Sommige vormen van kanker woekeren in stilte

Het verborgene

Deze zomer verkent de wetenschapsredactie ‘het verborgene’. Deze week: hoe vaak ontsporen er cellen in ons lijf?

Illustratie Ralph Zabel

Kun je kanker hebben zonder het te merken? Er zou een verborgen tumor in je lijf kunnen woekeren. De Britse bioloog Mel Greaves van The Institute of Cancer Research in Londen stelde vier jaar terug exact die vraag in een commentaarstuk in Nature Reviews Cancer: „Does everyone develop covert cancer?”

Eigenlijk weet Greaves stilletjes al het antwoord. „Mutante cellen en pre-kwaadaardige tumoren moeten vrij algemeen of zelfs alomtegenwoordig zijn in alle meercellige dieren”, schrijft hij. Maar helaas, moet hij eraan toevoegen, missen we onderzoeksresultaten die dit ondersteunen. Maar gezien „onze exotische manieren van leven, die niet passen bij onze genetische erfenis” (bijvoorbeeld roken, in de zon zitten, gebruik van de anticonceptiepil) zou het Greaves „niet verbazen als de mens van alle dieren de meeste verborgen kankers zou hebben.”

In de medische wereld worden dit ‘stille’ of ‘subklinische’ tumoren genoemd. Verborgen in het lichaam geven ze nog geen klachten. Alleen per toeval worden ze soms ontdekt. Onder 2.000 deelnemers aan de zogeheten Rotterdamstudie die een MRI-scan van de hersenen lieten maken, kwam bij 1,6 procent een (goedaardige) hersentumor aan het licht. Op het moment van de scan waren de deelnemers gemiddeld 63 jaar oud.

Dit waren ‘toevalsbevindingen’, zoals ook weleens bij regulier medisch onderzoek gebeurt. Als je je echt inspant om álle tumoren op te sporen, kom je er nog veel meer tegen. Dat blijkt onder meer uit autopsierapporten, waarbij in overledenen tot in het kleinste detail naar tumoren gezocht kan worden. In een onderzoek uit 1993 waren er bij eenderde van de mannen van in de veertig kleine tumortjes te vinden in de prostaat. In 1987 werden tijdens een autopsie bij bijna 40 procent van de vrouwelijke veertigers die door een niet-kankergerelateerde oorzaak waren overleden borstkankercellen aangetroffen.

Overleden mét kanker, niet áán kanker

Uit een ander Amerikaans onderzoek uit 2009 onder 412 overledenen die kort na hun dood een uitvoerige autopsie ondergingen, bleek dat 7 procent ‘verborgen’ tumoren in het lichaam had, vaak in de alvleesklier of in de longen. Bij iets minder dan de helft werd de tumor achteraf alsnog als de doodsoorzaak aangewezen – 17 mensen waren dus overleden mét kanker, maar niet áán kanker.

De aanwezigheid van tumoren betekent niet automatisch een doodsvonnis. Er zijn bovendien aanwijzingen dat de gezwellen spontaan kunnen verdwijnen. Neem de 74-jarige man die wordt beschreven in een artikel in Molecular and Clinical Oncology. Na zes weken malaise, verlies van eetlust en twintig kilo gewichtsverlies belandde hij in het Spaarne Gasthuis in Haarlem. Op een CT-scan werden vlekjes in de lever en longen gezien; uitzaaiingen van een tumor. Een biopt van de lever bevestigde de diagnose, dit was een kwaadaardige levertumor. De vooruitzichten waren inktzwart voor de patiënt die ook al leed aan diabetes en hoge bloeddruk en hartpatiënt was. De man besloot van behandeling af te zien. Een half jaar later waren bij een controle in het ziekenhuis de tumoren in zijn longen niet meer te zien en waren de tumoren in de lever flink geslonken. In de tussentijd had de man een hersenbloeding gehad, maar over het algemeen ging het beter met zijn gezondheid. De artsen staan voor een raadsel: hoe kunnen die tumoren spontaan verdwijnen? Een theorie is dat het DNA in tumorcellen zo wild kan muteren dat er uiteindelijk zoveel schade ontstaat dat de kankercel zichzelf te gronde richt. Volgens een ander scenario ruimt de lichamelijke afweer de afwijkende cellen op, of het lichaam kapselt de tumor in met bindweefsel, zodat het knobbeltje geïsoleerd wordt en geen schade kan aanrichten.

Los van erfelijkheid en de invloed van een ongezonde leefstijl neemt het risico kanker te krijgen toe met de leeftijd. De vraag is waarom. Een theorie is dat het DNA van cellen gedurende een leven steeds meer schade oploopt, tot het punt waarop de cel ontspoort en zich ongebreideld gaat delen. Maar het kan ook zijn dat kanker meer kans krijgt als de immunologische afweer bij oplopende leeftijd afzwakt. Tumoren die aanvankelijk in de kiem gesmoord werden, krijgen dan toch de kans om uit te groeien.

De Amerikaanse arts William Coley merkte in 1891 op dat een hardnekkig ei-groot gezwel in de wang van een patiënt spontaan oploste. De tumor van de man was al een paar keer weggesneden en toen ging de wond ontsteken. De man kreeg hoge koorts, maar dat had ook tot gevolg dat het gezwel verdween. Koortstherapie tegen tumoren is nooit van de grond gekomen, zeker niet nadat bestraling en celdelingremmende middelen effectiever bleken. Toch is het wellicht de moeite dit pad verder te verkennen. Er bestaat een bacteriële therapie tegen blaaskanker, waarbij de door de bacterie opgewekte infectie de tumor doet slinken. Ook de moderne immunotherapie, die nog volop in ontwikkeling is, probeert op een slimme manier het afweersysteem van de patiënt tegen de kanker te mobiliseren.

Russisch roulette

Het is echter gevaarlijk te denken dat een kanker die ‘op heterdaad’ betrapt is vanzelf weer weggaat. De Haarlemse patiënt zal blij zijn dat hij zich een zware chemotherapie heeft kunnen besparen, maar dat is niet iets waarop je kunt gokken. Zulke ‘spontane regressie’ is uiterst zeldzaam. Ruwe schattingen in de literatuur spreken van een kans van 1 op 60.000 of 1 op 100.000. Dat is Russisch roulette met een machinegeweer.

Nu we intensief naar kanker speuren met bevolkingsonderzoeken, moderne scantechnieken en moleculaire diagnostische tests, zullen er ook vaker onschuldige gezwellen aan het licht komen. Bij borstkanker komt bijvoorbeeld het ductaal carcinoom in situ (DCIS) voor, een voorstadium van borstkanker. Uit onderzoek blijkt dat DCIS waarschijnlijk maar in 20 procent van de gevallen zal uitgroeien tot een invasieve tumor. Toch wordt het meestal voor de zekerheid weggehaald. Als geen enkele tumor zich meer kan verstoppen, komt er behoefte aan nieuwe kennis over welke ‘verdachte plekjes’ in het lichaam je met rust kunt laten.

Dit was de laatste aflevering van de zomerserie.
    • Sander Voormolen