In Zeeland wordt het tekort aan tandartsen opgelost met Spanjaarden

Tandartsentekort Het tekort aan tandartsen in Nederland loopt op. Spaanse afgestudeerden bieden – na bijscholing en taalcursus – uitkomst. Ook in de Zeeuwse praktijk van het tandartsengeslacht Heijers. Wrang detail: door de studentenstop konden twee zoons geen tandarts worden.

Tandarts Maartje Heijers met een Spaanse afgestudeerde tandarts. Foto Merlin Daleman

In de wachtkamer van Tandheelkundig Centrum Noord-Beveland, in het Zeeuwse Kortgene, kijken twee bezoekers elkaar verschrikt aan. Er wordt verderop zo hard geboord dat Damir Osmanovic zijn praatje met Elma Bogert moet staken. Zijn vrouw ligt op dit moment in de stoel, Bogert is na haar aan de beurt. Al snel worden de twee gerustgesteld. Verderop staan ze in een muur te boren, niet in een gebit. De praktijk wordt uitgebreid.

Tandarts Maartje Heijers (34) heeft deze zaterdag weekenddienst. Ze neemt het hele eiland waar: Noord- en Zuid-Beveland, van De Banjaard tot Bath. Een gebied met 100.000 inwoners, en in de zomer komen daar de toeristen bij.

Dit is haar eigen praktijk, met 6.500 patiënten, die ze met haar broer van haar ouders overnam. Zij het klinische gedeelte, haar broer beheert als bedrijfskundige de financiën, planning en personeelszaken. „Een geluk”, zegt vader Hans Heijers (68). „Anders hadden de Spanjaarden het hier overgenomen.” Drie van de vier vaste tandartsen in dienst van de praktijk zijn Spaans. De ander is Duits.

Lees ook: Let op die schroeven in je mond

Het tandartsentekort in Nederland loopt op. Vooral in de krimpgemeenten aan de randen van Nederland – Zeeland, Limburg, het oosten en het noorden – levert dat problemen op. Veel praktijken kiezen er, net als Maartje Heijers, voor om tandartsen in het buitenland te werven. 1.500 op de ruim 9.000 tandartsen in Nederland komen inmiddels van over de grens, de meesten uit Duitsland, België en Spanje, waar juist een overschot aan tandartsen is.

Vader en moeder Heijers hebben zich vorig jaar uit de Zeeuwse praktijk teruggetrokken. De praktijkorthodontist is een oom van Maartje, haar andere oom werkte ook in de praktijk maar is inmiddels met pensioen. Moeder Els is nog wel vaak op de zaak, om de jonge Spaanse tandartsen te begeleiden. Vooral op het gebied van preventie – patiënten leren hoe ze hun gebit goed moeten verzorgen – moeten de afgestudeerden uit Spanje vaak nog veel bijleren.

Werven in Spanje

Henk van Soest, die al zeventien jaar in Spanje woont, begon vijf jaar geleden met het werven van Spaanse en Portugese tandartsen voor Nederland. Met name door de privé-universiteiten, die goed verdienen aan tandartsstudenten, is daar nog steeds een overschot aan tandartsen. Hij heeft de laatste jaren meer dan honderd tandartsen geleverd, onder meer aan de praktijk in Kortgene. Er is veel vraag in Friesland, Groningen, Maastricht, Zeeuws-Vlaanderen, „overal waar Nederlanders niet naartoe willen”.

Maartje Heijers is per tandarts aan taalcursussen en wervingskosten zo’n 20.000 euro kwijt.

Vandaag is er veel familie over de vloer. Naast vader en moeder is de oom die voor zijn pensioen in de praktijk werkte op bezoek met zijn twee zoons en kleinkinderen. Zijn jongste zoon is óók tandarts, in een praktijk in Wormerveer. Tijdens familiebezoek in Nederland kijkt de oom altijd even de kindergebitten na, en doet dat nu om „logistieke redenen” in de praktijk van Maartje. De zoon in kwestie steekt zijn hoofd om de hoek van de praktijkkeuken. Problemen met de compressor.

Uitgeloot als tandarts

De familie Heijers is een tandartsengeslacht. Vader komt uit een gezin van tien. Twee kinderen werden tandarts, twee andere orthodontist „en dan zijn er nog een paar getrouwd met tandartsen”. Maar van zijn vier eigen kinderen kon alleen Maartje tandarts worden.

Terwijl de familiepraktijk tandartsen uit het buitenland moet werven om het tekort op te vangen, konden twee van zijn eigen kinderen in Nederland het vak niet leren vanwege de studentenstop, de numerus fixus, die al ruim veertig jaar bestaat. In 2017 werden acht van elke tien studenten uitgeloot.

Maartjes beide broers werden drie keer uitgeloot. Een is nu helikopterpiloot, de ander heeft bedrijfskunde gestudeerd en is op wereldreis, zoekende naar wat hij wil doen.

