Een icoon van de Israëlische vredesbeweging

Uri Avnery (1923-2018) In verschillende gedaantes wilde Avnery, die in 1933 het nazisme had ontvlucht, vrede stichten. Hij speelde steeds met zijn leven.

Vredesactivist Uri Avnery. Foto Dominique Faget/AFP

Uri Avnery, die maandag op 94-jarige leeftijd overleed, was een van Israëls prominentste critici, en het gezicht van het linkse vredeskamp. Maar zijn leven is ook intiem verbonden met het land waar hij tot zijn dood een luis in de pels bleef.

Bij vrijwel alle grote wendingen die Israël sinds het ontstaan in 1948 meemaakte, speelde Avnery een grote rol, als politicus, schrijver, journalist en vredesactivist. Hij begon met het geweer. Avnery, die in 1933 als Helmut Ostermann het nazisme in Duitsland had ontvlucht, sloot zich in 1938 aan bij Irgun, een rechts-zionistische paramilitaire organisatie die vocht voor een onafhankelijke Joodse staat. Die ervaring, zei hij later, vormde zijn ideeën over goed en kwaad. Voor de een ben je een vrijheidsstrijder, voor de ander een terrorist. Irgun, concludeerde hij, was een terroristische organisatie. Hij verliet Irgun in 1942.

Zwaaien met de Palestijnse vlag

Avnery vocht mee in de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948, waarbij hij zwaargewond raakte. Tijdens die oorlog had hij zijn roeping gevonden als journalist. Hij kocht de noodlijdende krant HaOlam HaZeh (Deze Wereld), die onder zijn leiding steeds kritischer werd op de Israëlische regering. Ook zijn ideeën veranderden: hij ging geloven in de noodzaak van een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël.

Vanaf de jaren zestig werd Avnery voor verschillende linkse partijen gekozen in de Knesset. Hij werd het eerste Israëlische parlementslid dat met een Palestijnse vlag zwaaide in de plenaire zaal. Telkens weer speelde Avnery met zijn leven. Het redactiekantoor van zijn krant werd meerdere malen belaagd door tegenstanders. De geheime dienst zag in hem een staatsvijand. In 1982 ontmoette Avnery PLO-leider Yasser Arafat in Beiroet, tijdens het Israëlische beleg van de stad. Opnieuw ontsnapte Avnery aan de dood: de Mossad plande een moordaanslag op Arafat tijdens dit bezoek. Die aanslag ging op het laatste moment niet door. Altijd zorgde Avnery voor een plek in het middelpunt van de actie. „Als er oorlog uitbreekt, voel ik de grote behoefte het zelf te gaan bekijken”, zei hij zelf.

Oorlogsheld met witte baard

Avnery bleef gedurende de jaren tachtig in gesprek met Arafat, en stond zo aan de wieg van de Oslo-akkoorden van 1993. Hij richtte in 1992 Gush Shalom (Vredesblok) op, een kleine, maar invloedrijke vredesorganisatie. Avnery voelde zich nooit geroepen zich bij grote bewegingen aan te sluiten. Hij was kritisch op rechts Israël, maar net zo goed op de internationale boycotbeweging BDS en het eigen linkse vredeskamp. Hoewel Gush Shalom een kleine groep bleef, werd Avnery, de charismatische oorlogsheld met zijn karakteristieke witte baard, een icoon van de vredesbeweging.

De sober levende Avnery leverde tot het einde van zijn leven kritiek in zijn columns. Hij zei in 2009, in zijn kleine appartementje in Tel Aviv, tijdens een gesprek met NRC: „Het is populair om te zeggen dat Israël in zijn voortbestaan bedreigd wordt. Maar die existentiële bedreiging is er niet, en zeker niet uit de hoek van de Palestijnen.”

NRC sprak Avnery in 2009. Lees ook: Oorlog is prima
    • Guus Valk