De midlifecrisis is echt, maar het hoeft niet per se een crisis te zijn

Levensloop De middelbare leeftijd kan net zo’n schok zijn als de puberteit, maar wordt maatschappelijk eerder lacherig bejegend. Neem de middelbare geluksdip serieus, schrijft Annemiek Leclaire.

Foto Vanessa McKeown

‘Wat gebeurt er als de samenleving een hele leeftijdsgroep verkeerd begrijpt?” Dat vroeg publicist Jonathan Rauch zich recentelijk af, in een artikel in het Amerikaanse maandblad The Atlantic. Rauch, auteur van het in juni gepubliceerde boek The Happiness Curve. Why life gets better after midlife, vraagt de lezer zich voor te stellen hoe de maatschappij eruit zou zien als het begrip puberteit niet gedefinieerd zou zijn, zoals de Amerikaanse psycholoog G. Stanley Hall in 1904 deed. Rauch meent dat we dankzij Stanley Hall een verhaal hebben kunnen ontwikkelen over de uitdagingen en moeilijkheden van de tienerjaren als min of meer vast onderdeel van de overgang naar volwassenheid. Hij vindt het de hoogste tijd dat dit voor de midlife-fase ook ingeburgerd raakt. „Net als de adolescentie is de geluksdip op middelbare leeftijd voorspelbaar in de ontwikkeling en kan deze verergeren door verwarring en zelfvernietigende denkpatronen. Net als in de adolescentie leidt het uiteindelijk meestal tot een gelukkiger stadium. Maar waar pubers op maatschappelijk begrip kunnen rekenen, gaat het bij midlifers al snel lacherig over sportauto’s.”

Dat we niet worden onderwezen in de kenmerken van de levenslooppsychologie, merkte ik al na de geboorte van mijn kinderen. Ik was verbijsterd over het gebrek aan informatie over wat het betekent om moeder te worden. Het kostte me flink wat moeite om literatuur te vinden over de invloed van hormonen op lichaam en geest, of over de transformatie die mensen ondergaan zodra ze ouders worden. Tot op de dag van vandaag zie ik prille ouders tobben met dezelfde dingen (angst, concentratieverlies) en denken ze dat ze de enigen zijn.

Nu ik een eind in de veertig ben en bij mezelf en vrienden de invloed van de midlife-fase zie, realiseer ik me opnieuw dat we steeds in het duister tasten over wat ons in de verschillende etappes van ons leven bezighoudt. Iedere nieuwe levensfase brengt nieuwe vraagstukken met zich mee, zo ook deze. Ik zie bijvoorbeeld bij leeftijdgenoten dat ze allemaal in enige mate beschadigd zijn geraakt door de ervaring met tegenslag, ziekte en dood. Er is minder vertrouwen in maakbaarheid, want waarom zou iets dat altijd verkeerd liep, nu wel lukken?

Optelsom van schokjes

Ook zijn er de eerste tekenen van uiterlijke veroudering die maken dat mensen die voorheen over sjans niet te klagen hadden, nu het gevoel hebben onzichtbaar door het leven te gaan – toch even wennen in een samenleving die jeugd verheerlijkt. Hoewel de een er door aanleg of omstandigheden meer last van heeft dan de ander, is het toch gek dat er geen breed gedeelde kennis is over wat levenslooppsychologen ‘de tweede fase van de volwassenheid’ noemen?

De Amerikaanse journaliste Pamela Druckerman (48) schrijft ongecensureerd over precies deze fase in haar boek There are no grown-ups, a midlife coming-of age-story, dat binnenkort in Nederlandse vertaling uitkomt onder de titel Volwassenen bestaan niet. Druckerman, die met man en kinderen in Parijs woont, brengt de uitdagingen van de veertigplusser in kaart. Wat het boek zo goed en grappig maakt is haar volstrekte openhartigheid over wat het betekent „je jeugd kwijt te zijn”, terwijl je er nog geen nieuw verhaal voor in de plaats hebt. Druckerman duidt de fase tussen veertig en vijftig aan als „a decade without a narrative”, omdat ze het gevoel heeft alles opnieuw te moeten uitvinden: met wie ze omgaat, wat zinvol werk is, hoe ze eruitziet, hoe ze in het leven staat.

Lees ook: Het dal dat midlifecrisis heet (en hoe je er mee omgaat)

„De midlife shock” noemt ze het moment dat tot haar doordringt dat ze onherroepelijk van middelbare leeftijd is. Die realisatie is de optelsom van eerdere kleinere schokjes, bijvoorbeeld als ze door Parijse obers ‘madame’ wordt genoemd in plaats van ‘mademoiselle’; als ze een restaurant uitzoekt op het zoekcriterium ‘rustig’; als ze wakker wordt met een kater terwijl ze de avond ervoor niks heeft gedronken. „Hoe zorg ik ervoor dat mijn geest gelijke tred houdt met mijn gezicht?” vraagt ze zich af.

De Britse psychoanalytica Jane Polden schreef met Regeneration, Journey through the mid-life crisis al zestien jaar geleden een interessante studie naar de kenmerken van deze leeftijdsgroep. Ze signaleert een toestand van desoriëntatie in wat misschien wel de drukste fase van het leven is. Individuele levens kennen volgens haar ondanks de onderlinge verschillen een universele dynamiek en ‘het drama van midlife’ wordt gekenmerkt door een aan de adolescentie gelijkende onrust waarin zekerheden over wie je bent, waarom je leeft, en hoe je leeft overhoop worden gegooid.

