Hoe Feyenoord wegzakte, het jaar na de titel

Crisis Feyenoord Feyenoord had de wind in de zeilen, in mei 2017: de titel, plannen voor Feyenoord City, verwachtte Champions League-miljoenen. Nu ruim een jaar later is de club weer bijna terug bij af. Wat ligt ten grondslag aan het verval?

De geur van Bengaals vuur trekt door de kieren van het Rotterdamse stadhuis. Buiten op de Coolsingel staat een mensenzee, binnen wordt Giovanni van Bronckhorst toegesproken door burgemeester Ahmed Aboutaleb. „Giovanni, wat moet jij de afgelopen tijd toch enorm onder druk hebben gestaan.” Het is maandag 15 mei 2017, de dag na het eerste landskampioenschap van Feyenoord in achttien jaar tijd. Gejoel klinkt in de volle zaal. Hij heeft het geflikt.

Afgelopen donderdagavond, half elf. Van Bronckhorst loopt in het schijnsel van de Kuip na een van de grootste decepties in zijn trainerscarrière. Na de 4-0 van vorige week tegen Trencín, de nummer vijf van Slowakije, was de aftocht in de voorronde van de Europa League onafwendbaar. Feyenoord smijt in de return met energie, krijgt een overdaad aan kansen, maar het wordt 1-1. Geen Europa, dit seizoen.

Van Bronckhorst druipt af na het gelijkspel tegen Trencin, afgelopen donderdag in de Kuip. Daardoor speelt de club dit seizoen geen Europees voetbal. Foto ANP Pro Shots

Hoge pieken en diepe dalen kenmerken het tijdperk-Van Bronckhorst. Hij won drie hoofdprijzen in drie jaar – maar beleefde evenzoveel crises. Zijn krediet is groot, bij de directie. Hij bracht succes, na jaren van droogte. Hij won de meeste trofeeën ooit als Feyenoord-coach, vijf in totaal: de landstitel, twee KNVB-bekers, twee keer de Johan Cruijff Schaal. De laatste prijs die de club won vóór zijn aanstelling drie jaar terug, was de KNVB-beker in 2008.

Op dat succes kan hij teren. Hij kreeg voor elkaar wat zijn voorgangers niet lukte. En, van belang bij een turbulente club als Feyenoord: ‘Gio’ is een uitstekende ambassadeur, ligt goed in de media, heeft als clubicoon de gunfactor.

Maar door het gebrek aan speltechnische ontwikkeling onder zijn leiding, zijn er vraagtekens te plaatsen bij zijn aanpak en tactische vermogen. De club won afgelopen seizoen weliswaar de beker, maar dat verbloemde veel. In de eredivisie werd Feyenoord vierde, zeventien punten achter PSV. De euforie over de landstitel is volledig verdampt. Nu, middenin deze existentiële crisis, is de vraag waar het fout zit.

Lees ook: Het is nu al code rood bij Feyenoord.

Is Feyenoord een topclub?

Dirk Kuijt doet afgewogen zijn verhaal in de Kuip na zijn hattrick in de kampioenswedstrijd tegen Heracles Almelo, 14 mei 2017. Hij kijkt al over de landstitel heen en spreekt over de toekomst van de club, over de inhaalslag die moet worden gemaakt. „Er ligt nog een lange weg in het verschiet voor Feyenoord”, zegt hij. „Iedereen ziet hoe groot deze club is. Maar we moeten dat wel omzetten in resultaat. Dat hebben we de afgelopen twee jaar gedaan. Ik hoop dat dit een fundament is voor de rest van het succes van Feyenoord.”

Hij noemt de zege op Ajax in de derde ronde van de KNVB-beker in 2015, toen „stonden de mensen hier op de tafel”. Waarop een paar dagen later werd verloren van ADO Den Haag. In zijn boek Het geloof in succes beschrijft Kuijt de taferelen in de ploeg bij zijn terugkeer die zomer, voor de eerste training. „De spelers lagen letterlijk te rollebollen door de kleedkamer. Het leek wel een speeltuin. Ik kan me nog goed herinneren dat Tonny Vilhena, Jean-Paul Boëtius, Elvis Manu en Anass Achahbar ruzie met elkaar aan het maken waren en dat ik dacht: waar ben ik in beland?”