Moeder Els werd in 1979 uitgeloot voor tandheelkunde, in de eerst lichting. In Nederland was een overschot aan tandartsen. Els: „Erg was dat toen niet. Je wist dat je een jaar later bovenaan de lijst stond en alsnog kon studeren.”

Els en Hans komen uit De Bilt en Wageningen en leerden elkaar in Utrecht bij de opleiding kennen. In die regio een praktijk opzetten leek hun onverstandig, er waren daar al meer dan genoeg praktijken.

Hun oog viel op Noord-Beveland. Els’ familie had daar een vakantiehuis, zij kende de regio. Els: „Die eerste jaren waren niet makkelijk. Zeeuwen kijken de kat uit de boom. Al moesten ze er uren voor omrijden, nog gingen ze naar hun vertrouwde tandarts.”

Na een paar jaar begon de wachtkamer vol te lopen. Op het whiteboard in de keuken hangt een kaartje van een voormalig patiënt. Ze biedt haar excuses aan dat ze na haar verhuizing overstapt naar een andere tandarts, die om de hoek zit, en bedankt voor veertig jaar goede zorg: „Altijd welkom in Goes!”

Kloof tussen volwassenen

De hoogtijdagen van de tandheelkundige zorg in Nederland: de tijd van het ziekenfonds. Bijna alle tandheelkundige behandelingen werden vergoed. Dat veranderde in de loop van de jaren negentig, toen mensen zich aanvullend moesten verzekeren voor tandartszorg. Totdat iemand achttien jaar is, is de zorg is „perfect geregeld”. Bij volwassenen ziet Els een kloof ontstaan tussen mensen die keurig elk halfjaar op controle komen, en de mensen die uit angst voor een hoge rekening pas verschijnen als ze vergaan van de pijn – en voor wie kiezen trekken en protheses aanmeten dan de enig overgebleven opties zijn.

Rond het jaar 2000 werd het tekort in de praktijk in Kortgene voelbaar. De eerste buitenlandse tandarts, uit voormalig Joegoslavië, kwam „ergens in 2004” aan. Matthias Millner volgde, de Duitse tandarts die nog steeds in de praktijk werkt. Een Bosnische tandarts kwam en is inmiddels vertrokken, evenals een Poolse. Op vacatures reageerden geen geschikte kandidaten. Geen tandartsen, geen mondhygiënisten. Moeder Els moest onderhand met pensioen, Maartje kon een tijdje minder werken vanwege ziekte.

De familie Heijers had een structurele oplossing nodig. Die vonden ze in de jonge Spaanse tandartsen, die in 2016 aankwamen. Ze hadden veel begeleiding nodig, maar op hen konden ze „nog hun eigen stempel drukken”.

Lees ook het interview met tandarts en hoogleraar Michiel Eijkman: ‘Ik leerde dat je moet luisteren met je ogen’

Zeeuwse rust

Een van die Spaanse tandartsen die naar Kortgene kwam, is de 25-jarige Libe San Miguel. Ze studeerde twee jaar geleden in Bilbao af als tandarts en volgde drie maanden een fulltime cursus Nederlands. Wat haar aantrok in Nederland, of liever: Zeeland? „Je bent niet de enige die het vraagt”, zegt ze. „Ik hou van de rust, ik groeide op in een dorp. Bovendien zitten hier ook andere Spanjaarden. Als iemand me Spaans hoort praten, vragen ze meteen: ben je tandarts?”

San Miguel buigt zich over de pijnlijke kies van Elma Bogert, die net nog in de wachtkamer zat. Ze begint een wortelkanaalbehandeling. Terwijl zijn vrouw bij Maartje aan de balie staat, laat Damir Osmanovic op zijn telefoon enthousiast foto’s zien. Hijzelf, stralend naast een lege tandartsstoel. Nog een. Hij weer, nu met zijn arm om de schouder van een ongemakkelijk lachende tandarts. Tegen de verslaggever: „Normaal hoor ik een boor en zjoep, ik vlieg naar buiten. Maar deze man was geweldig. Alle angst weg. Hij begrijpt mij.”

Hij draait zich om naar Maartje. „Maar jij bent óók geweldig! Jij hebt ons zo goed geholpen. Wij worden hier klant.” Ze zijn een paar jaar geleden van Friesland naar Goes verhuisd, en in het begin reed hij voor tandartsbezoek terug naar Drachten – „driehonderd kilometer heen en terug” – omdat ze geen tandarts konden vinden. „Vol, vol, allemaal vol.”

Maartje heeft geen patiëntenstop. „Ik zou kunnen zeggen: dit is het, ik stop met zoeken naar nieuwe tandartsen en ik bouw geen extra praktijkruimtes. Maar ik ben daar te ondernemend voor.”

Sowieso wijst ze liever niemand de deur. „Een afgebroken kunsttand is eigenlijk geen spoed. Maar als je in de bediening werkt, is het echt vervelend om een paar dagen zonder voortand rond te lopen. Dus als het maar een beetje kan, probeer ik mensen te helpen. Dat is uiteindelijk toch waar je dit werk voor doet.”

    • Simoon Hermus