In Rusland kun je zomaar extremist zijn

Wetgeving tegen ‘extremistische activiteiten’

Ooit werd de Russische wetgeving tegen extremisme gebruikt tegen radicalisering van moslim-jongeren en extreem-rechts. Maar de laatste jaren wordt de wet steeds willekeuriger ingezet. En ook gebruikt als repressiemiddel.

Een vrouw plaatst knuffels voor het Russische gerechtshof tijdens een mars ter ondersteuning van twee tieners die werden opgepakt omdat ze betrokken zouden zijn bij een extremistische organisatie. Foto Sergei Ilnitsky/EPA

Verschillende aanklagers hebben de zaak al overgedragen – doorgeschoven als een hete aardappel. „Niemand wil zijn baan op het spel zetten met deze zaak”, zegt Daniil Markin. Aan de telefoon klinkt hij tamelijk opgeruimd voor iemand die tot zes jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt.

Daniil Markin is een 19-jarige student fotografie en cinematografie uit Barnaoel, een provinciestad diep in Siberië. Een goedlachse jongen die woont bij zijn grootouders en zijn studie betaalt met freelance fotoreportages. Niet bepaald iemand die je op het eerste gezicht er van verdenkt een ‘extremist’ te zijn.

Toch is dat precies waar Markin van wordt beschuldigd. Volgens het Russiche OM heeft hij zich schuldig gemaakt aan het aanzetten tot haat tegen christenen. Op zijn pagina op VKontakte – de Russische versie van Facebook – had hij in zijn map ‘afbeeldingen’ ruim 1.500 (gefotoshopte) plaatjes opgeslagen. Sommige namen het geloof op de hak. Of zoals het strafdossier het droogjes omschrijft: een afbeelding van Jezus Christus, die een halfnaakte vrouw op de billen slaat. Of: een afbeelding van het personage uit de serie Game of Thrones John Snow, voorzien van een aureool, begeleid met de tekst: ‘John Snow is herrezen! Werkelijk herrezen!’

Markin bewaarde de memes omdat hij ze leuk vond, vertelt hij. De politiefunctionaris die het verhoor afnam vond ze trouwens ook nogal grappig. „Toen we samen de map met afbeeldingen op de computer doornamen moest ik sommige nog een keer laten zien. ‘Die is gaaf’, zei hij dan.”

Markins zaak heeft tot verontwaardiging geleid in Rusland. Vooral omdat er tegelijkertijd twee soortgelijke zaken in Barnaoel spelen. Ook de 23-jarige studente Maria Motoezina en de 38-jarige bouwvakker Andrej Sjasjerin worden vervolgd voor extremisme, vanwege plaatjes op hun site. Barnaoel, zo schreef Novaja Gazeta cynisch, is de ‘hoofdstad van het Russische extremisme’.

De zaken in Barnaoel staan echter niet op zichzelf. Tussen 2013 en 2017 is het aantal veroordelingen voor ‘extremistische uitlatingen’ bijna verdrievoudigd, van 240 naar 658 veroordelingen.

Een scherpe definitie ontbreekt

Lees ook het stuk van Steven Derix over scholieren die massaal de straat opgingen tegen Poetin: Jeugd vooraan in protest tegen Poetin

De Russische wet die extremisme moet bestrijden geeft geen scherpe definitie maar een uitgebreide lijst van ‘extremistische activiteiten’. Daaronder vallen niet alleen concrete handelingen (zoals separatisme of het plegen van een gewelddadige coup), maar ook een groot aantal uitlatingen, zoals het aanzetten tot haat, het rechtvaardigen van terrorisme en het verspreiden van nazi-symboliek.

Ivan Ljoebsjin (37) werd vervolgd omdat hij een YouTube-filmpje plaatste waarin een vergelijking werd getrokken tussen het Molotov-Ribbentroppact en de Russische inmenging in de Oekraïense burgeroorlog. Volgens de rechter was dat ‘haatzaaien’ (artikel 282 van het Russische Wetboek van Strafrecht). Ljoebsjin werd ook veroordeeld voor het posten van een Duitse propagandaposter uit de jaren veertig, waarop een SS’er te zien is met de tekst: ‘zij brachten Rusland de vrijheid’. Artikel 354.1 verbiedt dat. Ljoebsjin kreeg een boete van 400.000 roebel (ruim 5.000 euro). Hij hoopt dat de boete kan worden omgezet in een werkstraf.

De wetgeving tegen extremisme is steeds verder aangescherpt. In 2007 werden ook de activiteiten van niet gewelddadige groeperingen onder de wet geschaard. Sindsdien zijn Jehova’s Getuigen aangemerkt als een ‘extremistische organisatie’ en verboden. De wetgeving die oorspronkelijk bedoeld was om radicalisering onder moslimjongeren of extreem-rechts tegen te gaan, is een middel geworden voor repressie. Zo wordt de wet ingezet om commentaar op de annexatie van de Krim en de Russische betrokkenheid bij de oorlog in Oekraïne de kop te in te drukken. Zeggen dat de Krim terug moet naar Oekraïne, is in Rusland in de praktijk strafbaar. De 41-jarige onderwijzer Aleksandr Byvsjev uit Orlovsk, die gedichten publiceert over het conflict in Oekraïne, is al vijf keer veroordeeld.

