Foto Frank Ruiter

‘Ik snap niet dat er mensen zijn die niet alles over Sisi willen weten’

Steef de Jong (34) vond zijn genre, de eenmansoperette, nadat hij een grootse voorstelling had gemaakt met acteurs, operazangers, een orkest en een olifant. „Ik dacht: volgende keer ga ik het in mijn eentje doen.”

Als we van station Santpoort-Zuid naar het restaurant lopen, begint theatermaker Steef de Jong (34) al over keizerin Elisabeth. Sisi. Dat zij hier ook is geweest, in Santpoort, zelfs in het chalet waarin nu restaurant Boschbeek is gevestigd. „In 1884 en 1885 was ze in Nederland om te kuren voor haar reuma. Hier woonde een barones die ze kende en ze heeft hier een keer gelogeerd.” En op de terugweg, we hebben dan gelukkig al gegeten, vertelt De Jong over de eendenpers die de keizerin meenam op haar reizen: een keukeninstrument om sap uit het karkas van een gebraden eend te persen. Voor saus. „Maar zij gebruikte hem om bloed en sap uit een kalfslapje te persen. Dat dronk ze dan op.” Want Sisi – zo ondertekende ze zelf haar brieven – leed aan wat wij nu waarschijnlijk anorexia zouden noemen.

Sisi was geen gelukkige vrouw; ze leidde zeker niet het romantische leven uit de Sissi-films. En Steef de Jong heeft „een obsessie klinkt zo negatief… een grote fascinatie” voor haar. Hij is ook net op vakantie geweest in Beieren, waar zij is opgegroeid, en nu zitten we dus weer hier. „Ik vind dit soort plekken geweldig.” Hij gebaart om zich heen: „Ik beeld me meteen in hoe het was: zij, hier, op een paard… Ik vind koningshuizen ook geweldig. Een oneerlijk systeem, en dat je dan in al die pracht en praal doodongelukkig kon zijn.” Hij begrijpt eigenlijk niet goed dat er mensen zijn die niet alles over Sisi willen weten. En je hoeft zijn bescheiden enthousiasme maar een paar minuten mee te maken om erin meegesleept te worden.

In Sisi Boy, zijn voorstelling op het rondreizende theaterfestival De Parade, verweeft De Jong anekdotes uit zijn eigen leven – zoals die over zijn juf op de kunstacademie die dacht dat hij een vrouw was – met verhalen uit háár leven. Soms weet je even niet of het nu over hem of over haar gaat, wie er nu precies verliefd wordt op een keizer. Het is zijn persoonlijkste voorstelling – „mijn coming-out als romanticus, als Sisi Boy” – maar tegelijkertijd onmiskenbaar zijn werk: acterend en zingend loopt hij rond tussen beschilderde kartonnen decors die hij laat bewegen en veranderen alsof hij zich in een levensgroot pop-upboek bevindt. Het effect is betoverend.

Als jongetje heeft De Jong natuurlijk de Sissi-films gezien, met Kerst, thuis in Heemstede. Maar zijn totale fascinatie voor de keizerin is recenter. Die ontstond eigenlijk pas op Das Arts, de (toen nog) post-academische opleiding die hij na de Rietveld-academie ging doen omdat hij wilde leren theater te maken. „Ik werd daar een beetje recalcitrant van het avant-gardistische. Het eerste blok van drie maanden heette ‘the glamour of violence’, daar moest je dan op reflecteren. We gingen allemaal vreselijk gewelddadige films kijken, en we kregen boks-les.”

Van de weeromstuit begon De Jong naar elpees te luisteren van Marco Bakker en Christina Deutekom. „Die elpees zagen er vreselijk uit, maar de muziek vond ik eigenlijk heel mooi. En toen dacht ik: volgens mij is het aller-avantgardistisch-ste wat ik op deze school kan doen: een operette maken.”

Oude circusolifant

Mensen doen vaak lacherig over operette. „Er kleeft aan dat het kitsch is, dat het geen echte kunst zou zijn. Maar voor mij staat het voor: even helemaal uit de wereld stappen, voor meeslepende melodieën…” Fel: „Ga daar maar eens gewoon in mee! Dat kunnen mensen tegenwoordig niet meer, iedereen zit veel te veel in zijn ratio. En omdat je het niet kán, noem je het kitsch.”

Maar goed, indertijd sloot De Jong zich dus een jaar op om een enorme operette op touw te zetten. Hij schreef een verhaal over twee mensen die ’s nachts vastzitten in een ski-lift. „En dan komt Hannibal net die nacht de Alpen over met zijn olifanten. We kregen budget van school; dat heb ik in één keer naar Pammy Boltini Circusverhuur overgemaakt en toen had ik twee avonden een echte olifant.” Zou hij nu nooit meer doen: zielig, en hij zou liever een olifant schilderen. „Maar toen dacht ik: nou ga ik jullie krijgen ook.” Met je avant-garde. Zijn operette duurde twee uur en die olifant was er maar twee minuten, aan het begin, hij liep alleen van links naar rechts het podium over. „Het leek me zo leuk dat mensen dan aan het eind zouden denken: was er nou een échte olifant?”