Kuijt rekende samen met Van Bronckhorst af met die cultuur. Dat leverde prijzen op. Maar om verder te komen, is meer nodig.

Met vier landstitels in de afgelopen veertig jaar – 1984, 1993, 1999, 2017 – is het de vraag hoe je Feyenoord moet beoordelen. Kan je de club serieus vergelijken met Ajax en PSV? De begroting is structureel lager. Al zit Feyenoord, mede door de Champions League-inkomsten over vorig seizoen, met 67 miljoen euro dicht tegen de 73 miljoen van PSV aan, volgens cijfers in VI. Ajax zit op 90 miljoen.

In de periode rond het kampioenschap heeft Feyenoord de wind in de zeilen. Drie dagen voor de landstitel stemt de gemeenteraad in met de financiële bijdrage voor het nieuw stadionproject, Feyenoord City, waarmee de club op termijn financieel op ooghoogte van Ajax en PSV zou moeten komen. Er wordt die zomer van 2017 voor ruim 26 miljoen geïnvesteerd in nieuwe spelers – en er wordt voor 30 miljoen verkocht. In september, kort voor de topper tegen PSV, kopt VI op de cover: Feyenoord is PSV voorbij, op alle fronten, staat er tussen haakjes bij.

Sindsdien is het op verschillende vlakken eigenlijk alleen maar achteruit gegaan. Sportief – zie het verval vorig seizoen, en de haperende start nu. Beleidsmatig – zie de afkeer tegen Feyenoord City bij onder meer een deel van de fanatieke aanhang. En financieel – door het ontbreken van Europees voetbal loopt Feyenoord miljoenen mis.

De Champions League-gelden – naar schatting zo’n 25 miljoen, officiële cijfers zijn nog niet bekendgemaakt – zijn geïnvesteerd in het nieuwe trainingscomplex, van 9,5 miljoen. En de club kocht voor 3,5 miljoen aandelen terug van de Vrienden van Feyenoord, die sinds de reddingsoperatie in 2010 grote minderheidsaandeelhouder zijn (49,9 procent). Prima investeringen voor de lange termijn, maar op het veld zie je er voorlopig weinig van terug.

Met de investeringsdrift bij Ajax en PSV dat qua salariëring en qua aankopen ook in een hoger segment zit, lijkt het een moeilijk verhaal te worden voor Feyenoord in de komende jaren. Het salarisbudget bij de club stijgt voor het eerst in jaren niet en blijft rond de 17,5 miljoen euro, voor vijftig spelers. „Eén keer in de vijf jaar” moet Feyenoord kampioen worden, zei algemeen directeur Jan de Jong onlangs op Radio 1. Dat lijkt op dit moment niet meer dan realistisch. Het is wachten op een doorbraak in het stadiondossier. Tot die tijd zit Feyenoord klem.

Mislukte aankopen

Het is een duidelijk ‘prioriteitenlijstje’ dat technisch directeur Martin van Geel hanteert, qua contracteren van spelers. Op één: jeugdspelers. Twee: Nederlanders. Drie: Scandinaviërs, omdat die qua cultuur dicht bij Nederland staan. Vier: overige Europese spelers. Vijf: niet-Europeanen. Dit model hanteerde hij ook bij de andere clubs waar hij gewerkt heeft. Ajax en PSV halen wel spelers uit Latijns-Amerika, maar daar doet Feyenoord in principe niet aan mee, vanwege de cultuurverschillen.

Giovanni van Bronckhorst met de schaal na het behalen van het landskampioenschap in mei 2017. Het was de eerste landstitel voor de club sinds 1999.