Vaak zet de Russische overheid de wetgeving doelgericht in. Zoals in het geval van Olga Nikitova, die vrijwilligerswerk deed voor Volja, een marginale politieke partij die pacifisme combineerde met antiwesterse standpunten en geloof in ufo’s. In 2015 verspreidde Volja een oproep aan Russische militairen om niet langer te luisteren naar hun meerderen. De partij werd daarop verboden, en veel leden werden vervolgd. Omdat het pamflet is aangemerkt als ‘extremistisch’, is iedereen die de tekst heeft door gemaild, strafbaar.

In de afgelopen jaren is het aantal veroordelingen voor ‘extremisme’ meer dan verdrievoudigd

Maar steeds vaker lijken willekeurige burgers te worden vervolgd. De ‘afdeling voor het tegengaan van extremisme’ heeft in elke Russische stad een kantoor, en ook de medewerkers van de ‘afdeling E’ moeten hun bestaan rechtvaardigen – met veroordelingen. Dat geldt trouwens ook voor de vele duizenden medewerkers van de geheime dienst FSB, die verantwoordelijk zijn voor de strijd tegen terrorisme en extremisme.

Vorige week demonstreerden ongeveer 2.000 boze burgers in Moskou in de stromende regen tegen de zaak tegen tien jonge Russen die volgens Justitie betrokken zijn bij een ‘extremistische organisatie’ die uit zou zijn op een gewelddadige omwenteling in Rusland. De jongste van hen, Anna Pavlikova, was 17 toen ze werd gearresteerd. Uit het dossier doemt het beeld op van naïeve twintigers, die discussieerden over politiek op een chatkanaal en elkaar een paar keer ontmoetten in een McDonald’s op de Arbat. De drijvende kracht achter de beweging was een zekere Roeslan D., een man die niet wordt vervolgd en vrijwel zeker een infiltrant is van politie of FSB. Bewijs dat de tien verdachten aanslagen voorbereidden is er niet, maar er is niet veel nodig voor een veroordeling voor ‘extremisme’.

Lees ook het achtergrondverhaal van Eva Cukier over het steeds lastiger worden van kritiek uiten op Poetins beleid: 320 uur taakstraf om een tweet

Ook andere wetsartikelen leiden tot vonnissen – bedoeld of onbedoeld. Artikel 148 van het Russische Wetboek van Strafrecht stelt het ‘beledigen van de gevoelens van gelovigen’ strafbaar. Vooral de aanhangers van de Russisch-orthodoxe Kerk zijn beledigd, zo blijkt. Viktor Krasnov (40) voerde in 2014 een discussie met enkele orthodoxen over de vraag of je je vrouw mag slaan (de orthodoxen vonden van wel). „God bestaat niet”, schreef Krasnov. Daarna noemde hij zijn opponenten „lammeren Gods”. Een term die hij ontleende aan Johannes 1:29, maar waar Krasnovs opponenten evengoed aanstoot aan namen. Na een lang proces werd Krasnov in 2015 vrijgesproken. Intussen had hij wel een maand – gedwongen – in een psychiatrisch ziekenhuis doorgebracht. Zijn bedrijfje in antiquaria is over de kop – ondermeer omdat hij nog altijd op een zwarte lijst van ‘extremisten’ staat en hij daarom geen bancaire operaties mag doen.

Pure willekeur

„Natuurlijk is er een politieke component”, zegt Aleksandr Verchovski, voorzitter van de Russische mensenrechtenorganisatie Sova. „Maar een heel groot deel van de veroordelingen zijn pure willekeur.” Aanklagers en rechters passen de wetgeving blind toe, zonder te letten op de context van een vergrijp. „Er wordt niet gekeken of de uitlatingen een daadwerkelijk gevaar vormen.”

Een goed voorbeeld daarvan is een artikel dat niets met extremisme te maken heeft, maar wel onschuldige slachtoffers maakt. Artikel 138-1 verbiedt het ‘voorhanden hebben van een technisch apparaat voor het heimelijk verzamelen van informatie’. De wet is bedoeld tegen de illegale verkoop van ‘spionage-apparatuur’. Maar de criteria daarvoor zijn onduidelijk. De oom van studente Roksana Netsjet vond een gps-tracker in het park. Toen Roksana het apparaatje probeerde te verkopen op internet, kwam ze in contact met een undercover politieagent. Na de pseudokoop werd ze in de boeien geslagen. Ook haar hangt gevangenisstraf boven het hoofd. In 2017 werden 254 Russische burgers veroordeeld wegens het voorhanden hebben van een illegaal spionagemiddel.

De eerstvolgende zitting in de zaak tegen Daniil Markin is in oktober. Volgens hem hebben verschillende officieren overwogen de zaak te seponeren. Meer dan 30 getuigen – vrienden en studiegenoten – zijn gehoord. Niemand heeft iets belastends verklaard, zo zegt hij zelf. Maar Markin weet ook dat verdachten in Rusland bijna altijd worden veroordeeld: „het aantal vrijspraken ligt geloof ik op 1 procent.”

