De waterstofracer Forze VIII haalt de 190 en dat in stilte

Autosport Studenten van de TU Delft ontwikkelden een race-auto die rijdt op waterstof. De Forze VIII nam het in Assen op tegen raceauto’s met benzinemotoren.

Teamleden van Forze Hydrogen Electric Racing sleutelen in Assen aan de waterstofracer Forze VIII. Foto Sake Elzinga

Geruisloos vindt hij zijn weg in een wereld van brute geluidsuitbarstingen. Herrie is hem vreemd, maar met zijn uiterlijk lijkt hij vandaag de snelste van het veld. De Forze VIII ziet eruit als een bolide in de 24 Uur van Le Mans, die halen zo driehonderd kilometer per uur. Maar de Forze komt net aan de 190 kilometer, en een etmaal houdt de roze bolide het al helemaal niet vol. Drie kwartier rijden op de limiet is voorlopig het maximaal haalbare voor de ‘waterstofracer’.

Vrijdag, tijdens de kwalificatie voor de Gamma Racing Day laat de Forze het zelfs al na één ronde afweten. Dat is „balen” voor de studenten van de Technische Universiteit Delft, die de raceauto hebben ontwikkeld. Het probleem? „Een error”, zegt coureur Leo van der Eijk (26), die bezig is af te studeren als werktuigbouwkundige. Het probleem in de software is een „kinderziekte”. Het heeft niets met de waterstof zelf te maken, verzekert iedereen.

Voor Van der Eijk is de Forze een perfecte „klik” tussen hobby en studieproject. Alle achttien studenten van Forze Hydrogen Racing houden van racen, maar hebben ook een missie. In Assen willen ze zich meten met raceauto’s die op benzine rijden. De concurrentie bestaat uit toer- en sportauto’s, snelle gevallen met vleugels en spoilers die meedoen met de Supercar Challenge. Met zijn 270 pk kan de Forze best een poging wagen in dit deelnemersveld. De auto accelereert in vier seconden van nul naar honderd kilometer per uur.

In Assen staat dit weekeinde heel wat op het spel tijdens de Racing Day, een evenement voor auto’s, motoren en karts. Vorig jaar hield een eerdere versie van de Forze het slechts 25 minuten vol omdat de tanks nog niet genoeg waterstof konden bevatten. Maar de Delftse studenten hebben in de tussentijd een geheel nieuwe auto gebouwd. De finish halen zou mooi zijn, winnen helemaal.

Maar het gaat ze vooral ook om een hoger doel. „Waterstof promoten als energiedrager ten behoeve van duurzame mobiliteit”, zegt teammanager Gijs Vermeij plechtig. Waterstof is een milieuvriendelijke brandstof, de auto stoot alleen maar waterdamp uit in plaats van vervuilende uitlaatgassen. En de voorraad waterstof is ook nog eens onuitputtelijk, hoewel de productie energie vergt.

Auto-industrie heeft ook plannen

Ook de auto-industrie heeft plannen voor het gebruik van waterstof. De internationale automobielfederatie FIA wil er in de 24 Uur van Le Mans een aparte klasse voor opzetten. Maar de toepassing is vooralsnog erg duur, onder meer vanwege een gebrek aan infrastructuur. In Nederland is maar een handvol pompen beschikbaar, in België slechts één. En een personenauto als de Toyota Miraj, die volledig op waterstof rijdt, kost 80.000 euro.

Vermeij is een raceliefhebber, maar met Formule E, de nieuwe elektrische raceklasse, heeft hij weinig op. „Overstappen op een andere auto omdat de accu leeg is. Het klopt gewoon niet.” Duurt het opladen van een elektrische auto al snel een half uur, met waterstof „kun je in vijf minuten je tank volgooien”.

De studenten van de TU Delft hebben de enige raceauto ter wereld die op waterstof rijdt en dat zorgt in Assen voor veel belangstelling. Tientallen studenten sleutelen aan de Forze, met glazen buisjes laten ze zien hoe waterstof werkt. Onder de belangstellende toeschouwers – veel gezinnen maar ook fervente liefhebbers van gemotoriseerde sport – is er het besef dat „dit de toekomst is”, of ze willen of niet. Diesel heeft zijn tijd gehad, benzine krijgt geduchte concurrentie. ‘Petrolhead’ André van Veen (43) mist wel het geluid en de benzinedampen bij dit type raceauto. „Ik heb er geen gevoel bij”, zegt hij. Dat gevoel krijgt hij ongetwijfeld wel tijdens alle wedstrijden en demonstraties met sportauto’s en motoren. Herrie genoeg, helemaal wanneer Formule 1-coureur Carlos Sainz langs de tienduizenden toeschouwers scheurt.

De waterstofracer van de TU Delft beschikt over twee grote, gele tanks met in totaal vijf kilogram waterstof onder zeer hoge druk (700 bar). De tanks zijn veilig, verzekert een teamlid. „Ook als je in volle vaart tegen de muur knalt.”

Zwarte doos

De 1.100 kilo zware auto is voorzien van een ‘zwarte doos’ (brandstofcel) waarin elektrische energie vrijkomt door de reactie tussen zuurstof en waterstof, waarbij elektriciteit wordt geproduceerd. Hiermee wordt de auto aangedreven. „In feite is het een elektrische auto”, legt de woordvoerder van het team uit. Vandaar de stille motor.

Forze Hydrogen Electric Racing bestaat al meer dan elf jaar. Begonnen met karts die aangedreven werden, heeft het team de stap naar raceauto’s gemaakt. De achttien studenten houden zich een jaar fulltime bezig met het project, de techniek, de sponsoring en het management. Bedrijven zorgen voor de financiering. Hoofdsponsor is een Oostenrijkse firma voor waterstoftechnologie, die ook betrokken is bij Formule 1-team Force India, dat ook in roze auto's rijdt.

Dit weekeinde in Assen moet het gebeuren. Na een jaar keihard aan hun auto te hebben gewerkt, staat voor de studenten de echte krachtmeting met benzineauto’s op het programma. Een wereldprimeur – een waterstofauto die een reguliere race uitrijdt – wordt een feit. Na de mislukte kwalificatie volgt zaterdag een glorieus moment tijdens de eerste race van zestig minuten, waarin de Forze VIII op de zesde plaats eindigt.

Maar op zondag komt de Forze VIII niet van zijn plaats. Oorzaak: een defect in de ophanging. Stilte en teleurstelling rondom de wagen, teamleden die elkaar troosten. Pech, na het succes een dag eerder. Voor dit team tevens het afscheid. Hierna zullen weer andere studenten aan de waterstofmissie gaan werken.

    • Harry Meijer