„Alle fysieke pijn die ik heb gehad – hoge koorts, overgeven van de chemo, continue morfine – slijt met de jaren. Maar niet de pijn die ik voel als ik zie dat andere mensen mijn geluk niet hebben.”

Foto Bastiaan Heus

‘Ik ben bezeten, geen leuke man, geen toffe vader’

Maarten van der Weijden Dit weekeinde zwemt Maarten van der Weijden de Elfstedentocht (200 km. non stop) om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. Hij vertelt over zijn belangrijkste drijfveer.

„Het meest extreme dat ik me kan voorstellen, de Elfstedentocht zwemmen, kan ik opbrengen omdat ik me schuldig voel. Schuldig ten opzichte van kankerpatiënten die het niet hebben overleefd. Ik draag het voortdurend met me mee, en het is fijn om daar wat mee te doen, om er uiting aan te geven in plaats van het weg te stoppen. Ik zal alles geven wat ik heb, en zoveel mogelijk geld ophalen voor onderzoek naar kanker. Ik hoop dat die schuld daarna wat ingeloster voelt.

„Dat gevoel van schuld is ontstaan toen ik negentien was, en ziek werd in de vormende jaren van mijn leven. Schuld klinkt zwaar, maar het kan ook een drijfveer zijn. Ik las een tijdje terug over twee bergbeklimmers die werden verrast door een lawine. Een van hen overleed, de ander niet. Die gebruikte het woord overleversschuld. Dat is ook wat ik voel.

„Ik heb een paar keer in mijn leven heel veel geluk gehad. In het ziekenhuis toen ik leukemie overleefde, toen bij mijn olympische race in Beijing alles samenviel en ik net won, toen ik mijn vrouw ontmoette en met haar twee prachtige dochters kreeg. Ik voel me dankbaar voor het leven dat ik leid, maar dat kun je ook als schuldgevoel uitleggen, en dat werd bij mij erg actief toen Dennis voor me stond. Zijn tweede kindje werd een paar weken na zijn dood geboren. Hij had ook leukemie, en viel niet te helpen.

„Ik leerde hem kennen tijdens mijn theatertour. Hij stuurde me een e-mail, omdat hij zich verbonden met mij voelde: allebei leukemie, allebei een dochter. Hij creëerde een gevoel van: wij zijn hetzelfde. Op het hoogtepunt van dat gevoel besefte ik: jij zal het geluk dat ik heb gehad niet hebben. Ineens werd heel duidelijk dat ik me schuldig voelde en dat ik daar wat mee moest. Alle fysieke pijn die ik heb gehad – hoge koorts, overgeven van de chemo, continue morfine – slijt met de jaren. Maar niet de pijn die ik voel als ik zie dat andere mensen mijn geluk niet hebben.”

Van der Weijden na zijn overwinning op de Olympische Spelen van Beijing in 2008.

Foto Manan Vatsyayana/AFP

Unilever

„De Tocht der Tochten is een ultiem doel, een droom die ontstond in 2016. KWF Kankerbestrijding vroeg me of ik iets wilde doen met hun thema ‘marathonweken’. Ik was net gestopt als financieel verantwoordelijke bij Unilever omdat ik tot de conclusie was gekomen dat ik iets wilde gaan doen waarmee ik dichter bij mezelf bleef.

„In het ziekenhuis, zeventien jaar geleden, heb ik indicaties gehad dat ik niet meer lang zou leven. Dan ontstaat er een soort wanhoopsperiode, en tot mijn grote opluchting kwam ik erachter dat als ik zou sterven, daar, op mijn negentiende, ik mezelf niets kon verwijten, dat ik tevreden kon zijn met hoe ik geleefd had. Dat idee maakte sterven draaglijk.

„ Ik besefte ook dat ik mijn tijd optimaal moet besteden. Sindsdien druk ik eens in de vijf jaar op reset en stel ik mezelf de vragen: waar ben ik, waar sta ik nu?

„In 2016 had ik acht jaar niet gezwommen dus een hele marathon leek aanvankelijk heel ver. Maar toen ik begon met trainen ging het verrassend snel beter. Trainen voor een ultrasport is mentaal zwaar, maar fysiek vrij makkelijk, omdat de intensiteit laag ligt. Ik begon met simpel baantjeszwemmen, in Dordrecht, zonder coach. Dat doe ik eigenlijk nog steeds, gewoon, dagelijks uren maken.

