onderzoeken en kritisch te bevragen.

    • Clemens Six
    • Stefan Couperus