Na het tentenkamp is de student al blij met een logeerplek

Woningnood studenten

Nieuwe studenten zoeken naarstig naar een kamer. De woningnood is groot. In Wageningen is een tijdelijk tentenkamp ingericht.

Op de campus van Wageningen UR bevindt zich tijdens de introductie een camping. De tenten zijn bedoeld voor mensen die nog geen kamer hebben gevonden hebben in Wageningen. Foto Daniel Niessen

Om half tien zaterdagmorgen lijkt de campus van de Wageningen University & Research (WUR) uitgestorven, net als elk ander weekend. Een enkele Wageninger laat er in stilte zijn hond uit. Maar aan de noordzijde van de campus, achter het universiteitsgebouw waar onderzoek wordt gedaan naar gezonde en duurzame voeding, staan op een met witte schermen omringd weiland overal tentjes.

De 17-jarige Martijn – zijn achternaam wil hij niet geven – zit op een klapstoel voor zijn tent, paarse zonnebril op zijn neus. Uit de tent gebrand door de vroege augustuszon, als een van de eersten op het terrein, ondanks het openingsfeest gisteravond van de introductieweek. Net als de andere kampeerders had hij geen plek om te slapen in Wageningen. „Ik ben al sinds begin mei aan het zoeken naar een kamer”, zegt Martijn, die uit Hengelo komt - bijna twee uur met het openbaar vervoer. „Maar ik heb nog altijd niks.”

De blauwe, groene en rode tentjes vormen een kleurrijk gezicht, maar het achterliggende verhaal stemt minder vrolijk. Wageningen kampt net als andere universiteitssteden in Nederland met een tekort aan studentenkamers. Vastgoedadviseur Savills schat het tekort in de stad (38.500 inwoners) op zo’n 625 kamers – ruim 5 procent op een totaal van 12.000 studenten.

De kamerschaarste in Wageningen is niet nieuw, wel is hij groter dan voorgaande jaren. Alleen in Rotterdam, Leiden, Alkmaar én Wageningen groeide van 2016 op 2017 het aantal uitwonende studenten. In Wageningen waren dat er afgelopen jaar zo’n 7.400. „In aanloop naar de introductiedagen kregen we heel veel vragen over kamers”, zegt Julia Besselink, voorzitter van de Algemene Introductie Dagen (AID). „En we zagen dat zelfs de huidige studenten nog niet allemaal een kamer hadden. Normaal gesproken kunnen de nieuwe studenten in groepjes bij elkaar blijven slapen, maar dit jaar hadden we voor het eerst het idee dat dat niet ging lukken.”

Vandaar de camping, compleet met douches, toiletten, en een grote partytent waar luchtbedden kunnen worden opgeblazen. Er is plek voor 300 studenten; er staan er zo’n 130. Maar de camping is er alleen voor de zes introductiedagen. Na woensdag is het aan de studenten om zelf een oplossing te verzinnen.

Campingchalet

Terwijl zich bij de douches langzamerhand een rij vormt, zitten Omid Sharifi (19) uit Den Haag (een uur en vijftig minuten met het ov) en Floris Gerlag (18) uit Eindhoven (bijna twee uur en dertig minuten per ov) aan een houten picknicktafel. Ze laden hun telefoons via een stekkerdoos op tafel. „Ik had eigenlijk een kamer gevonden”, zegt Sharifi. „Maar deze week bleek het brandonveilig en illegaal te zijn.” Zijn ouders grepen in. „Normaal vind ik ze altijd overbezorgd”, zegt hij. „Maar nu ben ik er wel blij mee.” En het lijkt erop dat hij binnenkort toch een kamer kan betrekken, vlak in de buurt van de vorige.

Lees ook waarom commerciële investeerders zich steeds meer op de woningmarkt voor studenten begeven. Dat komt vooral door de huurtoeslag.

Voor Gerlag gloort er een andere optie: hij kan misschien binnenkort bij de nabijgelegen camping De Wielerbaan een chalet betrekken. „Dat is wel een geruststelling”, zegt hij. Van plan lang op de camping te blijven wonen is hij niet. „Het is geen ideale situatie, maar vanuit daar kan ik wel verder zoeken.”

De groei van de universiteit is een van de belangrijkste oorzaken voor het grote tekort aan kamers. In 2012 waren er nog 7.500 studenten, dit jaar zijn het er na de verwelkoming van 3.225 eerstejaars 12.000. „De enorme populariteit van de universiteit doet de aantallen elk jaar stijgen”, zegt wethouder Anne Janssen (Wonen, PvdA), die zelf ook studeerde aan de WUR. „Onderwerpen zoals duurzaamheid en voedsel zijn geliefd onder jongeren.” Studenten komen uit heel Nederland én het buitenland voor studies op het gebied van gezonde voeding en leefomgeving die vaak alleen in Wageningen worden gegeven.

