In beeld

Het strand is hun kantoor

Fotograaf David van Dam trekt deze zomer naar de Haagse stranden, en brengt de mensen die er werken in beeld. Van toeristentreintjesbestuurder tot kitesurfleraar. „Lijn 11 is wel een mooie. Met twee stappen sta je op de boulevard.”

Yannick Claproth (27) behoort tot de ‘jump crew’ van Bungy Jump Holland, naast De Pier in Scheveningen. Daar kun je – de naam zegt het al – vanaf een zestig meter hoge toren bungeejumpen boven zee of van een zogeheten zipline roetsjen. Eenmaal beneden „vindt iedereen het geweldig”, zegt Claproth. Het is bovenaan de toren dat mensen nog weleens een figuurlijk zetje nodig hebben. Claproth begon op 23-jarige leeftijd bij de inschrijvingen en is inmiddels ‘eindverantwoordelijke’; hij gaat met de avonturiers mee omhoog. Dit is zijn bijbaan, Claproth studeert scheikunde in Rotterdam.
Foto David van Dam
„Als kind bracht ik het grootste deel van de tijd in de zee door en sindsdien ben ik hooked aan het surfen”, schrijft Bruce Boelens (33) op de website van zijn ‘mobiele’ surfschool in de omgeving van Den Haag. De locatie van zijn surfschool wisselt altijd. Dat zit zo: Boelens werkte negen jaar lang als surfinstructeur bij verschillende surfscholen in Scheveningen. Daar merkte hij dat surfen steeds populairder werd, en de stranden drukker. „Terwijl er zoveel mooie, rustige plekken zijn hier.” Nu zoekt Boelens vier dagen van tevoren uit waar de golven het beste zijn, en maakt dan pas een afspraak met leerlingen. „Het moet de allerbeste ervaring zijn”, zodat iedereen net zo hooked wordt als hij.
Foto David van Dam
Patrick Pool (38, links op de foto) staat met zijn collega’s vlak bij het eindpunt van tram 11, op de boulevard van Scheveningen. Pool is buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) voor het Haagse openbaarvervoersbedrijf HTM. Hij controleert vervoersbewijzen en ziet toe „op het naleven van de huisregels”. Pool en zijn collega’s reizen door de hele stad, maar werken in de zomer vanwege de drukte vaker op de lijnen die naar het strand gaan. Met een beetje geluk hebben ze tegen de tijd dat ze bij het eindpunt zijn, ook pauze – elke twee uur een kwartiertje. „Lijn 11 is wel een mooie. Met twee stappen sta je op de boulevard.”
Foto David van Dam
Maurice de Bruijne (32) is eigenaar van de Boulevardtrein, een toeristentreintje dat een rondje door Scheveningen rijdt, onder meer over de boulevard. Normaal gesproken alleen in het weekend, maar in de zomer rijdt de trein elke dag. De rit begint bij de Scheveningse Pier en rijdt in een half uur langs allerlei bezienswaardigheden, zoals de Seinpostduin, Oud Scheveningen en de havens. De familie van De Bruijne had vroeger meerdere hotels in Scheveningen. In 2004 kwam daar het treintje bij. De trein rijdt zo’n tien keer per dag. En nee, dat doet De Bruijne niet altijd meer zelf. „Daar heb ik enthousiaste chauffeurs voor.” Wie er vooral meerijden? „Dat zijn voor 80 procent Nederlandse dagjesmensen: gezinnen met jonge kinderen, en ouderen.”
Foto David van Dam
Sjoerd Kegel (24), op de foto met oranje T-shirt aan en knotje in zijn haar, werkt voor een marketing- en promotiebedrijf in Leiden. Hij reist heel Nederland door om verschillende merken onder de aandacht te brengen bij passanten. In de zomer staat hij regelmatig op het strand – mooi weer betekent veel mensen. Op de foto (eind juni genomen) is hij met een collega in Scheveningen voor een loterijbedrijf. Kegel uit Alphen aan den Rijn „geniet” van zonnige dagen als deze, vertelt hij. „Ik hou erg van het strand en van de zon.” Voor minder warmtebestendige collega’s is er altijd nog het bedrijfshitteplan: goed smeren, zonwerende kleren aan en véél water drinken.
Foto David van Dam
Bianca Buth (24), links op de foto, werkt al sinds haar tienerjaren voor de vrijwillige reddingsbrigade in Den Haag. De brigade herenigt zoekgeraakte kinderen op het strand met hun ouders, ziet erop toe dat mensen niet te ver de zee ingaan, waarschuwt voor gevaarlijke stromingen en schiet te hulp in noodgevallen. Hier patrouilleert Buth op de fiets, maar het had evengoed een auto of waterscooter kunnen zijn. Buth is zo ongeveer om het weekend op het strand te vinden – vanwege het laatste jaar van haar studie geneeskunde nu iets minder vaak dan voorheen. Ze groeide op als een echt „strandkind”, vertelt Buth. „We kwamen hier dagelijks. Mijn ouders leerden elkaar kennen bij de reddingsbrigade.”
Foto David van Dam
Piet van der Ven is al 81, maar is elke week nog een dag in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen te vinden. Hij onderhoudt en restaureert de beelden van het museum, dat zich uitsluitend op beeldhouwkunst richt. Er staan bijna 700 beelden. Van der Ven werkt er sinds het museum geopend werd, in 1994. „Het is heerlijk”, vertelt Van der Ven, „om dingen te restaureren waarvan anderen zeggen: dat is niet meer te redden.” Ook buiten zijn werk voor het museum is hij veel met kunst bezig. „Ik doe van alles: ik teken, schilder, beeldhouw, maak stalen sculpturen. Ik vind het allemaal zalig.” Aan stoppen moet hij absoluut niet denken. Van der Ven grapt: „Want als je er eenmaal mee uitscheidt...”
Foto David van Dam
Minstens twaalf knopen moet de windsnelheid zijn, en als de wind dan ook nog schuin richting de kust staat, dan zijn de omstandigheden om te gaan kitesurfen perfect. Of om er les in te geven, zoals Bianca Sloos (39) hier doet op het Haagse Zuiderstrand. Sloos geeft de lessen naast haar werk als zelfstandig adviseur voor (semi-)overheidsinstellingen. Ze geeft ook les in mindfulness en in karate, en loopt graag hard. Met kitesurfen kwam ze in aanraking via een voormalige geliefde. De sport geeft haar „een gevoel van vrijheid”. Maar het is ook intensief. Als instructeur moet je goed opletten, vertelt Sloos. „Het kan heftig zijn. Je kunt flink met je kite worden meegetrokken. Dan moet ik zorgen dat leerlingen ontspannen blijven.”
Foto David van Dam
Edward Knapp-Fisher (43) is vrijwilliger bij de Redding Maatschappij en in het seizoen werkt hij freelance als "hoofd technische dienst" bij zeven strandtenten. Overdag rijdt hij met een 45 jaar oude Amerikaanse pick-up over het strand en staat hij stand-by voor de KNRM (Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij). Zes jaar geleden verhuisde hij voor zijn hobby kitesurfen naar Scheveningen en hij zag toen bij de visboer op de hoek een poster van de KNRM, die vrijwilligers zocht. "Vrij snel na de informatieavond kreeg ik een pieper en de sleutel en inmiddels zijn we zes jaar en honderden reddingen verder." Het mooiste aan zijn werk vindt hij de “saamhorigheid onder de bemanning”. Hij staat in het leven zoals Pippi Langkous: "Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan."
Foto David van Dam