Foto Frank Ruiter

Uiteindelijk werd het natuurlijk een hele toestand. Want die olifant moest te allen tijde drie poten aan de grond houden, vertelt De Jong, anders werd op één plek de druk op de zwevende toneelvloer te groot. „Maar het was een oude circusolifant, dus die wilde al bij het openingsapplaus trucjes gaan doen. Op twee poten staan bijvoorbeeld. En dat mocht-ie dus écht niet. Ik was ook heel bang dat hij op hol zou slaan.”

En dan had De Jong nog te maken met acteurs, operazangers en een heel orkest, waar hij zelf muziek voor had geschreven. „Ik dacht: volgende keer ga ik het in mijn eentje doen.”

Lees ook over de Nationale Opera & Ballet: Het is wereldtop, nu nog een jonger publiek trekken

Hij ging naar Wenen, deed onderzoek naar het operettegenre, fantaseerde dat hij een relatie kreeg met de zoon van Sisi. „Dat werd mijn eerste eenmansoperette.” Voor de reprise nodigde hij Marco Bakker uit. „Een kwartier later kreeg ik een mailtje terug: we komen! Hartstikke leuk.” Sindsdien komt Marco Bakker altijd naar zijn premières, en toen de operette-ster in februari 80 werd, gaf De Jong in zijn huiskamer „een voorstellinkje”.

Groots en meeslepend

Zo werd de eenmansoperette echt De Jongs genre. Nou ja, hij maakt zijn voorstellingen wel altijd samen met Ina Veen, die hij ontmoette bij theatergroep Firma Rieks Swarte (inmiddels gestopt). „Ze wilde geloof ik eigenlijk met pensioen, maar we kunnen zo goed samenwerken, we hebben elkaar hier echt in gevonden. Ik heb alles aan haar te danken. Ze werkt al veertig jaar in het theater en ze heeft de contacten.”

Samen richtten ze de stichting Groots en Meeslepend op – zo heette hun eerste voorstelling en zo heet nu hun theatergezelschap. Naar het gedicht De grijsaard en de jongeling van Marsman, natuurlijk, maar vooral omdat De Jong dacht: „Het theater moet geen spiegeling zijn van het echte leven, maar iets ernaast, wat je alleen dáár kunt beleven. In een voorstelling kan ik groots en meeslepend leven, in het echte leven niet, daar heb ik ook de moed niet voor.” En het maakt ook niet per se gelukkig – kijk naar Sisi.

Soms wil ik een enorme show maken over mijn operetteliefde

Steef de Jong

Of kijk naar De Jongs oma Nelly, hij was acht toen ze overleed. Van haar vijftiende tot haar twintigste, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, toerde zij rond met een Duitse acrobatengroep, Fiochi Sisters & Paolo. „Die zochten nog een meisje. Mijn oma zat op turnen en heeft stiekem auditie gedaan op de Grote Markt in Haarlem. Diezelfde avond zaten die mensen bij de ouders van mijn oma aan tafel.” De volgende dag vertrokken ze. „De film Cabaret, dat is het wereldje waar mijn oma in zat, eind jaren dertig in Berlijn. Heel stoer, ja. Ze werd als een bal door de lucht gegooid – je moet maar durven.”

Maar ze heeft het er wel moeilijk mee gehad, zegt De Jong. „Er zijn verhalen dat ze werd opgesloten. Want die mensen waren als de dood dat zij er met een man vandoor zou gaan, dan waren ze hun act kwijt. En later had ze er veel moeite mee dat haar ouders haar zomaar met wildvreemde mensen hadden meegegeven, van de een op de andere dag.” Ook zij leidde dus een glamoureus, maar ongelukkig leven, net als Sisi? „Nou, het was vooral haar jeugd.”

Operaregisseur Lotte de Beer wil een alternatieve versie van Mozarts Toverfluit, eentje zonder racisme, kolnialisme en seksisme: ‘Halverwege dacht ik: wat stáát hier in godsnaam?’

De Jong staat straks nog een week op De Parade in Amsterdam met Sisi Boy, van 27 augustus tot en met 2 september. Daarna gaat hij een operette-elpee maken, met liedjes uit zijn voorstellingen. Daar gaat hij de 12.500 euro voor gebruiken van de Mary Dresselhuys Prijs die hij vorig jaar kreeg. Eerdere laureaten zijn Ramsey Nasr en Jacob Derwig – „als ik die lijst zie”, zegt hij, „weet ik niet of ik mezelf al collega mag noemen.”

Karton verrast

En hij gaat nadenken over de kant die hij verder op wil. „Soms denk ik: ik wil een enorme show maken over mijn operetteliefde. Maar ik ben me ook steeds meer op de beeldende kant aan het richten. Als ik nu iets maak, is dat altijd in functie van een voorstelling: dan is het decor. Maar ik zou het ook zo leuk vinden als ik installaties kan maken die op zichzelf kunnen staan. Een schilderij waarbij het publiek iets doet waardoor het verandert. Alleen kan ik mensen moeilijk zelf karton laten omklappen, want dan is het na tien keer stuk.”

Daar moet hij dus nog verder over nadenken. „Maar het leuke is: je kunt nog zoveel verrassends doen waar geen elektriciteit aan te pas komt! Karton verrast mensen nog steeds, dat wiskundige is zo ontzettend leuk, hoe dat allemaal in elkaar zit.” Blij: „En het kan nog duizend keer ingewikkelder.”

    • Ellen de Bruin