Is het plan nog te bewijzen als de liquidatie is voorkomen?

Criminaliteit Het OM zegt dat met een aanhouding op de A6 bij Almere in 2017 – twee mannen, gewapend, speciale kleding, in gestolen auto – een liquidatie is voorkomen. De rechtbank oordeelt dinsdag.

Politieonderzoek in Amsterdam-West na een liquidatie in 2015. Het OM denkt dat Quincy S. de schutter was.

De nacht is gevallen over Almere als Mike I. en Quincy S. vanaf de snelweg A6 de afslag nemen naar de Literatuurwijk. Mike zit achter het stuur van een gestolen groene BMW uit de 5-serie. Hij draagt die donderdagnacht een zwart petje, twee paar handschoenen en heeft een dubbele laag kleding aan.

Quincy zit op de achterbank met een geladen wapen in zijn broeksband, een handschoen ligt onder handbereik. De twee hebben de batterij verwijderd uit hun PGP-telefoon, een speciaal toestel waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd.

Wat het tweetal niet weet, is dat rechercheurs hen al een paar maanden in de gaten houden. Zo heeft de recherche gezien dat Quincy eerder die avond samen met zijn vriendin Alida R. naar Amsterdam is gereden om Mike op te halen in een blauwe Volkswagen Polo. In die auto is afluisterapparatuur aangebracht. De gestolen groene BMW is voorzien van een peilbaken en een camera.

De twee mannen worden op de afrit van de snelweg aangehouden. Daarmee is volgens het Openbaar Ministerie (OM) een op handen zijnde liquidatie voorkomen. Dat is van groot maatschappelijk belang, gezien de ernst van een dergelijke moord en de risico’s die schietpartijen in de openbare ruimte meebrengen voor onschuldige omstanders.

Lees ook: Keihard en nietsontziend: hoe de nieuwe Holleeders de onderwereld overnemen

Dinsdag zal de rechtbank antwoord geven op de cruciale vraag in dit soort zaken: kan worden bewezen dat de verdachten een vooropgezet plan hebben gehad om een liquidatie te plegen terwijl die niet is uitgevoerd? De uitspraak heeft een extra lading gekregen omdat tegen een van de verdachten levenslang is geëist. Bovendien hebben officieren van justitie de rechtbank bij hun strafeis nadrukkelijk voorgehouden dat deze principiële zaak van groot belang is voor de bescherming van de samenleving tegen het brute wapengeweld in de onderwereld.

Moordbrigade

De timing van de arrestatie bij de A6 in Almere is een dilemma. Te laat ingrijpen kan fatale gevolgen hebben voor het doelwit of een onschuldige. Te vroeg ingrijpen kan ertoe leiden dat onvoldoende bewijs wordt verzameld voor de strafbare feiten waar de betrokkenen vermoedelijk bij betrokken zijn.

In de maanden voor hun arrestatie is het de recherche opgevallen dat Quincy S., Alida R., Mike I. en twee andere verdachten zeer regelmatig langs een woning in de Literatuurwijk rijden. Daar woont ene Mustafa, een Amsterdammer die een rol speelt bij een gewelddadige onderwereldvete in de hoofdstad. Mustafa is op de hoogte van de dreiging. Op zijn woning staan twee camera’s gericht en de recherche heeft na lang aandringen de sleutels van zijn auto gekregen.

Het uitgebreid observeren van iemand uit het criminele milieu – de verdachten spreken van „timeren” – past volgens justitie en politie bij de werkwijze van een moordbrigade. Dat geldt ook voor verboden wapenbezit, gebruik van snelle gestolen auto’s, dragen van bepaalde kleding, petjes en handschoenen, het voorhanden hebben van flesjes benzine om gebruikte auto’s mee in brand te steken en flesjes ammoniak om DNA-sporen en vingerafdrukken te verwijderden.

Officieren van justitie Hetty Hoekstra en Anke van de Venn hielden de rechtbank in hun requisitoir eind juli voor dat het allemaal gedragingen zijn die wijzen op een vastomlijnd plan: de voorbereiding van een liquidatie. Christian Flokstra, advocaat van Mike I., denkt daar anders over. De spullen en gedragingen van de verdachten, zo betoogde hij, kunnen ook voor andere activiteiten zijn: schulden innen, afpersing, diefstal van drugs, ontvoering. Ook strafbaar, maar minder ernstig dan moord. Het argument is van groot belang als het gaat om de strafmaat. De maximale straf voor ‘strafbare voorbereiding’ van moord is 15 jaar. Wordt dat niet bewezen geacht, dan blijven in het geval van Mike I. enkele kleinere feiten over: verboden wapenbezit en heling van een auto. Dat levert op zijn best een paar jaar celstraf op.

Sluitend bewijs

Verdachten die in de weer zijn met gestolen auto’s, wapens en andere attributen voor een liquidatie, kunnen strafbaar zijn. Dat betekent niet dat er een concrete plaats of tijd bekend hoeft te zijn, stelt de Hoge Raad in een arrest uit maart 2017. Wel moet duidelijk zijn wat voor strafbaar feit wordt voorbereid. Daarbij gaat het dus om hun intentie. Wat zijn ze met al die attributen aan het voorbereiden? Een bankroof of een liquidatie?

Om dat vast te stellen, worden verdachten in dit soort zaken vaak langere tijd afgeluisterd in de hoop dat blijkt wat hun plannen zijn. Maar dat levert lang niet altijd sluitend bewijs op. Niet altijd is precies te horen wat er gezegd wordt, en door het ontbreken van context is de inhoud van afgeluisterde gesprekken soms voor meerdere uitleg vatbaar. In het geval van Mike I. meent het Openbaar Ministerie dat over zijn intenties geen twijfel bestaat. De verdachte en zijn advocaat betwisten dat.