Foto Kay in ’t Veen/ANP

Van Geel is een man van de regelmaat, van de structuur. Hij gaat ieder jaar op stedentrip naar Rome en al vijftien keer boekte hij daar dezelfde hotelkamer, zei hij onlangs in VI. Hij geldt als capabel, hij is een van de regisseurs van de wederopstanding van Feyenoord na het bijna-faillissement in 2010. Met spitsen John Guidetti, Graziano Pellè en Nicolai Jørgensen haalde hij voltreffers.

Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen. Het transferbeleid van Van Geel is doorgaans vrij conservatief, zonder verrassingen. Hij haalt vaak namen die zich in Nederland bewezen hebben. En de kwaliteiten van spelers lijken niet altijd aan te sluiten bij wat specifiek gevraagd wordt voor posities.

Marko Vejinovic werd in 2015 gekocht, als opvolger van Jordy Clasie, terwijl Vejinovic van origine een nummer 10 is, waar Clasie meer teruggetrokken opereert – twee totaal verschillende spelers. Vejinovic mislukte. Renato Tapia werd gehaald met het oog op een vertrek van middenvelder Tonny Vilhena, maar wordt zelden op die positie ingezet. De talentvolle middenvelder Sofyan Amrabat werd vorige zomer voor vier miljoen gekocht van FC Utrecht, maar nu na een jaar in de Kuip is het nog altijd de vraag voor welke positie precies. Donderdag zat hij op de tribune.

En je kan vraagtekens zetten bij Van Geels voorkeur voor spelers uit Scandinavische landen. De competities in Zweden en Denemarken staan niet hoog aangeschreven: ze staan onder Nederland op de UEFA-clubranking. Het aantrekken van de Colombiaanse aanvaller Luis Sinisterra deze zomer toont overigens wel aan dat Van Geel openstaat voor Latijns-Amerika.

Waarom hield Feyenoord na het kampioenschap vast aan middelmatige spelers als Michiel Kramer, Bilal Basacikoglu, Miquel Nelom? Dat was het moment om afscheid te nemen. Doorselecteren, nieuwe, verse krachten. Inmiddels zijn ze alle drie weg. Tegelijkertijd is het niet gelukt om het gat dat Dirk Kuijt, Rick Karsdorp en Eljero Elia lieten op te vangen.

Nu is Clasie terug, op huurbasis, na drie lastige jaren in het buitenland. Je vraagt je af: is daar een grondige analyse aan voorafgegaan? Het terughalen van Boëtius, een jaar terug, is verkeerd uitgepakt. Kuijt laakte zijn instelling in zijn boek en noemde de keuze om hem weer naar Rotterdam te halen „een stap achteruit”. Deze week werd Boëtius voor de tweede keer uit de selectie gezet. Zijn tijd bij Feyenoord lijkt voorbij.

Het hoefijzerpatroon

De kritiek op het spel van Feyenoord zwol vorig seizoen aan en versterkt nu. Het is statisch, voorspelbaar voetbal, met weinig tempo, variatie en diepte. Er lijkt geen plan bij balbezit en balverlies – hoe collectief druk te zetten, bijvoorbeeld. We vroegen datawebsite 11tegen11 een analyse te maken van het afgelopen eredivisiejaar van Feyenoord, dat onder Van Bronckhorst bijna altijd in 4-3-3 speelt. De site maakt zogeheten passmaps, schematische weergaven van hoe een ploeg gemiddeld opereert: elf stippen (de spelers) met daartussen lijnen. Hoe groter de stip, hoe vaker een speler de bal had. De dikte van de lijnen geeft aan in welke mate spelers elkaar aanspeelden.

Het ziet er niet goed uit bij Feyenoord. Uit het model blijkt dat de ploeg vorig seizoen speelde in wat in jargon een ‘U-vorm’ wordt genoemd, het hoefijzerpatroon. Dat betekent: veel ‘gevaarloos’ balbezit. De linkercentrale verdediger passt naar de linksback, die kaatst terug of speelt de linksbuiten aan, die vaak in een lastige positie komt met zijn rug naar de goal, en regelmatig terug moet. Hetzelfde verhaal aan de rechterkant, met het verschil dat Feyenoord-rechtsbuiten Steven Berghuis daar met zijn buitengewone kwaliteiten voor veel gevaar kan zorgen.

