Illustratie Max Kisman

Een poging om links te rédden

De strijd van links De crisis van links is internationaal. In Europa en de VS neemt de roep om een links dat breekt met economisch en cultureel liberalisme toe. In Nederland raakte een manifest van de groep Vrij Links deze week een open zenuw.

Ze horen allebei bij de rode familie. Filmmaker Eddy Terstall (54) komt uit „een communistisch nest in de Jordaan” en is al jaren PvdA-lid. Voormalig Tweede Kamerlid voor de PvdA Keklik Yücel (50), die als dochter van Turkse gastarbeiders op tweejarige leeftijd in Deventer belandde, zag hoe haar familie gebruik kon maken van linkse verworvenheden. „Een leven lang leren, kansen grijpen, het verheffingsideaal.”

Maar de liefde bekoelde gaandeweg. Bij Terstall begon het in 2004, na de moord op Theo van Gogh, toen hij zich ging roeren in het integratiedebat. Voor Yücel, tot vorig jaar Kamerlid, gaf het Links Verbond in Rotterdam de definitieve doorslag. De Rotterdamse fracties van GroenLinks, SP, PvdA sloten begin dit jaar een (kortstondig) verbond met de door de islam geïnspireerde partij Nida. In mei kwamen Terstall en Yücel samen met schrijver Asis Aynan en actrice Femke Lakerveld. Ze publiceerden een manifest en noemden hun groep Vrij Links.

Het manifest raakte een open zenuw op links. Zeker deze week, toen ze na een interview in Vrij Nederland honderden lovende, maar ook woedende reacties kregen, vooral op sociale media. Het pamflet werd anti-islamitisch genoemd, zou rechtse karikaturen bevestigen en in de kern conservatief zijn.

Wit reservaat

In hun manifest verwerpen ze de „uit Amerika overgewaaide trend” van linkse identiteitspolitiek, die mensen definieert in „religie, achtergrond, geslacht, geaardheid of ras”. Progressief links „hapt (…) als een zwaargewonde naar adem”. Ze pleiten voor secularisme en vooral maximale individuele vrijheid als verheffingsinstrument. Ze verwerpen religieus onderwijs, „politieke correctheid” die „leidt tot karakterloze en onbeduidende kunst”, universiteiten „zonder schurende meningen” die leiden tot „intellectueel weerloze laureaten en culturele verarming”. Terstall en Yücel willen links niet onderuithalen, zeggen ze op een terras in Amsterdam. Ze willen links weer relevant maken. Terstall: „We dreigen een rijk, wit reservaat te worden, dat alleen nog spreekt namens de welgestelde, progressieve stedelingen, die zich kosmopolitisme kunnen permitteren. Links haalde altijd 45 Kamerzetels, nu zijn het er minder dan dertig.”

Twee ontwikkelingen hebben de traditionele linkse kiezers weggejaagd, zegt hij. „Het neoliberalisme van de jaren negentig, toen socialisten de vrije markt omarmden, maar ook het cultuurrelativisme.” Keklik Yücel: „Opkomen voor vrouwenrechten en het vrije woord is op links ingewikkeld geworden. Links heeft haar vrijzinnige en seculiere principes losgelaten en agendeert niets meer. Links moet niet het initiatief aan plat-populistisch rechts laten, maar zelf agenderen.”

Lees ook het opiniestuk: Crisis van links: wij zijn nu allemaal een minderheid

Vrij Links past in een internationale trend. In West-Europa en de Verenigde Staten is links bezig met een zoektocht naar nieuwe bezieling. Centrum-linkse partijen leden de afgelopen jaren historische nederlagen in Duitsland, Frankrijk en Nederland. De sociaal-democratie is gemarginaliseerd in Italië, van de macht gestoten in Oostenrijk en Tsjechië. Zelfs in Scandinavië is een neerwaartse trend te zien.

Tegenbewegingen

Na de economische crisis van 2008 verloor geen stroming zo veel macht in Europa als de sociaal-democraten, blijkt uit recent politicologisch onderzoek. „De crisis toonde aan dat ze onderdeel van het probleem waren”, zegt Anton Jäger, die in Cambridge promoveert in de politieke theorie en regelmatig over dit thema publiceert in internationale media. „Veel beloften van de jaren negentig en nul konden niet meer vervuld worden. Je merkt dat partijen niet meer geworteld zijn in de samenlevingen. Bij sociaal-democraten komt dat nog harder aan. Als dat wegvalt, blijft er weinig over.”

