Achterban gaat zijn eigen weg

Democraten in de VS

De achterban van de Democratische Partij in Amerika wordt steeds linkser. Een probleem voor de partijleiding.

De opvallendste kandidaat van de Democratische Partij voor een van de vele posities in de volksvertegenwoordiging van de Verenigde Staten die deze november worden verkozen, is een 28-jarige ex-serveerster en activiste uit het New-Yorkse stadsdeel the Bronx: Alexandria Ocasio-Cortez. Ze noemt zichzelf een democratisch socialist, een aanduiding die in de Amerikaanse politieke context de bijklank van extremisme heeft. En sinds Ocasio-Cortez in juni in het veertiende district van New York verrassend de zittende Democratische afgevaardigde versloeg, heeft ze school gemaakt. Zo flirt ook voormalig Sex and the City-ster Cynthia Nixon met democratisch socialisme in haar campagne voor het gouverneurschap van New York.

Hoewel in de meeste gevallen de ‘officiële’ kandidaten tot nog toe hun nominaties in de voorverkiezingen hebben verzilverd, wordt de Democratische partijleiding er soms aardig nerveus van. De afdeling Californië is weer eens de uitzondering, die heeft de (lang)zittende senator gepasseerd en besloten in haar plaats de activistische Kevin de Léon te steunen.

De sluimerende richtingenstrijd in de Democratische Partij werd voor iedereen zichtbaar toen senator Bernie Sanders zich voor de presidentsverkiezingen opwierp als tegenkandidaat voor partijfavoriet Hillary Clinton. De linkse Sanders bleek een veel taaiere tegenstander dan verwacht en zijn aanvallen op het Wallstreet-kapitalisme deed Clinton veel pijn, kwetsbaar als ze was voor het graaiersverwijt door onder meer een lezing voor zakenbank Goldmann Sachs à raison van 225.000 dollar.

Bij alle eerbied voor de verrassende kracht van Bernie Sanders, mag niet worden voorbijgegaan aan een al langer bestaande dynamiek onder het Democratische electoraat, die in hoge mate los lijkt te staan van de partij zelf, en die de ongemakkelijke positie van de partijleiding toont met de tussentijdse Congresverkiezingen van november op komst.

Een rapport van het gezaghebbende Pew Research Center uit het najaar van 2017 laat dat goed zien. Sinds 1994 ondervraagt het instituut kiezers van verschillende partijen regelmatig over hun standpunten over verschillende thema’s. Op enkele van die thema’s zie je bij de Democratische kiezers zo rond 2010 een scherpe afwijking ontstaan van een naar het politieke midden sukkelende trend. Op de vraag of discriminatie de belangrijkste reden is waarom zwarte Amerikanen „niet vooruitkomen”, antwoordde in 2010 28 procent van de ondervraagden ‘ja’. In 2017 was dat 64 procent. (Bij de Republikeinen ging het in die tijd van 9 naar 14 procent.)

Hetzelfde zie je bij de vraag of migranten de Verenigde Staten versterken met hun talent en harde werken. In 2010 vond 48 procent van de Democratische kiezers dat, in 2017 zegt 84 procent van hen ‘ja’ op deze vraag. (De Republikeinen gingen, misschien verrassend, in dezelfde tijd van 33 naar 42 procent ‘ja’.)

Dat de kloof tussen Democraten en Republikeinen wijder wordt, is in alle gevallen toe te schrijven aan een snelle verlinksing van het Democratische electoraat. Ziedaar de ongemakkelijke situatie voor de partijleiding. Mee-verlinksen met het electoraat betekent het bemoeilijken van samenwerking met politieke tegenstanders – het dagelijks werk voor politici.

Lees het hele dossier: Een poging om links te rédden
    • Bas Blokker