Elco Brinkman (CDA) stapt uit de politiek: ‘We verliezen onze kerntaak uit het oog’

Elco Brinkman

Elco Brinkman, CDA-kopstuk sinds de jaren tachtig, verlaat de politiek. ‘De niet-stemmer moet veel serieuzer worden genomen.’

Elco Brinkman: „In Den Haag is iedereen al tevreden als we er een verwrongen wetstekst doorheen hebben gewurmd.” Foto Annabel Oosteweeghel

Elco Brinkman (70) is pas begonnen aan de Thorbecke-biografie van Remieg Aerts. Het boek over de negentiende-eeuwse staatsman heeft hem een les geleerd, zegt hij: politiek hoort over het algemeen belang te gaan en niet toe te geven aan cliëntelisme. Maar juist dat mist Brinkman in Den Haag. „Thorbecke worstelde er al mee, maar er is een steeds grotere politieke versplintering ontstaan. Partijen dienen steeds meer individuele belangen.”

Brinkman zit op een terras in Noordwijk, met uitzicht op het strand. Daar heeft de CDA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer de afgelopen maanden nagedacht over zijn politieke toekomst. De partijtop had hem uitgenodigd zich opnieuw te kandideren voor het lijsttrekkerschap. Maar in de vakantie besloot hij: het is genoeg. Brinkman stapt uit de politiek. Hij verlaat de senaat medio volgend jaar, als zijn termijn erop zit. Hij gaat zich „met de kleinkinderen bemoeien”, zegt hij. „Het zal voor velen in de partij een verrassing zijn”, zegt Brinkman. „Maar daar houd ik wel van.”

Waarom stopt u?

„Politiek is voor mij steeds meer een herhalingsoefening geworden. Ik kwam vaak precies dezelfde dynamiek tegen, een zeker incidentalisme. Ook merkte ik dat deze tijd ingewikkeld is geworden. Nederland is steeds complexer georganiseerd, instituties hebben aan zeggingskracht verloren. Daarom wil ik plaatsmaken voor een nieuwe generatie.”

Het vraagstuk van immigratie is onhandelbaar geworden

Elco Brinkman

Brinkman heeft, constateert hij zelf, zowel in deze als in de vorige eeuw in het centrum van de macht gezeten. Hij werd minister in 1982, als jonge dertiger. Fractievoorzitter in 1989, toen de partij op het hoogtepunt van haar macht zat. En hij werd kandidaat-premier in 1994. Toen schoof premier Ruud Lubbers Brinkman naar voren als gedroomde opvolger. Maar daar ging het mis. Lubbers viel lijsttrekker Brinkman later openlijk af. Het CDA verloor twintig van de 54 zetels en werd voor het eerst in het bestaan van de partij een oppositiepartij. Brinkman moest terugtreden, op de dag dat we elkaar spreken exact 24 jaar geleden.

Wat is de les van 1994 geweest?

„Dat afspraken in de politiek flinterdun zijn. Beeldvorming is steeds groter geworden, alles draait om hoe iets overkomt. Bijvoorbeeld toen ik destijds volgens afspraak aanpassing van de WAO ter sprake bracht [waar Lubbers later kritiek op uitte]. Dan kun je je in de steek gelaten voelen.”

Ruud Lubbers betuigde in zijn memoires spijt dat hij u destijds liet vallen.

„Ik was daar blij mee. Voorbij is voorbij.”

Lees ook: Lubbers in memoires over niet stemmen op Brinkman: ‘fout, fout, fout’

Heeft hij het wel eens tegen u gezegd?

„Nee.” Hij kijkt strak naar de grond.

Had u dat gewild?

„Ik heb hem sindsdien vele malen gesproken. Maar ik ga ook niet op mijn knieën om excuses vragen.”

In 2011 keerde Brinkman terug op het Binnenhof, in de Eerste Kamer. Nu de coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie in beide Kamers op een minimale meerderheid steunt, heeft Brinkman opnieuw een beslissende positie verworven. Maar juist dat, zegt Brinkman, staat hem tegen, hoe verknocht hij ook is aan politiek. „Mijn frustratie in de Eerste Kamer is dat we onze kerntaak uit het oog verliezen. We zijn er om de grote lijnen in de gaten te houden. Maar dat wordt overschaduwd door politieke belangen. Het binnenharken van de laatste stem om een meerderheid te behalen, dat weegt nu veel zwaarder.”

Waar ziet u dat aan?

„In Den Haag is iedereen al tevreden als we er een verwrongen wetstekst doorheen hebben gewurmd. We zijn zo druk bezig meerderheden binnen te halen, dat we pyrrusoverwinningen behalen met een krappe meerderheid van één zetel, of aan lege symboolpolitiek doen.”

Zoals?

„Neem zo’n klimaatwet”, zegt Brinkman. Hij doelt op een wetsvoorstel van de coalitiepartijen en de linkse oppositiepartijen GroenLinks, PvdA en SP. Daarin wordt afgesproken dat de uitstoot van CO2 in Nederland in 2050 met 95 procent moet zijn verminderd. Brinkman: „Je denkt toch niet dat als we zo’n wet aannemen, de mensen op de banken staan om te juichen dat we het weer fantastisch gedaan hebben? Ik snap dat het klimaat verandert, maar dit is symboliek. We binden onszelf voor veertig jaar, zonder dat mensen weten wat dat voor hun situatie betekent. Dat is politieke zelfoverschatting.”

Maar waarom is dat volgens u schadelijk?

„Politiek moet draagvlak voor lastige thema’s creëren. Den Haag doet dat niet en zegt: ‘Ja, als u niet opkomt met stemmen, dan bepaalt de meerderheid het wel voor u.’ De niet-stemmer moet veel serieuzer worden genomen. Ik wil geen politiek die in cliëntelisme verandert, met bestuurders die hun achterban van alles beloven, maar het algemeen belang uit het oog verliezen.”

De rol die partijen volgens u moeten spelen, is die van de brede volkspartij. Maar die hebben juist aan macht ingeboet.

„Een partij moet verschillende sociaal-economische groepen aanspreken. Dat is extra moeilijk geworden, omdat de politieke versplintering zich naar opleidingsniveau voltrekt. Ik heb bewondering voor D66 en GroenLinks, maar ze missen de aansluiting met de gewone man. Brede volkspartijen zijn nodig om draagvlak voor grote maatschappelijke kwesties te creëren.”

Brinkman zag dat het gedoogkabinet met de PVV het niet redde. „En toch moeten we altijd blijven praten met partijen met andere opvattingen, dat hebben we ooit ook met de communisten gedaan. En het vraagstuk van immigratie is er onhandelbaar door geworden. Dit mogen we niet laten sudderen.”

Dus het CDA moet blijven praten met een partij als de PVV?

„Ja, of ze nou Baudet heten of andere bloteriken.” Droog: „Ik permitteer me even een vrolijkheid.”

En het CDA moet daarbij een harder standpunt over immigratie uitdragen?

„Op straat hoor je: we kunnen toch niet heel Afrika hier binnenhalen? En dan hoor ik in Den Haag te vaak: ach, het is maar de straat. De meeste revoluties zijn op straat begonnen.”

    • Guus Valk