„Tijdens het zwemmen ontkom ik er nooit aan mezelf de vraag te stellen: wat is het meest extreme scenario dat ik me kan voorstellen? Heb ik altijd gehad, het is een soort gedachtenspel. Ik dacht: als ik veel geld op wil halen voor kankeronderzoek via lange stukken zwemmen, dan moet dat in Nederland, want hier kan ik mijn naamsbekendheid inzetten. Daarna: hoe valt van lang zwemmen en fondsenwerving een concept te maken? Die marketinggedachte heb ik geleerd bij Unilever. Toen kwam ik al vrij snel op de Elfstedentocht uit. Dat is het summum, het allergaafste.

„Toen ik thuis kwam ben ik gaan opzoeken hoe ver dat eigenlijk is. Tweehonderd kilometer dus, ik had geen idee. Ach, dacht ik, het is pas over een paar jaar. Bovendien zag ik toen nog geen fysieke barrières – er zijn ook mensen die drie dagen non-stop kunnen wandelen of hardlopen. Inmiddels zie ik die wel. In juni heb ik 120 kilometer gezwommen van Amsterdam naar Leeuwarden, in 44 uur. Ik moest er niet aan denken om nog 80 kilometer verder te moeten. Je kunt je lichaam niet laten wennen aan drie dagen achter elkaar zwemmen. Bij dit soort extreme duursporten kom je per definitie in gebieden waar je nooit was. Dat is eng, maar ook interessant. Je kunt namelijk wel leren om tegen je lichaam te zeggen, als het echt niet meer wil: je zwemt nog twaalf uur door.”

Foto Bastiaan Heus

‘Wil je een eitje?’

„Het gaat veel pijn doen, want na een uur of acht krijg je signalen van je lijf dat het wil stoppen. Je spieren worden stijf, je maag doet raar, een algeheel gevoel van vermoeidheid. De truc is dat je dan doorgaat, in mijn geval nog vijftig uur.

„Waar we tijdens lange trainingstochten achter zijn gekomen is dat ik begin te zeuren in die fase, na ongeveer twintig uur zwemmen. Elke drinkpauze greep ik aan om te vertellen hoe slecht het ging, hoe moe ik was. Mijn coaches gingen daar dan op in door te zeggen: goh, Maarten, waar heb je trek in? Wil je een eitje? Ze pasten zich aan aan mijn probleem, wilden afleiding zoeken voor de pijn die ik voelde. Maar dat helpt dus niet. Als ik pijn heb en me niet lekker voel, dan moet ik dat zelf accepteren en stug doorgaan.

„In het ziekenhuis hebben artsen als tactiek om bij pijnlijke beenmergpuncties naar afleiding te zoeken. Ik vond dat heel naar. Ik wilde juist bij mijn pijn blijven om het te kunnen doorstaan. Qua coaching heb ik hetzelfde. Ze zeggen straks gewoon: Maarten, dit hoort erbij. Er ligt geen snoepje of eitje klaar, maar gewoon de voorgeschreven sportgel, een reep.

„Ik vind het spannend of het allemaal gaat uitpakken zoals we bedacht hebben. Ik heb geen idee of ik het ga halen, en of we genoeg geld bij elkaar gaan zwemmen. Wat genoeg zou zijn weet ik ook niet.

„Er zijn elf studies naar kanker die ik ondersteun, die bij elkaar 5,5 miljoen euro financiering nodig hebben. Dat gaan we niet halen. Wat ik wil is dat we naderhand kunnen zeggen: we hebben ons stinkende best gedaan en geen steken laten vallen. Dan zal ik met trots terugkijken.”

Roze waterfietsen

„Ik zwem met tijdsdruk, want de NOS gaat maandagavond een live-uitzending maken tussen zeven en acht. Het zou natuurlijk heel gaaf zijn als ik precies in Leeuwarden finish in dat uur. Media-aandacht is voor dit project cruciaal. Vanaf de allereerste kilometer zal ik daarom bezig zijn met dat tijdsschema, ik krijg iedere duizend meter een tussentijd. Op tijd finishen komt neer op een gemiddelde snelheid van drie kilometer per uur.

„De grootste barrières zijn kou en slaap. Het lastige met de Friese wateren is dat ze overal maar een meter diep zijn. Daardoor warmen ze snel op maar koelen ze ook snel af. Inmiddels heb ik een pak dat me warm houdt door middel van een ingebouwde accu. Ik zal een thermopil slikken die continu mijn kerntemperatuur meet. Tijdens de tocht van Amsterdam naar Leeuwarden zakte die naar 35,1 graden. Vooral het IJsselmeer was koud, en ik had tegenwind. Bij 35 moest ik uit het water, en op een goed moment hoopte ik daar vurig op. Ik wilde echt niet meer verder, was zo moe, had zoveel pijn. Maar het gebeurde niet. Zo’n grens geeft me wel een veilig gevoel.