In al die landen zijn tegenbewegingen ontstaan die één ding gemeen hebben: ze rekenen af met de geest van de jaren negentig, de tijd van de Derde Weg, toen progressieve partijen het marktkapitalisme omarmden als motor van sociale vooruitgang. Even werkte het. New Labour in Groot-Brittannië, het Neue Mitte in Duitsland, de PvdA en de Democratische Partij in de VS keerden terug naar het centrum van de macht. Maar het was een korte opleving. Met economisch en cultureel liberalisme raakte de traditionele achterban verweesd. Politiek werd een keuze tussen Pepsi en Coca Cola, zei de Belgische filosoof Chantal Mouffe.

Er ontstonden twee groepen kiezers: het individualistische, stedelijke links en zij die economische zekerheid willen verenigen met cultureel conservatisme. Jäger: „De vaste groep kiezers van voorheen was vertrokken. Maar de mensen die in de jaren negentig werden aangetrokken, zijn inmiddels ook weg.”

Grofweg gaan de antwoorden nu twee kanten op: óf links moet economisch radicaler worden, denk aan Bernie Sanders in de VS, óf cultureel conservatiever. Zoals in Denemarken, waar de sociaal-democraten, opgejaagd door rechts-populisten, nu kiezen voor een hardere anti-immigratiekoers.

In Amerika werd politicoloog Mark Lilla de invloedrijkste stem van deze cultureel-conservatieve tegenbeweging. Lilla hekelde progressieve identiteitspolitiek, die zich richt op verschillen in ras, seksuele geaardheid of geslacht. Die fixatie heeft progressief Amerika losgezongen van traditionele kiezers, vindt hij. „Identiteitspolitiek is grotendeels zelfexpressie. Daarom win je er nooit verkiezingen mee.”

Racist

Eddy Terstall en Keklik Yücel noemen het debat over Zwarte Piet een Nederlands voorbeeld van identiteitspolitiek. Terstall: „Voor mij is Zwarte Piet een racistische verwijzing naar het slavernijverleden. Maar ik heb ook begrip voor de mensen die het gevoel hebben dat ze als racist worden gezien. Activisten kunnen er een punt mee hebben, maar de kiezer in het midden van het land denkt: wat een Randstadhobby’s.” Past Vrij Links daarmee in een cultureel conservatief kamp, waar ook de Aufstehen-beweging van Sahra Wagenknecht in Duitsland onder valt? Terstall: „We hebben onze vrijheid te beschermen voor Nederlanders van iedere afkomst. Daarin wil ik best conservatief zijn.”

Lees ook het opiniestuk van Ian Buruma over de zogeheten linkse lente in Frankrijk: Een linkse lente na Macron, serieus?

Maar is progressieve identiteitspolitiek echt dé verklaring voor de neergang van centrumlinks in Nederland? De linkse partijen in de Tweede Kamer – GroenLinks, SP, PvdA, Partij voor de Dieren – blijven erbij vandaan. Het debat om Zwarte Piet te veranderen moest ‘in de samenleving’ gevoerd worden, vonden ze. De post-koloniale strijd tegen straatnamen en schilderijen vindt amper weerklank in het parlement. GroenLinks wil zich onder Jesse Klaver meer op sociaal-economische thema’s onderscheiden, de SP doet dat al. PvdA-leider Lodewijk Asscher had het over ‘progressief patriottisme’: diversiteit als nationale trots.

Politiek filosoof Anton Jäger zegt dat centrum-links zich in een „schadelijk cultuurdebat” heeft laten lokken. Hij noemt het een „carrousel van clichés”. „Je kunt cultuur niet los zien van de economie. Arbeiders zijn zwarte vrouwen die schoonmaken, immigranten in de bouw en, ja, witte mannen. Culturele verdeling erkent hun gedeelde economische belangen niet.”

Jäger snapt de roep om een cultureel conservatisme, maar zegt ook: „Mensen die nu economisch uitgebuit worden komen dan alleen cultureel meer aan hun trekken. Het zegt niets over de macht van multinationals en grote banken.” Daarover moet het gaan op links, zegt hij. „Waarom wordt het economisch beleid van een heel continent door een ongekozen ECB uitgestippeld? Hoe denken we over de Europese Unie? Zulke vragen zijn een goed begin voor centrum-links. Er is een probleem met economische machtsverhoudingen en met de financiële diagnose.”

