Recensie

IJle voorstelling over de ongrijpbaarheid van tijd

In ‘Tussenland’ van het Leidse PS-Theater wordt een impressie gegeven van de rol die ons tijdsgevoel speelt in het leven.

Tijs Huys (links) en Wil van der Meer spelen meerdere rollen in Tussenland van PS-Theater, te zien op locatie in een park in Leiden.

‘Het gaat altijd om die ene seconde die alles bepaalt.” „Om de tijd te vangen hebben we alle tijd.” „Voor je het weet is de tijd je voorbij.” Met tijd kún je alle kanten op, blijkt uit de openingszinnen van Tussenland van PS-Theater, het stadsgezelschap van Leiden.

In deze voorstelling, gespeeld in een park aan de rand van de stad, gaat het over de vele manieren waarop je tijd kunt ervaren en de weerslag van dat gevoel op ons leven. Boven op de stellage van drie verdiepingen, mede gevuld met zes figuranten van alle leeftijden, zegt acteur Wil van der Meer, wijzend op de rode gloed aan de horizon: „Een zonsondergang is altijd op tijd.”

Lees ook de recensie van De Blinden door LOD muziektheater ism. Theaterproductiehuis Zeelandia: Zingen met ogen dicht bij Veere’s stadswal

Van der Meer en Tijs Huys spelen, in de regie van Pepijn Smit, in door elkaar gesneden scènes, meerdere koppels, die de tijd aan den lijve ondervinden. Zoals een stel dat kibbelt over hun relatie, die wordt bemoeilijkt door het leeftijdsverschil van dertig jaar. En ze spelen een zieke, barse vader en zijn onmachtige zoon. „Kan je nog een beetje wat verdienen?”, vraagt de vader. „Als je wilt weten hoe het me gaat, kun je dat vragen”, antwoordt zijn zoon.

Dat zijn intrigerende aanzetten, maar de voortdurende wisseling van personages levert korte, schetsmatige scènes op, waarbij de figuren weinig reliëf krijgen.

De onafwendbaarheid van de dood en de ongrijpbaarheid van geluk passeren diverse keren, de meeste keren zonder veel emotie los te maken. Daarvoor zijn de teksten te ijl en alledaags, zoals bij de oude zieke man die terugkijkt op zijn leven en opsomt: „Je hebt je biertje, je caravan.” Wat ook ontbreekt, is wat venijn of gevoel voor zwarte humor. Zelfs bij de jonge man die woedend is omdat hij doodziek is en verkrampt scheldt op vogels: „Kankermeeuwen.”

Huys en Van der Meer verkleden zich steeds, hetgeen het tempo niet ten goede komt. Die tussenmomenten worden gevuld door drie muzikanten, die in een glazen kas op de begane grond hun liedjes spelen. Vooral de prettig schurende Nederlandstalige liedjes van Rian Evers vallen op, door haar Roosbeef-achtige frasering. Dat helpt om de tijd bij Tussenland door te komen.

    • Ron Rijghard