Opinie

    • Frits Abrahams

Bergman in Zürich

In Zürich hoorde ik op de radio dat in die stad een nieuwe documentaire over Ingmar Bergman te zien was. De film, getiteld Searching for Ingmar Bergman en gemaakt door de Duitse filmregisseur Margarethe von Trotta, was net in Duitsland in première gegaan, nadat hij eerder op het filmfestival van Cannes vertoond was.

Dilemma. Een middag in de mooie stad Zürich opofferen aan een film die later ook wel in Nederland vertoond zou worden? Of toch maar meteen de daad bij de nieuwsgierigheid voegen?

Bergman won.

Wie eenmaal in de ban is geraakt van zijn werk, zal het altijd blijven. Bovendien had ik nooit eerder een bioscoop in Zwitserland bezocht, en elke unieke ervaring is er één. Het bleek om een piepklein arthouse te gaan, Piccadilly 1+2, in Stadelhofen, een levendige wijk, bekend om zijn spoorwegstation.

Piccadilly bezat twee zaaltjes, de documentaire draaide in het kleinste, een zaaltje met 40 zitplaatsen (‘davon 4 Klappsitze’) waarvan er zestien bezet werden, merendeels door oudere mensen. Bergman zou dan dit jaar 100 jaar zijn geworden als hij was blijven leven, toch zal hij ook als filmer langzaam maar zeker sterven.

De kaartjes waren duur, omgerekend 14 euro per stuk, maar in Zwitserland lijkt bijna álles veel duurder dan in Nederland – vaak 20 procent en hoger. Gelukkig was Bergman het weer eens waard. Von Trotta heeft een mooie film over hem gemaakt, getuigend van veel respect, maar zelden te eerbiedig. Zij interviewt veel andere regisseurs en acteurs over Bergman en verschijnt ook zelf regelmatig in beeld om haar herinneringen aan hem op te halen.

Von Trotta vestigde zich in 1960 in Parijs en kwam daar via de Franse film-avantgarde in aanraking met Bergmans films. Diens Het zevende zegel maakt zoveel indruk op haar dat vanaf die tijd voor haar vaststond: „Ik wil zelf speelfilmer worden.” Haar film Die bleierne Zeit zou een van de favoriete films van Bergman worden.

Toen Bergman door belastingperikelen in Zweden in een crisis raakte en naar Duitsland uitweek, zocht hij Von Trotta en haar man Volker Schlöndorff in Parijs op. Hij bleef tijdens zijn bezoek haar handen vasthouden, zó ellendig voelde hij zich. Zelfmoordgedachten kwelden hem. Dat het Duitse filmersduo zich later van hem distantieerde toen hij steun zocht bij de rechts-conservatieve Duitse politicus Franz Jozef Strauss, vermeldt ze merkwaardig genoeg niet. (Het staat in de Bergman-biografie van Mikael Timm.)

Bergman komt er als vader niet best vanaf. Zijn acteurs waren belangrijker voor hem dan de (negen) kinderen uit zijn (vijf) huwelijken, zegt zoon Daniel met bittere spot. Hij constateert dat hij zijn ouders na hun dood nooit gemist heeft. Daniel had in een eigen film, waarvoor zijn vader het script had geschreven, een vader-zoonrelatie zó confronterend behandeld dat zijn vader verwijdering van een bepaalde scène eiste. Daniel bleef weigeren, zijn vader bond in, maar kondigde aan dat hij de film nooit zou bekijken.

Op de vraag van een interviewer waarom hij zulke duistere, sombere films maakte, antwoordde Bergman: „Omdat ik de waarheid wil vertellen over de condition humaine.” Dat citaat, verwerkt in deze documentaire, past als een handschoen om zijn hele oeuvre.

    • Frits Abrahams