Daardoor is het volgens haar „de meest verontrustende periode in ons leven sinds de puberteit”. Daarbovenop is het ook de fase waarin veel mensen opgroeiende kinderen hebben, ouder wordende ouders én drukke banen. Die ‘sandwichpositie’ maakt die jaren de meest hectische van het leven. En dan is er nog het groeiende besef van de eigen sterfelijkheid en de eindigheid van de tijd. Geen wonder dat midlifers laag scoren in onderzoeken naar tevredenheid.

Onstuimige sprong

In 2008 lieten Britse onderzoeken zien dat tevredenheid met het eigen leven de vorm heeft van een U. De tevredenheid was hoog in de jongvolwassenheid en op oudere leeftijd; het dal van de U kwam op gemiddeld 46 jaar. Dit patroon was hetzelfde in 72 landen en gold voor mannen en vrouwen.

Een Duitse wetenschapper volgde dertien jaar lang 23.000 mensen tussen 17 en 85 jaar oud en concludeerde dat de verklaring van de dip lag in verwachtingen van het leven. Jonge mensen hebben optimistische verwachtingen en de mislukking daarvan wordt in het midden van het leven pijnlijker gevoeld dan aan het einde, als mensen berusting en dankbaarheid hebben ontwikkeld. Kortom: vijftigers en zestigers hebben zich neergelegd bij de tegenvallers die hen als veertigers nog frustreerden.

Martin Amis omschreef het als wakker worden in een nieuw land, waar je de taal niet kent

En dan zijn er, vooral in vrouwenlichamen, ook nog hormonen aan het werk die de overgang naar een andere fase onderstrepen. Het is allemaal geen abacadabra, het hoort gewoon bij de leeftijd. En het hoeft geen ‘crisis’ te worden, als je de krachten ervan maar onderkent, stelt Jonathan Rauch in het artikel in The Atlantic. Dat is ook de mening van psychoanalytica Polden. Wie die ‘donkere krachten’ niet naar de oppervlakte brengt, loopt volgens haar kans te stagneren in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling. Het is volgens haar die ‘stagnatie’ die kan leiden tot het permanente wrevelige chagrijn dat we onder mensen van middelbare leeftijd zo vaak zien.

Polden beschrijft de op elkaar inwerkende factoren in deze leeftijdsfase als samenballende krachten die een ontsnapping zoeken in dromen en fantasieën; over een nieuw leven, een nieuwe verliefdheid, een nieuw verhaal; een sluimerend vuur dat tot een brand kan uitgroeien zodra er iets of iemand voorbijkomt die eens flink pookt. En dan is het uitkijken geblazen dat we niet „een onstuimige sprong naar de vrijheid” maken – zo’n sprong die mensen ineens hun baan doet opzeggen, die mannen van vijftig achter de kinderwagen doet belanden.

Triootje als cadeau

In die sprong zit een onvermijdelijke tragiek. De ‘hoofdpersonen’ vallen namelijk zo hard uit het verhaal van hun eigen leven dat ze de eerste jaren volstrekt gedesoriënteerd zijn. „Mijn plot is weg”, zegt een cliënt van Polden nadat hij zijn vrouw en kinderen heeft verlaten voor een jongere collega die hij zwanger heeft gemaakt. Schrijver Martin Amis, die toen hij begin veertig was eenzelfde traject volgde en ook nog brak met zijn agent en beste vrienden, omschreef het als „wakker worden in een nieuw land, waar je de taal niet kent, en niet weet hoe de metro’s rijden”.

Dergelijke sprongen zijn allang niet meer voorbehouden aan mannen. In de roman Donker woud van Nicole Kraus is het de vrouw die vertrekt. En ook daarin gaat het over de moeizame zoektocht naar een nieuw verhaal voor zichzelf.

Dit radeloze gevoel verdwaald te zijn wordt in literatuur over midlife steevast geïllustreerd door een passage uit De goddelijke komedie van Dante, die op zijn 42ste noteert:

„Op ’t midden van ons levenspad gekomen,

kwam ik bij zinnen in een donker woud

want ik had niet de rechte weg genomen.”

Volgens Polden komen we heus wel weer thuis, zolang we maar snappen wat er aan de hand is, stelt ze, en bereid zijn dat rustig maar beslist te onderzoeken.

Lees ook: Stop met streven naar geluk

Het zou toch handig zijn als dat inzicht in ons collectieve bewustzijn een plek zou krijgen. Laat Sire er alsjeblieft geen campagne van maken – je ziet de karikaturen van tobbende veertigers met vraagtekens boven hun hoofd al voor je – maar een folder in het rekje van de huisarts is al een idee.

Pamela Druckerman wordt midden veertig gediagnosticeerd met non-Hodgkin, een ernstige vorm van bloedkanker. Aan haar verlangen naar zingeving wordt ogenblikkelijk tegenmoetgekomen als ze na een paar maanden verneemt dat de chemokuren zijn aangeslagen en haar kinderen hun moeder behouden. Een nieuwe levenskoers is niet nodig, een nieuwe relatie evenmin. Ze houdt het bij een triootje, een verjaardagscadeau voor haar man, zorgvuldig beschreven in een hoofdstuk dat heet ‘How to Plan a Ménage à Trois’. Druckerman had haar echtgenoot een horloge willen geven, maar hij had gezegd: „Ik heb liever een trio met een andere vrouw, zo’n horloge gaat toch maar kapot.” Na afloop concludeert Druckerman, die het allemaal maar matigjes vond: „Geef mij voor mijn volgende verjaardag maar een horloge.”

Pamela Druckerman There are no grown-ups verschijnt deze maand bij Uitgeverij Balans onder de titel Volwassenen bestaan niet, en andere dingen die ik pas rond mijn veertigste begreep. 22,50 euro
Jonathan Rauch The Happiness Curve. Why life gets better after midlife. Bloomsbury, 16,99 euro
    • Annemiek Leclaire