De gemeente probeert het tekort aan te pakken door zoveel mogelijk locaties aan te wijzen voor nieuwbouw. De grootste huisvester van de stad, corporatie Idealis, heeft plannen om de komende vier jaar duizend kamers bij te bouwen.

Maar die gebouwen staan er niet binnen een half jaar, en bovendien is het niet genoeg, zegt woordvoerder Hellen Albers van Idealis. „Zelfs als al onze plannen gerealiseerd worden, hebben we het tekort nog niet opgelost.” Een gezamenlijke prognose van de WUR, Idealis en de gemeente is dat de universiteit verder zal groeien tot er 15.000 mensen studeren en het kamertekort zal zijn opgelopen tot 2.650 in 2022. Ook de gemeente is zich daarvan bewust, zegt wethouder Janssen. „Daarom voeren we ook verkennende gesprekken met de regio, kijken we rond op de campus zelf en zoeken we hard naar nieuwe locaties.”

Het sanitair op de tijdelijke camping op de campus. Foto Daniel Niessen

Wrevel bij inwoners Wageningen

De snel groeiende studentenpopulatie, inmiddels ruim een kwart van alle Wageningers, zorgt voor wrevel bij inwoners van de stad. Studenten gaan niet alleen in grote complexen wonen, maar huren ook steeds vaker kamers in omgebouwde gezinswoningen in Wageningse wijken.

In de wijk Roghorst, op amper tien minuten lopen van de campus, leidde dat vorig jaar tot protest toen een buurtbewoner die al jaren last had van geluidsoverlast van studenten in de wijk te horen kreeg dat er voor het huis naast hem ook een vergunning voor kamerverhuur was aangevraagd. „Er bleken wel regels te zijn, maar die werden niet streng nageleefd. Daar hebben wij de gemeente op aangesproken”, zegt Frank Hoeberichts, voorzitter van de Belangenvereniging Bewoners Roghorst. Met succes, want de regels voor het aantal woningen waar kamerverhuur is toegestaan zijn afgelopen jaar aangescherpt. Wethouder Janssen noemt dat belangrijk voor het behoud van gemengde woonwijken. „Ook koopstarters, gezinnen en anderen zijn op zoek naar een huis. Daar moet je ook rekening mee houden.”

In andere wijken liggen bewoners dwars bij de projecten van Idealis. „Er wonen hier veel mondige burgers”, zegt Hoeberichts. „En ze weten hun weg naar de instanties, dus niets komt hier vanzelf van de grond.” De bezwaarprocedures zorgen voor veel vertraging. „Vervelend”, zegt woordvoerder Albers, „want we willen graag, snel en veel bouwen. Maar we beseffen dat het niet sneller kan.”

Linda van Zijst en Ronda van Wal konden nog geen kamer vinden in Wageningen. Foto Daniel Niessen

Zoeken op verhuursites

Groeit de WUR niet te snel? Wethouder Janssen vindt nog van niet, en ook de universiteit ontkent dat. „We vinden het heel vervelend voor studenten, maar het ligt niet aan ons”, zegt woordvoerder Vincent Koperdraat. „Huisvesting is niet onze kerntaak. Als we minder studenten zouden aannemen vanwege het tekort aan kamers, dan maken we huisvesting leidend in ons beleid. Dat zijn we niet van plan.”

Volgens Koperdraat doet de universiteit van alles om de tekorten tegen te gaan. „Onze rol bij het oplossen van dit vraagstuk is het tijdig melden van het groeiende aantal studenten”, zegt hij. „Daarnaast hebben we geïnvesteerd in het ombouwen van een kazerne in Ede en een oud universiteitsgebouw in de stad tot wooncomplexen.” Ook betaalt de universiteit mee aan de HousingDesk, een organisatie die helpt bij private verhuur.

En de WUR staat garant voor de kosten van de camping, al moet die zichzelf terugbetalen. Per student kostte het 25 euro. De organisatie verwacht echter dat de camping net niet quitte zal draaien, zegt AID-voorzitter Besselink. „Maar dat is eigenlijk goed nieuws, want dat betekent dat studenten een kamer of in ieder geval een logeerplek hebben gevonden.”

Op de camping hebben Anne Agterbos (18) en Aryaan Bovenberg (19), beiden uit Haarlem (ruim twee uur met het ov), hun luchtbedjes naar buiten gesleept. Te heet in de tent. Terwijl ze langzaam bijkomen van de late vrijdagavond, vertelt Agterbos dat ze een kamer in Utrecht heeft gevonden. „Daar wilde ik graag wonen, en het is maar 45 minuten van hier.” Aryaan Bovenberg heeft, zegt ze zelf, alleen nog maar een beetje op Facebook en verhuursites rondgekeken voor een kamer. „Ik ben misschien iets te relaxed, ik zou eigenlijk meer moeten doen.” Ze kijkt snel opzij naar Agterbos. „Maar als ik niets vind, kan ik bij jou logeren, toch?”

    • Sam de Voogt