Door de droogte kreeg een Zeeuwse fruitteler sterrenstatus

Wat eten we? Klanten willen weten waar hun eten vandaan komt, en dus prijst Kees Hamelink nu zelf zijn pruimen aan.

Fruitteler Kees Hamelink verkoopt zijn 3 mm te kleine afgekeurde pruimen aan Restaurants, winkels, particulieren, organisaties tegen voedselverspilling. Na de noodkreet op Facebook loopt het storm. Foto Evert van Moort / Hollandse Hoogte

Kees Hamelink moet wennen aan zijn nieuwe sterrenstatus. De Zeeuwse fruitteler werd met zijn pruimen hét symbool van de droogte. Hij kwam veelvuldig op tv en zijn foto verscheen in ongeveer alle kranten. Daarop is hij met een ernstig gezicht in de weer met kratjes of tuurt hij langs takken overladen met net iets te kleine pruimen. Het was allemaal begonnen met zijn zus, die had een oproep gedaan om de kleine pruimen te ‘redden’.

Eigenlijk is Hamelink zelf te bescheiden voor al deze heisa. „Echt leuk vind ik het niet.” Laatst had hij zelfs Canadezen aan de deur gehad. Toegegeven, ze waren in Nederland op vakantie, maar toch. Die wilden met hem een selfie maken, maar dat ging Hamelink te ver. „Ik heb het niet gedaan.”

De grootste aandacht zakt inmiddels weer wat weg, constateert hij nu, en dat is prima. Ondertussen gaat het werk gewoon door. De fruitteler zit op dit moment volop in de oogst van Reine Victoria, na de Opal-pruimen waar het allemaal mee begon. Roze zijn ze, met een vleugje geel. Ook die zijn kleiner dan normaal. Maar nu komt hij er een stuk makkelijker vanaf dan een maand geleden.

Sterker nog, in de winkels van Agrimarkt zijn de pruimen van Hamelink een „bestseller”, zegt commercieel directeur Wilfred van Elzakker. Agrimarkt, een kleine supermarktketen die vooral in Zeeland te vinden is, begon als eerste met structurele verkoop van een aantal soorten groente en fruit die er door het warme weer anders uitzien: krommer, gevlekter, kleiner of juist groter. Omdat ze niet perfect zijn, behoren ze tot klasse 2.

Normaal ligt klasse 2 niet in de winkel, zegt Van Elzakker. Maar wat blijkt: het verkoopt hartstikke goed. Op sommige dagen is de omzet van klasse 2 per dag een derde hoger dan dezelfde dag een jaar eerder, toen alleen piekfijne klasse 1-producten in de schappen lagen.

Een foto? Liever niet

Nou is zo’n vergelijking altijd lastig: komt het alleen door de populariteit van de droogte-oogst? Hoe dan ook, Van Elzakker signaleerde dat er nu zelfs mensen langskwamen die voorheen nog nooit in een Agrimarkt waren geweest.

Kees Hamelink deed een paar dagen terug ook een vestiging aan. Daar stond hij oog in oog met zijn eigen beeltenis. Reclame voor de pruimen. Een beetje vreemd vond hij dat wel.

Van Elzakker zegt lachend dat hij dat herkent. Agrimarkt, een coöperatie, werkt samen met lokale boeren. Die prijzen in de winkel en in de folder al jaren hun eigen producten aan. Maar net als Hamelink hebben ze daar niet altijd zin in. Als ze gevraagd worden voor een foto, zeggen ze eerst vaak nee.

Toch is dat wel de trend, ook elders. Veel klanten willen tegenwoordig weten waar hun eten vandaan komt, dus wordt de boer steeds zichtbaarder. Van telers in reclamespotjes tot melkveehouders op yoghurtpakken.

Bij de droogte-oogst is zo’n gezicht misschien nog wel nuttiger, omdat je consumenten moet overhalen eten te kopen dat er anders uitziet. Dan helpt het om te weten dat er achter die kleine pruimen een Kees Hamelink schuilgaat. Hopelijk werkt het ook met de ijsbergsla van Hubert Visser of de uien van Frank Kuijpers – al kan natuurlijk niet élke boer beroemd worden.

    • Geertje Tuenter