Het nieuws als compositie in mineur

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: over de goednieuwscrisis in de media

Bent u een voorpaginamens of een achterpaginamens? Begint u de krant hier of eindigt u er juist? Tussen die twee pagina’s ligt een wereld van verschil. De voorkant brengt het grote nieuws dat meestal slecht nieuws is. De nieuwste crisis, schandaal of ramp roept verontwaardiging, angst en boosheid op. De achterkant serveert lichtere kost, die eerder een glimlach of blik van herkenning brengt.

Voorpaginisten hebben het tij mee. Er zijn steeds meer crises. Althans volgens de krantenkoppen. De financiële crisis, de eurocrisis, de klimaatcrisis, de immigratiecrisis, de vertrouwenscrisis. Allemaal even verschrikkelijk. Maar de echte crisis is de goednieuwscrisis. Er is een snel stijgend tekort aan positieve berichten.

Dit verschijnsel blijkt goed gedocumenteerd. Zo is er het onderzoek naar berichtgeving in The New York Times dat de psycholoog Steven Pinker beschrijft in zijn recente boek Enlightenment Now. In de naoorlogse jaren is het nieuws gemiddeld positief van aard, gemeten naar het voorkomen van opbeurende woorden als ‘goed’ en ‘aardig’. Maar begin jaren zeventig slaat de toon dramatisch om. Termen als ‘slecht’, ‘vreselijk’ en ‘crisis’ infiltreren de pagina’s. Na een korte opleving in de jaren tachtig, zakt de berichtgeving verder naar droefgeestigheid. Pinker merkt op dat journalisten tegenwoordig de uitdrukking ‘ernstige crisis’ gebruiken. Het nieuws als compositie in mineur.

Als kind had ik al last van die sombere krantenkoppen. De Koude Oorlog, de apocalyptische voorspellingen van de Club van Rome, treinkapingen, de oliecrisis, de Baader-Meinhof-groep. Mijn schooltijd was inktzwart. De nonnen zetten bij elke ramp onze les stil om in gebed te gaan. Aan de muur van het klaslokaal hing een poster van de aarde als opbrandende kaars. Terwijl mijn leven begon, ging het lichtje van de wereld uit.

Later, toen ik in verwachting was, hoopte ik elke middag dat de krant op de goede manier op de deurmat zou vallen: met de achterpagina boven. Ik kon het slechte nieuws eenvoudigweg niet combineren met het kwetsbare leven dat ik in me droeg. Ik had oogkleppen nodig om een kind op deze wereld te zetten. Ik begon met de faits divers op de achterpagina en werkte dan via recepten, boeken en films naar de ramp op de voorpagina toe.

Vandaag is het niet beter. Toen ik laatst de krant kocht bij de kiosk op het stadspleintje, vroeg de kioskhouder mij schertsend: „Wilt u het goede of het slechte nieuws.” We grapten over hoe dun die goednieuwsbijlage zou zijn, zeker hier in Amerika. Er zouden zeker geen politieke berichten in staan, want daar is goed nieuws geen nieuws. Ook geen sport; iedere winnaar vraagt immers om een verliezer. Ja, kunst, cultuur, wetenschap, als er tenminste geen schandaal is, wat de laatste tijd zo vaak het geval is.

Ik kan me gemakkelijk voorstellen dat deze lijn zich voortzet. Dat het slechtnieuwsniveau steeds hoger komt te staan, zoals de zeespiegel rijst door de opwarmende aarde – toch weer die brandende kaars. Het goede nieuws trekt zich dan steeds verder terug, tot uiteindelijk alleen deze achterpagina. Een kleine vluchtheuvel in een zee van ellende. Totdat op een dag ook hier een negatief stukje verschijnt.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong