Opinie

‘volksvijand’

Amerikaanse pers laat zich terecht niet stil en zwijgend verketteren

Vandaag publiceren op initiatief van The Boston Globe zo’n driehonderd Amerikaanse media een hoofdredactioneel antwoord op president Trumps continue aanvallen op de pers als ‘vijanden van het volk’ en brengers van ‘nepnieuws’. Het is een opmerkelijke fase in de polarisatie tussen de pers en een president die de tactiek van het bestrijden van de boodschap door de boodschapper aan te vallen tot in de puntjes beheerst.

Inmiddels lijkt het of geen doorsnee Amerikaan meer feit en fictie in het publieke debat kan onderscheiden. Vooral de identiteit van de afzender is dominant geworden. „Wat u ziet en wat u leest is niet wat er gebeurt”, zei Trump vorige maand. Alles heeft een andere betekenis, waarmee hij van iedere burger handig een slachtoffer maakte. Nooit eerder naderde Trump de Britse schrijver George Orwell zo dicht, die in de sombere toekomstroman 1984 schreef dat de Partij de burger tenslotte verbood te geloven wat hij zag en las. Alleen de partij (i.c. de president) stelt nog vast wat waar is, en wat niet. Deze president leeft in zijn eigen dimensie, een digitale werkelijkheid waarin alleen zijn feiten en beelden gelden. De rest is figurant of fout.

Laten praten en dat vervolgens opschrijven is dan de gebruikelijke taakopvatting van de media. Ofwel: het publiek informeren, nauwkeurig en zo zorgvuldig mogelijk, dat er dan zijn eigen conclusie aan kan verbinden. Een gezamenlijke, solidaire stellingname voor de grondwettelijk gegarandeerde uitingsvrijheid in de vorm van een vrije pers is dan een bijzonder moment.

Kennelijk is het nodig. Het Trumpiaanse universum van goed en fout is aantrekkelijk en besmettelijk tegelijk. Televisiejournalisten stellen vast dat ze bij campagnebijeenkomsten worden uitgejouwd en bedreigd. Dit Witte Huis hitst burgers succesvol op, in termen die rechtstreeks ontleend zijn aan het totalitaire vocabulaire. ‘Vijand van het volk’ is van oorsprong een term waarmee de beschuldigde van zijn burgerrechten wordt ontdaan zodat hij standrechtelijk kan worden geëxecuteerd. Het werd gebruikt in de Franse Revolutie om er de gang naar de guillotine mee te bespoedigen. De NSDAP duidde er sociaal-democraten, communisten, homo’s, joden en zigeuners mee aan. Stalin gebruikte het voor saboteurs, spionnen, contra-revolutionairen. Meerdere totalitaire staten gebruikten het als algemene aanduiding van regimetegenstanders die uitgeschakeld dienden te worden.

Trumps gebruik van de term is dan ook te beschouwen als een systeemaanval, op de Amerikaanse democratische rechtsstaat. En dus op de vrijheid van de burger om zich te kunnen informeren en zich daar zonder angst in het openbaar over te kunnen uitspreken. Die aanval beperkt zich niet tot de VS – de Amerikaanse democratische cultuur is ook de onze, alle verschillen in partijstelsel en staatsvorm daargelaten. Gaat een populistische Amerikaanse president de pers te lijf, dan resoneert dat in de hele westerse wereld. Ook in Europa zijn autoritaire of populistische bewegingen die de rol van ‘de pers’ verketteren.

Ook hier dient de vrije pers alert te zijn. En zich steeds te bezinnen op zijn maatschappelijke rol, en de vraag of ze voldoende representatief is. Vervullen media hun rol gedisciplineerd en verantwoordelijk? Doen zij hun werk evenwichtig en transparant? Blijven zij binnen de wettelijke kaders, waarbinnen hen overigens een bijzondere positie is toegekend? Bewaken media hun kwaliteit door zelfregulering? Persvrijheid gaat niet zozeer over rechten voor journalisten, maar over het recht van de burger op vrije toegang tot informatie. Geen democratie kan zonder.

Update (16 augustus 2018): Dit commentaar is geüpdatet met een hoger aantal Amerikaanse media dat zich heeft aangesloten bij de actie. Woensdag waren dat er nog zo’n tweehonderd, donderdag ruim driehonderd.