Opinie

De medeplichtige kerk is nog niet af van het misbruikschandaal

Over kindermisbruik binnen de katholieke kerk door priesters was alles wel zo ongeveer verteld, zo leek het. Totdat deze week een rapport van een Amerikaanse grand jury openbaar werd, waarin op twee na alle diocesen in de staat Pennsylvania zijn onderzocht.

De kwestie kindermisbruik moet nu eigenlijk opnieuw onder ogen worden gezien: het was nog erger dan gedacht. En mogelijk niet alleen daar, in die ene Amerikaanse staat. Misbruik was geen kwestie van rotte appels, zo staat nu vast. Het was in de onderzochte periode van zeventig jaar overal aanwezig, in elk bisdom van Pennsylvania. Er konden driehonderd priesters als plegers worden aangewezen. En ten minste duizend slachtoffers, mogelijk meer.

Lees ook: Ook in Pennsylvania dekte de kerk misbruik toe

De kerk was ingericht op structureel ontkennen, op afdekken, verzwijgen, afleiden, afkopen, wegduwen, verhullen. Er was een georganiseerde cover-up en een totaal tekort aan compassie met de slachtoffers. En dus van schuldig medeweten, van wegkijken, van faciliteren en daarmee van het toelaten van herhaling op herhaling. Wat neerkomt op structurele medeplichtigheid, nog afgezien van morele blind- en doofheid.

De eerste zin van het rapport is een getuigenis: ‘We, the members of this grand jury, need you to hear this.’ Wij, leden van de jury, willen dat u hier naar luistert. Dat is een hele opgave, want wie dat doet is daarna z’n vertrouwen in het morele gehalte van de mens, al dan niet in soutane, wel kwijt. Het is de dringende toon van het rapport zo goed als de inhoud, de gedetailleerde beschrijving van wat er met deze kinderen is gebeurd, die deze kwestie opnieuw urgent maakt.

Waarbij moet worden opgemerkt dat de meeste zedendelicten verjaard zijn; de piek in het misbruik lag in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw. En bleef overigens niet beperkt tot de kerk. Dat het meeste misbruik buiten de kerk plaatsvond, is ook een feit.

Ook heeft de kerkleiding het probleem inmiddels ruimschoots onderkend. En er moreel en financieel verantwoordelijkheid voor genomen. In het algemeen weet de kerk daarbij ook de juiste woorden te vinden. Er is schaamte en afschuw, tot aan de paus aan toe, over wat inmiddels officieel een ‘gruwelijke zonde’ heet. Ook deze grand jury merkt op dat er de laatste vijftien jaar veel is veranderd. De kerk houdt beter toezicht, hoort en erkent slachtoffers eerder – aangifte komt nu voor. Uit het aftreden van de strafrechtelijk veroordeelde Australische aartsbisschop Wilson eind juli kan worden afgeleid dat de paus ook consequenties durft te trekken. Hoewel aan dit kerkelijk ontslag nog heel wat maatschappelijke en politieke druk vooraf moest gaan.

Er is op dat vlak dan ook nog het nodige te winnen. Het is niet aannemelijk dat een cultuur van onaantastbaarheid die in decennia kon bloeien, binnen een paar jaar is verdwenen. Er is al met al toch weinig publieke verantwoordelijkheid genomen. Op een zerotolerancebeleid van het Vaticaan tegen misbruikende priesters is het nog altijd wachten. De Amerikaanse onderzoekers adviseren verjaring te beperken, een onderzoeks- en aangifteplicht in deze zaken en het bemoeilijken van zwijgcontracten. Dergelijke conclusies zijn in elk geval deels ook al in Nederland getrokken. Bovenal wijst dit rapport echter op systeemfalen van de kerk, van het instituut, waar het zodanig aan zelfinzicht en -reflectie ontbrak dat het één kindermisbruikende priester die ontslag nam op diens verzoek een aanbevelingsbrief meegaf. Voor diens volgende betrekking, in Disney World. Het is dát cynisme dat de adem doet stokken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.