Keklik Yücel en Eddy Terstall zeggen dat hun platform ook bedoeld is om sociaal-economische kritiek te leveren. Ze staan op dit thema links van de PvdA, zeggen ze. Yücel: „We hebben in de praktijk geen achturige werkdagen meer. Jongeren krijgen nauwelijks nog een vaste baan. Ze moeten lenen om te mogen studeren. Verheffing was een maatschappelijke opdracht, nu is het een individuele plicht.”

Democraten in de VS: Achterban gaat zijn eigen weg

Illustratie Max Kisman

De achterban van de Democratische Partij in Amerika wordt steeds linkser. Een probleem voor de partijleiding.

De opvallendste kandidaat van de Democratische Partij voor een van de vele posities in de volksvertegenwoordiging van de Verenigde Staten die deze november worden verkozen, is een 28-jarige ex-serveerster en activiste uit het New-Yorkse stadsdeel the Bronx: Alexandria Ocasio-Cortez. Ze noemt zichzelf een democratisch socialist, een aanduiding die in de Amerikaanse politieke context de bijklank van extremisme heeft. En sinds Ocasio-Cortez in juni in het veertiende district van New York verrassend de zittende Democratische afgevaardigde versloeg, heeft ze school gemaakt. Zo flirt ook voormalig Sex and the City-ster Cynthia Nixon met democratisch socialisme in haar campagne voor het gouverneurschap van New York.

Hoewel in de meeste gevallen de ‘officiële’ kandidaten tot nog toe hun nominaties in de voorverkiezingen hebben verzilverd, wordt de Democratische partijleiding er soms aardig nerveus van. De afdeling Californië is weer eens de uitzondering, die heeft de (lang)zittende senator gepasseerd en besloten in haar plaats de activistische Kevin de Léon te steunen.

De sluimerende richtingenstrijd in de Democratische Partij werd voor iedereen zichtbaar toen senator Bernie Sanders zich voor de presidentsverkiezingen opwierp als tegenkandidaat voor partijfavoriet Hillary Clinton. De linkse Sanders bleek een veel taaiere tegenstander dan verwacht en zijn aanvallen op het Wallstreet-kapitalisme deed Clinton veel pijn, kwetsbaar als ze was voor het graaiersverwijt door onder meer een lezing voor zakenbank Goldman Sachs à raison van 225.000 dollar.

Bij alle eerbied voor de verrassende kracht van Bernie Sanders, mag niet worden voorbijgegaan aan een al langer bestaande dynamiek onder het Democratische electoraat, die in hoge mate los lijkt te staan van de partij zelf, en die de ongemakkelijke positie van de partijleiding toont met de tussentijdse Congresverkiezingen van november op komst.

Een rapport van het gezaghebbende Pew Research Center uit het najaar van 2017 laat dat goed zien. Sinds 1994 ondervraagt het instituut kiezers van verschillende partijen regelmatig over hun standpunten over verschillende thema’s. Op enkele van die thema’s zie je bij de Democratische kiezers zo rond 2010 een scherpe afwijking ontstaan van een naar het politieke midden sukkelende trend. Op de vraag of discriminatie de belangrijkste reden is waarom zwarte Amerikanen „niet vooruitkomen”, antwoordde in 2010 28 procent van de ondervraagden ‘ja’. In 2017 was dat 64 procent. (Bij de Republikeinen ging het in die tijd van 9 naar 14 procent.)

Hetzelfde zie je bij de vraag of migranten de Verenigde Staten versterken met hun talent en harde werken. In 2010 vond 48 procent van de Democratische kiezers dat, in 2017 zegt 84 procent van hen ‘ja’ op deze vraag. (De Republikeinen gingen, misschien verrassend, in dezelfde tijd van 33 naar 42 procent ‘ja’.)

Dat de kloof tussen Democraten en Republikeinen wijder wordt, is in alle gevallen toe te schrijven aan een snelle verlinksing van het Democratische electoraat. Ziedaar de ongemakkelijke situatie voor de partijleiding. Mee-verlinksen met het electoraat betekent het bemoeilijken van samenwerking met politieke tegenstanders – het dagelijks werk voor politici. (Bas Blokker)

#Aufstehen in Duitsland: Armoede! Inkomen! Daar gaat het om

Illustratie Max Kisman

De vroegere achterban van links stemt nu vaak op de rechtse AfD. Links probeert iets nieuws: Opstaan!

