Opinie

Brug

Genua heeft geen gekibbel, maar daadkracht nodig

De zondagskrant van de Corriere della Serra van 1 maart 1964 spreekt boekdelen. Op de voorpagina prijkt een retrofuturistische tekening van een brug, de Ponte Morandi in Genua, die hoog boven een dal uittorent. De bouw van de brug was begonnen, de toekomst was gearriveerd. Helaas zit er een kern van waarheid in de stereotypering dat Italianen beter kunnen ontwerpen dan onderhouden. Ruim een halve eeuw na de glorieus aangekondigde bouw bleek de brug even instabiel als de gemiddelde Italiaanse regeringscoalitie. Bij het instorten van de brug vonden zeker 43 mensen de dood.

De zittende regering, een allegaartje van linkse en rechtse populisten, is nog geen drie maanden aan de slag. Het zou dus niet eerlijk zijn om haar de ramp te verwijten. De vorige coalitie, onder leiding van de sociaal-democraat Paolo Gentiloni, had een plan goedgekeurd voor een alternatieve route voor de brug. Voor bijna vijf miljard euro zou er 72 kilometer nieuwe autostrada aangelegd worden. Maar de nieuwe minister Danilo Toninelli (Infrastructuur en Transport, Vijfsterrenbeweging) aarzelde over de kosten. Als oppositiepartij in de Genuese gemeenteraad had de Vijfsterrenbeweging in 2012 al schamper gereageerd op alarmerende berichten van de werkgeversorganisatie dat de brug binnen tien jaar zou kunnen instorten.

Intussen slaat de regering wild om zich heen. Het geeft geen pas dat vicepremier Luigi Di Maio van de Vijfsterrenbeweging ongefundeerde beschuldigingen van corruptie heeft geuit aan het adres van de sociaal-democratische oud-premier Matteo Renzi. Hiermee doet Di Maio overigens niet onder voor partijleider Matteo Salvini van coalitiegenoot Lega, die er voortdurend op hamert dat Italië van Brussel te weinig financiële ruimte krijgt om zijn infrastructuur te onderhouden en te verbeteren. Dit is een bekende populistische truc: het is allemaal de schuld van de technocratische elite. Goed voor de bühne misschien, maar daarmee nog niet waar: tussen 2015 en 2020 krijgt Italië ongeveer 2,5 miljard euro van de Europese Unie voor investeringen in de infrastructuur.

Het politieke gekrakeel in de dagen na de instorting wijst niet op een duidelijke toekomstvisie. En die is juist zo hard nodig; Genua gaat een lange periode van ongekende verkeersinfarcten tegemoet. In de voorzienbare toekomst moet het (vracht)verkeer aan de noordwestkust van Italië zich voortploegen over de Via Aurelia, een weg die in 109 voor Christus werd aangelegd onder leiding van de Romeinse Senaatsleider Marcus Aemilius Scaurus.

De haven van Genua, na Marseille de grootste aan de Middellandse Zee, zal hevig te lijden hebben onder de opstoppingen. Dit is natuurlijk een blamage voor een stad met zo’n rijke geschiedenis. Genuensis, ergo mercator, zo luidt een klassiek gezegde: Genuees, dus koopman. In deze stad worden er al een millennium goederen verhandeld, schepen gebouwd en munten gewisseld. Er werd gevaren, gevochten en veroverd. De Republiek Genua (1005-1797) beheerste de Tyrreense wateren en beschikte over koloniën rondom de Middellandse Zee.

Binnen het tegenwoordige Italië is Genua minder belangrijk dan Rome of Milaan. Maar het instorten van de Ponte Morandi is een nationale ramp, vergelijkbaar met het verkruimelen van de Van Brienenoordbrug. De 600.000 Genuezen kunnen alleen maar hopen op een list – of op onvermoede krachtdadigheid van een populistische regeringscoalitie.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.