Hoe moeilijk de interpretatie van het bewijsmateriaal in dit soort zaken is, blijkt uit een arrest van het gerechtshof in Amsterdam van eind 2017. Het hof sprak toen een aantal verdachten vrij van voorbereiding van een liquidatie, waar ze eerder door de rechtbank wel voor waren veroordeeld. De beslissing van het hof is opmerkelijk omdat twee van de vrijgesproken verdachten inmiddels vastzitten voor betrokkenheid bij een geslaagde liquidatie.

Officier van justitie Hetty Hoekstra heeft tijdens het requisitoir in de zaak van Mike I. nogmaals nadrukkelijk uitgelegd hoe moeilijk het is om het moment van ingrijpen te bepalen. Volgens haar is het gedrag van criminelen onvoorspelbaar en vergt het heel veel opsporingscapaciteit om verdachten onder controle te houden. Ze wees daarbij op „de zeer dunne grens” tussen voorbereidingshandelingen, een poging tot liquidatie en een uitgevoerde moordaanslag.

Wachten op duidelijkheid over de criminele intenties van een verdachte kan grote gevolgen hebben. In het licht van de uitspraak van het hof, die Hoekstra als „niet te volgen” kwalificeerde, vroeg zij zich af of „de kans op succesvolle vervolging wel opweegt” tegen de „te nemen risico’s voor politie, justitie en met name de samenleving”.

Advocaat Flokstra riep de rechtbank namens zijn cliënt op de standaard voor het bewijs in dit soort moeilijke zaken niet te verlagen. Zijn cliënt heeft verklaard dat hij wel wist dat hij in een gestolen auto reed, maar niet dat zijn partner Quincy bewapend was of plannen zou hebben voor een moordaanslag. „Soms leidt een verstoring van criminele plannen niet tot de zwaarst mogelijke veroordeling”, aldus Christian Flokstra. Hij vindt dat rechters in een democratische rechtsstaat niet gemakkelijker met de juridische regels om moeten gaan vanwege de maatschappelijke en politieke roep om hardere straffen in de strijd tegen onderwereldgeweld. Achter dit morele appèl zit de vrees van de advocaat dat zijn cliënt Mike I. wordt meegetrokken door medeverdachte Quincy S.

Lees ook: Hoe justitie 3,6 miljoen versleutelde berichten van criminelen ontcijfert

Onschuldige burger dood

Quincy S. is volgens het OM ook betrokken bij de voorbereiding van een andere liquidatie, in 2015. Daarbij komt niet het beoogde slachtoffer om, maar laat een onschuldige burger het leven.

Die liquidatie vindt plaats op woensdag 13 mei 2015, op de kruising van de Bilderdijkstraat en de De Clerqstraat in Amsterdam. Het slachtoffer wordt beschoten met een automatisch wapen, waarbij ook een passerende tram wordt geraakt. De schutter, met een zwarte helm, verlaat de plek van de aanslag met een eveneens bewapende partner op een scooter.

Volgens de recherche is de schutter Quincy S., een Surinamer die illegaal in Nederland verblijft en eerder in aanraking is geweest met de politie. Hij komt bij de recherche in beeld doordat op 22 februari 2017 een tip over hem binnenkomt. Als uit afgeluisterde gesprekken blijkt dat S. betrokken is bij drugshandel en mogelijk bewapend rondrijdt in de blauwe VW Polo van zijn vriendin, besluit de recherche deze te voorzien van afluisterapparatuur.

Dat leidt in 2017 tot de aanhouding bij de snelwegafrit in Almere. Na de arrestatie blijkt dat het DNA van Quincy S. overeenkomt met DNA dat is gevonden op een kogel die bij de liquidatie in 2015 is afgeschoten. Een man die getuige was van die schietpartij, heeft een signalement van de schutter afgegeven dat volgens de recherche overeenkomt met dat S.

Quincy S. zegt over zowel de zaak van 2017 als die in 2015 dat hij op pad was voor een incasso. Dat gaat in het criminele milieu anders dan bij een deurwaarder, vandaar dat wapen. Jan-Hein Kuijpers, de advocaat van S., stelt dat uit de getuigenverklaringen blijkt dat zijn cliënt in 2015 niet de schutter was. „Dat was zijn partner.” Wie dat is, weigert Quincy S. te vertellen. Dat maakt zijn verhaal moeilijk te controleren.

‘Even een sukkeltje vegen’

Het Openbaar Ministerie stelt dat S. de man is die het onschuldige slachtoffer van dichtbij heeft beschoten en kwalificeert dat als moord. Ook acht officier van justitie Hoekstra hem verantwoordelijk voor de voorbereiding van een liquidatie in Almere. Om haar eis kracht bij te zetten, citeerde ze berichten uit de PGP-telefoon van Quincy waarin hij volgens de officier zijn diensten als huurmoordenaar bewijst: „even een sukkeltje vegen” en „hij is 1000% dood”.

Gezien zijn daden én die woorden vindt officier Hoekstra dat er maar één manier is om de samenleving tegen Quincy S. te beschermen: een levenslange gevangenisstraf. De vraag is of de rechtbank dat ook vindt en of er voldoende bewijs is om dat oordeel te onderbouwen. Tegen zijn vriendin Alida R., Mike I. en een vierde verdachte eisten de officieren van justitie tien jaar celstraf. Een vijfde verdachte moet nog voorkomen.

    • Jan Meeus