„Vermoeidheid is lastiger te peilen. Er is een zwembril voor me ontwikkeld die ’s nachts met licht zorgt dat mijn bioritme wat afvlakt. Hoe meer ik non-stop kan zwemmen, hoe toffer ik het zou vinden, maar bij Amsterdam-Leeuwarden heb ik drie keer een powernap van twintig minuten gedaan, op een drijvend matras. Vlak daarvoor begon ik dingen te zien die er niet waren. Roze waterfietsen, mijn coaches deden allerlei toneelstukjes, alsof ik in een soort fata morgana zwom. Gelukkig kon ik nog wel beredeneren dat het gek was wat ik zag. Dat is de tweede grens: als ik gekke dingen begin te zien is dat het moment dat ik zelf de keuze ga maken om te slapen.

„De Friese wateren zijn heel mooi om in te zwemmen, vooral tussen Stavoren en Sneek, in de Luts. Daar heb je van die overhangende bomen, zwem je door een soort Borneo-achtig water. Heel vet. Vanuit het water heb ik een perspectief op de wereld dat je anders nooit hebt, terwijl ik rustig langs dobber. Ik zie ’s ochtends vroeg de lichten aan gaan, zie al om half zeven iemand in de tuin koffiedrinken en vraag me af waarom. ’s Avonds het tegenovergestelde, de lampen gaan uit, er is alleen nog donkerte. Het is mooi om te mogen kijken naar het normale leven dat doorgaat. Ik ben daar dankbaar voor, want het zouden zomaar mensen kunnen zijn die destijds met een donatie mijn stamceltransplantatie mogelijk maakten.

Van der Weijden in het Friesche dorp Baard tijdens een 143 kilometer lange oefentocht van Amsterdam naar Leeuwarden.

Foto Vincent Jannink/ANP

„Het lastigste moment van de hele tocht gaat de tweede nacht zijn, het stuk dat ze de Hel van het Noorden noemen, tussen Franeker en Dokkum, vijftig kilometer weiland. Dan gaat het koud zijn, en wil ik het liefst slapen.

„In het ziekenhuis deelde ik zulke momenten in kleine stukjes op. Ik leefde van morfinespuit naar morfinespuit, elke vier uur kreeg ik er één, maar soms was dat niet genoeg. Toen artsen zeiden dat ze ook niet wisten hoelang het nog ging duren en dat ze me de maximale hoeveelheid medicijnen hadden gegeven, was ik de wanhoop nabij. Op dat moment focuste ik me op kleine stukjes – het volgende half uur halen, dan de volgende spuit halen, en daarin een soort ritme vinden. Zo gaan we die tweede nacht ook aanpakken. Tussen Franeker en Dokkum krijg ik alle elf studies die ik steun op borden te zien.

„Na afloop zal mijn lichaam het uitschreeuwen, vooral van de spierpijn, een extreme variant. Mijn spierafbraak zal gemeten worden, uitgedrukt in CK. Na een heftige krachttraining hebben sporters een CK van 600. Als ik twaalf uur zwem kom ik op 800, na 44 uur had ik 4.400. Dan kun je niets meer. Maar artsen vinden het niet gevaarlijk. Het is niet destructief.”

Naar de slachtbank

„Erger dan pijn hebben is het vooruitzicht dat je pijn gaat krijgen. Het besef dat er geen weg terug is, alsof je naar een slachtbank wordt gereden, en dat je tijdens het rijden nog allemaal dingen moet doen. Dat is een verantwoordelijkheid, een zware last. Al mijn gedachten gaan naar die drie dagen. Ik ben bezeten, zenuwachtig, geen leuke man, geen toffe vader.

„Laten we zeggen dat ik het ga halen. Wat dan? Wat zou een volgend doel kunnen zijn? Mensen zullen denken: als hij de Tocht haalt is hij gelukkig, net als na die gouden medaille in Beijing. Maar voor mij is doelloosheid niet fijn, dat zijn de lastigste momenten. Als ik niet meer weet hoe ik mijn schuld moet inlossen heb ik een probleem. Ik wil altijd ergens naar streven, met een basis van dankbaarheid en een vleugje pijn.

„Een van mijn verkenningstochten is de politiek. Ik ben lijstduwer van de VVD geweest, heb een gemeenteraadszetel in Waalwijk. Als je het over mensen helpen hebt, speel je in de politiek een belangrijke rol.

„Ik zwom het IJsselmeer over en haalde twintigduizend euro op, bij mijn pogingen het wereldrecord 24 uur zwemmen te verbeteren 8.500 euro. Dat is leuk, maar er zijn mensen die fondsenwervend succesvoller zijn. Met de Elfstedentocht ga ik veel meer ophalen, dat sowieso. We zijn al dik over de zeven ton. Dat gaat wel een beetje van mijn schuldgevoel wegnemen.”

    • Dennis Meinema