Een nieuwe politieke beweging in Duitsland moet links uit het slop halen. Een programma is er nog niet, maar wel een naam die tegelijk een aansporing is: Opstaan. Of om precies te zijn: #Aufstehen; die Sammlungsbewegung, de beweging die wil samenbrengen.

Minder dan een jaar geleden hadden de drie linkse partijen in Duitsland – de SPD, Die Linke en de Groenen – nog een meerderheid in de bondsdag. Getalsmatig hadden ze bondskanselier Merkel naar huis kunnen sturen en een nieuwe regering kunnen vormen.

Maar een realistische optie is dat, door de grote inhoudelijke verschillen, nooit geweest. En sinds de verkiezingen van september 2017 kan het ook getalsmatig niet meer.

Bovendien is de verdeeldheid tussen (en binnen) de linkse partijen alleen nog maar toegenomen. En de anti-immigratiepartij AfD is nu behalve de grootste oppositiepartij ook steeds meer een concurrent voor links, een partij waar teleurgestelde, ooit linkse kiezers naar uitwijken. Reden genoeg dus om iets nieuws te proberen.

In het oosten van Duitsland is de AfD inmiddels dé partij van de arbeiders en de werklozen geworden. Dat moest onlangs ook Oskar Lafontaine vaststellen, de voormalige SPD-leider en minister van Financiën, die tegenwoordig fractieleider is van Die Linke in de deelstaat Saarland en een van de drijvende krachten achter #Aufstehen. „Het linkse kamp moet erover nadenken wat we verkeerd hebben gedaan”, zei hij.

Het gezicht van de nieuwe beweging is Sahra Wagenknecht, fractieleider van Die Linke in de bondsdag en de vrouw van Lafontaine. „Veel arbeiders, werklozen en mensen met lage lonen voelen zich met hun problemen en angsten bij ons niet meer begrepen”, lichtte zij in een kranteninterview toe.

Sinds twee weken is er een website in de lucht, met filmpjes waarin ‘gewone Duitsers’ (een leraar, een gepensioneerde kapster, een vrachtwagenmonteur, een student, een drukker, een vrouw van de bouwbond) uitleggen waarom ze ontevreden zijn over de huidige politiek. Ze noemen de lage pensioenen, hoge huren, tijdelijke contracten, hoge beloningen voor topmannen, het gebrek aan grote visies.

Op 4 september zal Wagenknecht een lijst prominente aanhangers presenteren en ook een soort manifest – een oproep om #Aufstehen formeel op te richten.

De Duitse beweging onderscheidt zich sterk van het Nederlandse Vrij Links, zegt politicoloog Andres Nölke, van de Goethe-universiteit in Frankfurt, die bij #Aufstehen betrokken is en die het manifest van Vrij Links gelezen heeft. „Bij Vrij Links ligt het accent relatief sterk op culturele kwesties, meningsvrijheid, omgang met racisme en dergelijke. Bij #Aufstehen gaat het vooral om sociaal-economische vragen, om armoede en verdelingsvraagstukken.”

Opmerkelijk is dat het initiatief voor de Duitse beweging niet van onderop komt, maar van politici die al een leidende rol in een partij spelen. „Het gaat ons erom links weer een meerderheid te bezorgen en samenwerking te bewerkstelligen.”

Ook onderscheidt #Aufstehen zich, zegt Nölke, „doordat we proberen mensen aan te spreken die zich niet meer voor politiek interesseren, die geen zin meer hebben om lid te worden van een partij. We richten ons daarom ook sterk op sociale media en het uitdragen van onze boodschap per video – we zijn niet zo intellectueel en tekstgericht.”

Maar is het niet wat laf, dat #Aufstehen de ook in Duitsland omstreden thema’s rond migratie uit de weg gaat? „Het is een heel gevoelige kwestie”, erkent Nölke. „We steunen het recht op politiek asiel, maar zijn niet voor meer arbeidsmigratie.” Daarmee kiest de beweging de lijn van Die Linke, niet die van SPD en Groenen.

Scepsis en wantrouwen

Wagenknecht en Lafontaine zeggen geïnspireerd te zijn door de Franse, radicaal linkse politicus Jean-Luc Mélenchon en zijn beweging ‘La France Insoumise’ (Het Frankrijk dat zich niet onderwerpt). Ze waarschuwen dat kiezers die zich zorgen maken over de multiculturele samenleving en de komst van vluchtelingen niet meteen moeten worden verketterd. Maar linkse critici vrezen dat #Aufstehen de AfD-kiezer te veel tegemoet zal komen.