Zij zijn aangeklaagd:

Viktor Krasnov

„Ik had een discussie in een lokale groep op VKontakte [het Russische Facebook]. Mijn opponenten stelden dat een man zijn vrouw mag slaan. Ik vond dergelijke teksten gevaarlijk en noemde hen ‘lammeren Gods’ – een term die afkomstig is uit het Evangelie. Ik schreef: ‘God bestaat niet.’ Voor mij was het een schok dat je daarvoor zes jaar de cel in kan gaan. Ik was een maand gedwongen opgenomen in een psychiatrische kliniek. Mijn zaak in de edelsmeedkunst is over de kop gegaan, omdat ze me op een zwarte lijst van extremisten plaatsten. Al mijn rekeningen werden geblokkeerd. In 2015 ben ik vrijgesproken. Ik ben nu langzaam bezig mijn zaak weer op te bouwen. Ik probeer nu andere mensen die hiervoor vervolgd worden, te helpen.”

Olga Nikitova

„Ze hebben mij veroordeeld voor het rondmailen van een pamflet: ‘Een oproep aan de militairen van de Russische Federatie’. Die tekst was bedoeld tegen de oorlog in Oekraïne. Hij was opgesteld door het Comité voor de redding van Rusland, die was gelieerd aan de partij Volja [een partij die antiwesterse sentimenten combineerde met het geloof in ufo’s].
„In 2015 is die tekst bestempeld als ‘extremistisch’ en is de partij verboden. Sindsdien zijn verschillende leden van de partijleiding vervolgd. In mijn geval kwalificeerden ze de e-mails als het ‘aanzetten tot haat tegen een sociale groep’. De aanklager vond dat die ‘sociale groep’ de Russische overheid was. Ik ben veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijk.”

Daniil Markin

„In de map afbeeldingen op mijn pagina op VKontake had ik meer dan 1.500 memes opgeslagen – gewoon, omdat ik ze leuk vond. Het was pure satire. De agent die het verhoor afnam, wilde sommige ook opnieuw zien. De mensen die mij achter de tralies probeerden te krijgen moesten er ook om lachen. Het onderzoek duurt nu al meer dan tien maanden. Volgens mij wil niemand deze zaak doen. Maar het OM heeft al zo veel tijd en geld geïnvesteerd dat ze nu niet meer terug kunnen. Ze moeten nu winnen. Hoe, dat interesseert ze niet. Ik woon bij mij grootouders, die hebben een appartement in het centrum van Barnaoel. Ik neem geen geld aan van mijn ouders – uit principe.”

Ivan Ljoebsjin

„Ik werkte als verkoopmanager, nu ben ik werkloos. Na mijn veroordeling ben ik op een zwarte lijst gezet, en kan ik geen gebruik maken van mijn rekening. Ik heb een filmpje online gezet over de Sstalinistische misdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het filmpje ging ook over de oorlog in Oekraïne. Volgens de officiële lezing zijn daar geen Russische troepen, maar dat is een leugen. Het filmpje is gemaakt in Oekraïne, dat klopt én met politieke bedoelingen. Ik raad iedereen aan om het te bekijken. Ik ben verder veroordeeld vanwege het posten van Duitse propaganda uit WO II. Ik ben vrijwilliger voor [oppositieleider] Navalny. Misschien heeft mijn veroordeling daarmee te maken.”

Roksana Netsjet

„Ik ben net afgestudeerd als klinisch psycholoog. Mijn pleegvader vond bij het uitlaten van de hond een gps-tracker: mini-A8. Ik heb een berichtje opgehangen in de portiek. Toen niemand zich meldde, besloot ik het ding te verkopen. De koper wilde niet langs komen bij mij thuis, maar afspreken in het centrum. Toen ik hem daar ontmoette, zei hij dat hij van de politie was en werd ik aangehouden. Zoals ik nu begrijp, kan ik daarvoor worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. Ik ben totaal in shock, en mijn familie begrijpt er ook niets van. De politie wilde weten wat ik allemaal online in China had gekocht. Dat heb ik laten zien: kleding, sieraden. Ik ben nu op vakantie in Sotsji, om uit te rusten.”

Gennadi Tsjernov

„Ik werk als IT-specialist. Ik wist van artikel 138-1, dat illegale spionagemiddelen verbiedt. Ik snapte daarom ook dat je niet zomaar Chinese gadgets online kunt bestellen. Ik ben daarom eerst naar een winkel gegaan, waar ze spullen verkopen die officieel gecertificeerd zijn. Daarna heb ik dezelfde dictafoon online besteld – maar dan goedkoper.
„Ik was alleen niet tevreden over de kwaliteit ervan, en daarom heb ik geprobeerd hem online te verkopen. De undercoveragent die de recorder van mij kocht, stelde dat het een middel was om heimelijk gesprekken op te nemen. Dat was echter moeilijk vol te houden, omdat er in grote witte letters ‘Recorder’ op het apparaat stond. Ik ben vrijgesproken – na 25 zittingen.”

    • Steven Derix