De manier waarop dit Feyenoord speelt gaat precies in tegen de moderne voetbalprincipes, vertelt data-analist Sander IJtsma, directeur van 11tegen11. Die nieuwe opvattingen zijn: middenvelders worden in de as ingespeeld en aan de zijkant staat doorgaans maar één speler (vaak de back) die het spel breed houdt. IJtsma: „Via de as wordt dan ruimte en gevaar gecreëerd, en van daaruit kan de back worden ingespeeld, als ze hogerop staan. Wat Feyenoord doet is eigenlijk het tegenovergestelde.”

Door via de zijkanten op te bouwen ben je zeer afhankelijk van het creërend vermogen van de buitenspelers. IJtsma: „Met Berghuis heb je wel iemand die er met kop en schouders bovenuit steekt in de eredivisie. Maar dan leg je het lot van de ploeg in handen van één individu.”

De aanvallende middenvelders bij Feyenoord komen het minst aan de bal, blijkt uit de data. IJtsma: „Dan ben je niet op een efficiënte manier balbezit in kansen aan het omzetten.” Hij bestudeert veel passmaps en vindt die van Feyenoord niet passen bij een ploeg die de topdrie nastreeft. Het contrast van de patronen in deze passmap noemt hij in vergelijking met andere Europese teams „schrikbarend”.

Dit is de gemiddelde ‘passmap’ van Feyenoord over het eredivisieseizoen 2017-2018. Een pijl betekent minimaal drie aangekomen passes, de dikte van de pijl geeft aan hoe vaak de spelers elkaar vonden. De grootte van de stip staat voor hoe vaak een speler de bal had. Deze passmap is gemaakt door tactiekblog 11tegen11. Infographic NRC

Het ligt in lijn met een verhaal van het AD in november, waaruit bleek dat Feyenoord in de Champions League als traagste opbouwde van de 32 deelnemende teams. Zo’n 30 procent van alle passes vond plaats op de eerste dertig meter van de eigen helft. Ter vergelijking: het gemiddelde lag op 18,5 procent. Zelden gaf Feyenoord direct van achteruit een pass naar voren. Ofwel: Feyenoord heeft de slag met internationale trends volledig gemist.

Ander aspect: Feyenoord scoorde vorig seizoen van alle achttien eredivisieclubs het minst uit standaardsituaties – corners, vrije trappen, strafschoppen, ingooien. Slechts negen keer, tegen 27 en 23 door respectievelijk PSV en Ajax. Dat blijkt uit gegevens van databureau Gracenote. Terwijl dit een onderdeel is dat bij uitstek trainbaar is. Je ziet bij Feyenoord zelden een verrassende variant bij een corner of vrije trap.

In zekere zin is Feyenoord weer terug bij af. Trencín vormde daarin het voorlopige dieptepunt. Donderdag bleek hoe kwetsbaar Trencín was, wat de 4-0 van vorige week des te pijnlijker maakt. Onderschatting moet een rol hebben gespeeld, voor het eerste duel. De keuze om op de dag voor die wedstrijd niet op het trage, droge kunstgrasveld in Slowakije te trainen, maar in Rotterdam, is een inschattingsfout geweest. En Feyenoord wist zich, zoals vaker, geen raad met de hoge druk die de tegenstander zette. En het is Van Bronckhorst niet gelukt om het in de rust, bij 3-0 achter, om te zetten.

Woensdag, daags voor het tweede duel, was Van Bronckhorst strijdbaar in zijn persconferentie. „Ik heb voor zwaardere stormen gestaan.” Hij gaat zijn vierde jaar in, zijn contract loopt aan het eind van dit seizoen af. Als hij er al in slaagt zijn contract uit te dienen, moet de clubleiding straks de vraag beantwoorden: is hij ook de juiste man voor de komende jaren?

    • Steven Verseput