Opinie

Help je (klein)kind aan een koophuis, schenk erfenis alvast

Een studieschuld door de vingers zien is niet zo sympathiek als het lijkt, schrijft . Beter als (groot)ouders de starter helpen bij de aankoop van een huis.

Foto ANP

Gelukkig: het afschaffen van de basisbeurs blijkt niet voor een lagere instroom in het hoger onderwijs te zorgen. Wel blijven jongeren langer thuis wonen en steken zij zich dieper in de schulden. Dat laatste maakt het lastiger om na hun studie een huis te kopen.

Toen in 2015 het sociaal leenstelsel werd ingevoerd, was de vrees dat kinderen van minder kapitaalkrachtige ouders zouden afhaken. Die vrees bleek onterecht. Wie ouders heeft met een laag inkomen komt in aanmerking voor een ‘aanvullende’ beurs. Het leenstelsel lijkt zelfs weinig effect te hebben op de studiekeuze van jongeren. Nog steeds kiest 9 procent van de eerstejaars voor kunst of psychologie, terwijl de vooruitzichten op een baan voor die opleidingen bepaald niet gunstig zijn.

Wat wel verandert: studenten blijven langer bij hun ouders wonen. In 2016 was nog maar 6 procent van de hbo’ers en 24 procent van de wo’ers binnen 4 maanden het huis uit. Bijna de helft minder dan vóór het afschaffen van de basisbeurs. Daarmee besparen ze honderden euro’s per maand op dure studentenkamers. Toch lijkt dat er niet toe te leiden dat de schuld daalt: inmiddels staat de gemiddelde afstudeerder voor meer dan 15.000 euro in het rood bij DUO. Zo’n schuld kan bij het kopen van een huis een blok aan het been zijn, want het beperkt de leencapaciteit. Terecht: een studieschuld door de vingers zien is niet zo sympathiek als het lijkt, want overkreditering ligt op de loer. Wel kan er in bepaalde gevallen worden gerekend met een hoger inkomen: denk aan de student geneeskunde in het laatste jaar van haar co-schappen. Op macro-niveau zijn starters echter niet geholpen met een hogere leencapaciteit: probleem in de huidige markt is immers het gebrek aan huizen. En dan leidt meer geld vooral tot hogere prijzen.

Elke maand een tientje

Het is daarom essentieel dat er meer huizen worden gebouwd. Maar dat laat nog wel even op zich wachten. Intussen staan jongeren door hun groeiende studieschulden wel steeds verder achter op de huizenmarkt, zeker vergeleken met doorstromers die kunnen profiteren van overwaarde op hun oude huis of hun fiscaal gunstige aflossingsvrije hypotheken mogen meenemen. Totdat er voldoende betaalbare woningen zijn bijgebouwd, zijn toekomstige kopers dus vooral gebaat bij het beperken van hun studieschuld. Uit een enquête die wij eerder dit jaar samen met het Nibud uitvoerden, blijkt bijna de helft van de ouders al te sparen voor de studie van hun kinderen, nog eens 30 procent is dat van plan.

Aan grootouders hebben wij dit niet gevraagd. Wel is bekend dat opa’s en oma’s gemiddeld meer spaargeld hebben dan ouders. Stel dat zij vanaf de geboorte van hun kleinkind elke maand één of twee tientjes opzij zetten, of hun al studerende kleinkind af en toe wat schenken. Dat zet zoden aan de dijk. Toevallig is de jaarlijkse schenkingsvrijstelling met 2.129 euro per jaar ook net iets hoger dan het collegegeld. En het is natuurlijk veel leuker om te schenken dan om een erfenis achter te laten. Vaarwel basisbeurs, lang leve de oma-beurs?