De Tour de France, maar dan anders

Frankrijk

Twee reisboeken laten je het andere Frankrijk zien. Peter Giesen reisde de Route Nationale 7 af en zag een land in verval. En Margot Dijkgraaf reeg een twintigtal literaire ‘cols’ aan elkaar.

De Col d’Izoard in de Franse Alpen, een befaamde Tour-etappe Foto Getty Images/iStock

Lezen in Frankrijk. Ik nam twee recent verschenen boeken mee. Fijne, maar tegelijk gravende lectuur biedt voormalig Volkskrant-correspondent Peter Giesen in Retour de France, zijn afscheidstournee door het land waaruit hij vijf jaar berichtte. Hij volgde Route Nationale 7, de Franse variant van de legendarische Route 66. Giesens grand départ is Parijs, dan gaat het in achtereenvolgende ‘etappes’ langs onder meer Fontainebleau, Nevers, Lyon, Aix-en-Provence en Nice. De slotetappe is weer in Parijs.

We hebben dan mooie stukken achter de rug waarin elke etappe-finish wordt aangegrepen voor beschouwingen over daar heersende problemen. Parijs als vervallen museumstad, de banlieu Ivry-sur-Seine over het troosteloze leven van de immigrant, de monarchale aspecten van de presidentiële hofcultuur.

Eenmaal via RN7 te Nevers aangekomen, schrijft Giesen over de pogingen van een hardnekkige, katholieke minderheid het hoofd boven water te houden, nu Macrons ‘neoprotestantisme’ beter geschikt lijkt voor Frankrijks voortbestaan.

Tussen Giesens beschouwingen door volg ik de Tour de France. Boze boeren hebben wegversperringen op het parcours aangebracht. Giesen schrijft over de crisis op het platteland als hij in het departement de Allier finished. We voelen na zijn woorden precies waar de frustratie van de boeren vandaan komt.

Voor niets naar Parijs

Lezen in Frankrijk is de titel van mijn tweede meeneemboek. Margot Dijkgraaf schreef een literaire Tour de France. Haar rittenschema is minder lineair dan dat van Giesen. Ze reeg een twintigtal literaire ‘cols’ aan elkaar, die een prachtige reis opleveren. Voor Patrick Modiano komen we aan in Nice, Philippe Claudel brengt ons in Lotharingen, Michel Houellebecq in het Zuid-Franse Rocamadour. Van een aantal van haar literatoren had ik nog nooit gehoord, maar ze weet de meesten hoe dan ook tot grote hoogte op te schrijven.

Deels is deze introductie in de Franse literatuur ook een echt reisboek. In verband met de door Montaigne geïnspireerde feministische literaire duizendpoot Hélène Cixous ging Dijkgraaf naar de beroemde toren van de Renaissance-essayist. Deze blijkt in de plafondbalken uitspraken van de grote Klassieken te hebben laten snijden. Hier en daar zijn ze slecht leesbaar, schrijft Dijkgraaf, aangezien Montaigne ze soms door andere liet vervangen. Leuk.

Meesterlijk vind ik hoe ze terloops Cixous’ fascinatie voor Montaigne suggereert. Cixous werkt tegenwoordig aan een reeks ‘pétales’, bloemblaadjes. ‘Ik wil dat het organisch is,’ zo citeert Dijkgraaf haar, ‘zonder dwang waar het vorm, chronologie en inhoud betreft. Het moet groeien als een immense bloem, ver van iedere bewuste constructie.’ Iemand die zich dat voorneemt moet wel van Montaigne houden, die werkte net zo.

Lees ook: Deze podcasts, boeken, series en muziek maken jouw vakantie nog leuker

Voor een deel is Lezen in Frankrijk een echt reisboek, schreef ik al. ‘Een keer ben ik voor niets naar Parijs gegaan,’ schrijft Dijkgraaf. Of dat echt zo is lijkt me de vraag. Het levert tenminste mooie pagina’s op. Hoe de uiterst kleurrijke auteur Virginie Despentes haar voor de dichte deur liet staan, een scène in het Parc des Buttes Chaumont, aangelegd op een plek die eerst als galgenveld fungeerde, vervolgens als kalksteengroeve en vuilnisbelt – een zelfkant die dan weer fraai met Despentes’ werk associeert.

Het mooie van Retour de France en Lezen in Frankrijk is dat ze op elkaar aansluiten. Giesens beschouwingen werpen op zijn minst bij een aantal van de door Dijkgraaf zo nauwkeurig en aanstekelijk uitgebeende auteurs (sociaal-economisch, cultureel, psychologisch) licht op hun thematiek. Twee boeken om te lezen in Frankrijk, of elders.

    • Atte Jongstra