Een milde tegenstem

kiest gedichten uit vakantielanden

Een van mijn vrienden heeft Turkse wortels: zijn grootouders werden geboren in een minuscuul dorpje aan de voet van de Ararat. Ieder jaar gaat hij met zijn gezin op vakantie naar Turkije: familie bezoeken, beetje bakken in de zon, zijn kinderen wat Turks bijbrengen (wat niet echt lukt: die klinken na iedere vakantie nog steeds even Brabants als hun ouders), massaal aan de baklava en ga zo maar door.

„Het is daar toch wel aan het veranderen”, zei hij toen hij vorige week bruinverbrand terugkwam. „Enorme sociale controle, je kan nauwelijks nog iets zeggen. Die Erdogan heeft een spionnenstaat gecreëerd. Iedereen is reactionair en xenofoob. Mensen zijn veel meer teruggetrokken dan een paar jaar geleden, ik zie het zelfs bij mijn familie.”

Daar was ik stil van. Ook omdat een van mijn lievelingsdichters, de soefi-mysticus Rumi (1207-1273), het grootste deel van zijn bestaan doorbracht in wat nu Turkije is en daar juist een lichtend voorbeeld was van tolerantie. Hij predikte naastenliefde en openheid, schreef sexy homo-erotische verzen en was fel gekant tegen dogmatisme. Neem het gedicht hiernaast: liefde gaat voorbij theoretiseren. Volgens Rumi moet je de rationaliteit, dat objectief aandoend vervoermiddel voor de mening van de heersende klasse, van je afschudden en openstaan voor wat er nog meer is.

Dat maakt het des te tragischer dat dit soort verzen geschreven werden in een land dat met de dag intoleranter wordt.

Gelukkig is Rumi anno 2018 een van de meestgelezen dichters van Turkije. Wie weet kunnen zijn geschriften een tegenstem bieden. De lezer oproepen voor zichzelf te blijven denken, mild te zijn naar de ander en voorbij de waan van de dag te denken. Dat zijn woorden meer zijn dan een mantel om in te slapen, je ogen sluitend voor alles wat er om ons heen aan het gebeuren is.

    • Ellen Deckwitz