Opinie

    • Wilfried de Jong

Maarten van der Weijden is een beetje gek

De brasem, de karper en de zeelt in Friesland schrokken zich rot. Er zwom een nieuw waterdier in hun territorium, de kop van het lange zwartoranje lijf hapte om de zoveel tellen naar adem. Het dier viel niet aan, het dook ook niet naar de bodem. Met lome slagen gleed het over het wateroppervlak, er kwam geen einde aan.

Lees ook: Zwemmer Van der Weijden stopt met Elfstedenzwemtocht

Diep in de avond zag ik via een live-verbinding zwemmer Maarten van der Weijden in een zwarte vaart ploeteren. Met een snelheid van ongeveer vier kilometer per uur wilde hij de Elfstedentocht zwemmen om zo geld te genereren voor kankeronderzoek.

Idiote pogingen om in het Guinness Book of Records te komen, hebben mij nooit zo kunnen bekoren. Twee potten pindakaas opslurpen in twee minuten. Met z’n tienen op één rijdende fiets zitten. Op een Puch Maxi over dertig sloopauto’s springen.

Maar hier was iets anders aan de hand.

Dit was een serieuze opvoering door een goed en nederig mens.

Maarten is aan de dood ontsnapt en sindsdien ontmoet hij die ellendeling iedere dag via anderen. Mensen vertrouwen hem toe dat ze ook kanker hebben. En hij zal zeggen: tegen kanker kun je niet vechten, je moet geluk hebben en de goede medische begeleiding krijgen.

Na zijn winst op de Olympische Spelen zat ik 24 uur met Maarten opgesloten in een televisiestudio. Woorden als ‘hoop, liefde, geloof en gevoel’ zeiden hem niet zoveel. Als wiskundestudent leerde hij me dat je van getallen kon houden. Ik versloeg Maarten met een potje sjoelen terwijl hij in het ziekenhuis toch te boek stond als ‘de sjoelmaster van de kankerafdeling’, zo zei hij.

Met harde, relativerende humor kom je een eind.

Lees ook het interview met Maarten van der Weijden: ‘Ik ben bezeten, ik ben nu geen leuke man, geen toffe vader’

Maarten is een beetje gek en wat is dat toch een plezierige eigenschap. 200 kilometer zwemmen in een paar dagen is een experiment met zijn lichaam, maar vooral ook met zijn geest. Hij zwemt zich naar onbekende zones in zijn brein en wil weten wat daar te halen is.

Sport is het niet en een uitdaging al helemaal niet; die woorden zijn te eendimensionaal voor wat hij presteert. Het ligt complexer; het is een zoektocht, het is openlijk lijden. Denk ik. Maar vermoedelijk is Maarten de enige die zichzelf begrijpt tijdens deze slopende reis.

Vooral de donkere passages van zijn wateropera konden me bekoren. Als Maarten in de nacht werd beschenen door een lampje en achter hem het riet vergleed. Als hij watertrappelend iets dronk met een houten bruggetje als decor.

Hij maakte zijn eigen soundtrack met het rustgevende plonzen van de zwemslagen. Overal pijn had hij, maar diep vanbinnen stuwde de onverzettelijkheid hem voort.

Of hij het ging halen, was maar de vraag.

Nederland op z’n mooist, Maarten op zijn best.

Of het experiment zin had? Voor het binnenhalen van geld voor kankeronderzoek zeker. En voor de zwemmer?

Dit zei Maarten tijdens ons gezamenlijk etmaal, alweer jaren terug: ‘Uiteindelijk is ons bestaan zinloos.’

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.

    • Wilfried de Jong