Ook na Griekse crisis is de eurozone nog niet af

Griekenland en eurocrisis

Athene ligt vanaf nu niet meer aan infuus. Maar voor een echt solide euro zijn in Europa politiek gevoelige besluiten nodig.

Foto Yannis Behrakis/Reuters
Bekijk ook de inbeeld: Acht jaar crisis, steun en protest in Griekenland

Vandaag, 20 augustus, verlaat Griekenland het financiële noodhulpprogramma op exact dezelfde manier als waarop het er in 2010 in belandde: met politiek drama. Tot het laatst toe pepert een van de kleinste economietjes van de eurozone de wereld in wat de les is van de jarenlange eurocrisis – dat een muntunie zonder politieke unie niet veel sterker kan zijn dan haar zwakste schakel. En dat de crisis pas echt voorbij is als dit mankement is gerepareerd.

Natuurlijk, het is kalmer dan in 2010. En iedereen benadrukt hoe fijn het is dat Griekenland eindelijk weer op eigen benen staat. Maar een paar weken geleden nog weigerde Duitsland de allerlaatste tranche van de 273 miljard euro aan leningen die Griekenland van andere eurolanden en het IMF ontving sinds het in 2010 failliet dreigde te gaan, naar Athene over te maken. De Griekse premier Alexis Tsipras had vijf eilanden vol vluchtelingen en migranten een btw-deal gegeven, zonder het de crediteuren te melden. Dat Tsipras de eilanden hielp, was begrijpelijk: ze hebben het zwaar. Ook op asiel- en migratiegebied betalen de Grieken een hoge prijs voor de weeffouten van de Europese constructie. Maar de deal was tegen de afspraken. Duitsland protesteerde.

Hoe gaat het inmiddels met Griekenland? ‘Als de steun stopt zijn alle offers voor niets geweest’

Doemscenario’s

Zoals altijd kwam de Griekse pers, verslaafd geraakt aan politieke adrenaline, meteen met doemscenario’s en beschuldigingen aan het adres van de Duitse minister van Financiën. Diens Griekse collega suste de boel met de belofte dat de btw-deal eind dit jaar vervalt. Hoe hij het financiële gat wil vullen, is velen een raadsel.

Dit gekibbel is symptomatisch voor crisisbestrijding in de eurozone. Alles gaat zoekend, tastend, stapje voor stapje. Alles is onbekend terrein. Niemand weet hoe ver hij kan gaan. Financiële experts hadden deze crisis in één dag kunnen smoren. Alles wat nodig was, was investeerders tonen dat de eurozone collectief, krachtdadig kon optreden. Ze hadden één centraal noodfonds kunnen oprichten. Eurobonds kunnen uitgeven. Griekse schulden kunnen kwijtschelden. Dan waren investeerders Griekenland, en later Ierland, Portugal en Cyprus, niet paniekerig ontvlucht. Dan hadden ze geweten: ons geld is veilig, in sterke én zwakkere eurolanden. Zo lost men dat in de VS op: Californië ging failliet en de dollar leed er niet onder.

Lees ook: De champagne gaat traag open voor de Grieken

Controle uit handen geven

In Europa gaat het anders. Eurolanden delen één munt maar voeren allemaal, soeverein, hun eigen economische en financiële beleid. Belastingen zijn nationaal. De controle op uitgaven ook. Euroministers hoorden hun experts praten over technische Europese oplossingen om de euro te redden. Ze snapten het, maar durfden het niet aan. De controle op nationaal belastinggeld uit handen geven druist tegen alle democratische beginselen in. En het alternatief – een volwassen Europese democratie optuigen – wilden maar weinigen. Zo clashte de globalisering met de democratie, met Griekenland als katalysator.

Het was duidelijk: eurolanden wilden de euro, waar ze van profiteerden, absoluut redden. Dat hebben ze ook gedaan – zie noodfonds, zie bankenunie. Maar ze deden alles, vanwege de democratische dilemma’s, bilateraal en tamelijk minimaal. Nationale parlementen moesten elke tranche goedkeuren. De euro werd lang als technisch en saai gezien. Tot die zwarte oktoberdag in 2009. Toen vertelde minister George Papaconstantinou Europese collega’s in een Luxemburgse vergaderhal dat zijn begrotingstekort was geëxplodeerd tot 12 procent. Sindsdien beseft iedereen: de euro is een politiek project. Duitsland kreeg zijn hereniging, en in ruil stemde het in met de euro die Frankrijk al zo lang wilde. Alles wat er met de euro gebeurt, heeft politieke repercussies. De opkomst van eurosceptische partijen in Europa is hiervan maar één manifestatie. Zij willen politieke stappen verhinderen die nodig zijn voor een meer solide euro.

Langzaam raakt Griekenland uit de crisis. Maar voor veel Grieken blijft het sappelen.

Een groot vraagteken

De Grieken weten nu wat het betekent, één Europese munt. Als het goed gaat, vier je feest. Als je fouten maakt, moet je door het stof – de Griekse economie is door snoeiharde, opgelegde bezuinigingen sinds 2010 26 procent gekrompen. Het is kaalslag: lonen daalden 20 procent, pensioenen en uitkeringen 70 procent. Havens en vliegvelden zijn voor prikjes verkocht. Griekenland moet 60 jaar groeien en begrotingsoverschotten hebben, om zijn schulden (173 procent van het bbp) af te lossen. Kan dit, economisch én politiek? Het blijft een groot vraagteken. Griekenland heeft eurolanden van hun onschuld beroofd. Maar de vraag wat zij met hun nieuwe inzicht gaan doen, is nog altijd niet volmondig beantwoord.

    • Caroline de Gruyter