Tienduizenden mensen zouden de afgelopen twee weken ‘deel van de beweging’ zijn geworden, zoals de website het noemt, door hun naam en mailadres op te geven. Maar #Aufstehen heeft bij de drie linkse partijen nog geen groot enthousiasme losgemaakt. Zelfs bij Die Linke, de partij van Wagenknecht en Lafontaine, bestaat scepsis – en wantrouwen dat de twee er eigenlijk op uit zijn een nieuwe partij te stichten.

De SPD, ooit een grote volkspartij, is inmiddels in de peilingen gezakt tot rond de 17 procent. Schrikbeeld is net als de PvdA „tot dwerg gereduceerd te worden”, zoals de leider van de jongerenbeweging van de SPD het onlangs uitdrukte.

Of #Aufstehen kans van slagen heeft wordt sterk betwijfeld door politicoloog Albrecht von Lucke, hoofdredacteur van het tijdschrift Blätter für deutsche und internationale Politik. „Alleen al de twee initiatiefnemers, allebei van de fundamentalistische vleugel van Die Linke, vormen een zware hypotheek. Ze zijn bovendien geen politici met samenbindende kwaliteiten. En de vermeende openheid van deze beweging? De lijn is al uitgezet. Migratie is een list van het kapitalisme. De openheid bestaat erin dat iedereen wordt uitgenodigd mee te doen – ook wie het nóg niet met de initiatiefnemers eens is.”(Juurd Eijsvoogel)

Momentum in het VK: Jonge kiezers vallen voor radicale idealen

Illustratie Max Kisman

De beweging Momentum krikt het linkse enthousiasme van de Labourkiezers op.

Het moest links zijn, het moest activistisch zijn, het moest dicht bij de Britse kiezers staan. Toen Momentum in 2015 als nieuwe organisatie binnen de Britse Labour partij werd opgericht, was het doel om de huidige radicaal-linkse Labour-leider Jeremy Corbyn aan een overwinning te helpen, om energie en enthousiasme op te wekken bij kiezers, mensen te mobiliseren en zo de participerende democratie te versterken. Momentum zag een voorbeeld in de links-radicale partij Podemos in Spanje en het Griekse Syriza, die ook hun linkse kiezers wisten te mobiliseren. Binnen een paar jaar is de organisatie een belangrijke speler geworden voor de Britse sociaal-democraten. Waar de zakelijke (linkse) partijpolitiek de binding met de Britse kiezer was verloren, heeft Momentum die deels hersteld.

Ze bellen aan bij kiezers, vragen naar hun zorgen, overtuigen ze om mee te doen. En op een hele praktische manier helpen ze Labour zijn zichtbaarheid te vergroten. Momentum traint activisten op straat, versterkt de online aanwezigheid van Labour, maakt video’s die viral gaan en helpt Labour beter te communiceren met de achterban. Tijdens de parlementsverkiezingen van 2017 werd Labour met behulp van Momentum weliswaar niet de grootste partij, maar kreeg het wel veertig procent van de stemmen – een groei van 9,5 procent.

De 69-jarige Jeremy Corbyn is mede vanwege zijn radicaal linkse idealen en zijn economische strijd (zo wil hij de transport-, gas- en elektriciteitssector nationaliseren) impopulair bij zijn partijgenoten in het Lagerhuis, maar geliefd bij veel van zijn nieuwe jonge kiezers. Ze zien in hem een principiële man die mensen boven winst stelt en strijdt voor een eerlijkere wereld: hij inspireert. Arbeiders in de partij zeggen zich weer echt gehoord te voelen. Momentum werkt samen met de vakbonden om de positie van arbeiders de versterken.

Inmiddels telt de beweging rond de 170 lokale afdelingen met bij elkaar zo’n 40.000 leden – iedere week komen daar tweehonderd bij. De groep was vorige maand nog op bezoek bij zusterpartij PvdA om advies te geven over hoe zij de partij nieuw leven kunnen inblazen.

Beth Foster-Ogg, verantwoordelijk voor de training van Momentums campagneteam, zei toen tegen NRC: „We willen Labour veranderen van een saaie partij van oude mannen, in een activistische beweging die geworteld is in gemeenschappen. Onze macht ligt in de grassroots.” Hoewel de plannen van Jeremy Corbyn linkser zijn dan die van zijn voorgangers, denkt Momentum van Labour een stabiele regeringspartij te kunnen maken. (Maral Noshad Sharifi)

    • Guus Valk
    • Mark Lievisse Adriaanse