Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Spoorervaring

Interessante discussie in de eersteklascoupé van de sprinter Uitgeest-Amsterdam CS. Een reiziger – type drukke man met deadline van het een of ander, we hoorden hem ook al afgemeten telefoneren met zijn vrouw over iets huishoudelijks – die een plukje van vier conducteurs maande om wat zachter te converseren en besloot met: „En het is niet de eerste keer dat ik het vraag.”

De gezichten vertrokken ervan.

Een van de conducteurs, toevallig de grootste, beriep zich op 25 jaar spoorervaring en zei dat een sprinter te vergelijken was met een metro.

„Voor mij is dit gewoon een werkplek met alle dynamiek van dien.”

De reiziger: „Ha-ha.”

De conducteur: „Ik loop toch ook niet bij uw kantoor naar binnen om te controleren of u daar aanwezig bent en ik vraag u daar toch ook niet om minder te overleggen? Nee, dat doe ik niet, ik denk namelijk: die man werkt daar, die laat ik met rust.”

De conducteurs in de eersteklascoupé op dit traject waren mij ook weleens opgevallen, net als hun eetgewoonten. Ik luisterde graag naar ze, vooral als ze aan het klagen waren.

Een van de andere conducteurs, een vrouw, vroeg zich hardop af of eersteklasreizigers wel wisten wat er zou gebeuren als er geen conducteurs in de eersteklascoupé zouden zitten.

Ze gaf zelf het antwoord.

„Dan ziet het hier zwart van de scholieren en toeristen. Wij hebben een afschrikkende werking.”

De conducteurs waren mij ook weleens opgevallen, net als hun eetgewoonten

De reiziger tikte ondertussen alweer woedend door op zijn laptop. Hij stapte in Zaandam uit.

„Stapt-ie in de Intercity”, constateerde de grootste conducteur. „Moet hij lekker doen, lekker in de stiltecoupé gaan zitten.”

Een conducteur die nog niets gezegd had, had hem wel vaker zien zitten.

„Altijd met zo’n gezicht.”

Gelach.

Daarna een anekdote over ene Nico, die wel raad wist met dit soort zeurpieten.

Onverwachts werd ik ook bij het gesprek betrokken.

„Of heeft u ook zo’n last van ons?”

Na Sloterdijk gingen ze aan het werk.

De grootste conducteur stond opeens naast me en vroeg om mijn kaart.

Terwijl hij scande, knikte hij naar mijn gymschoenen. „En je moet je veter strikken.”

Ik strikte mijn veter.

Hij: „Nee, je moet er een dubbele knoop in leggen, net als ik. Anders heeft het geen zin.”

Ik keek naar zijn zwarte werkschoenen, waar inderdaad twee keer een dubbele knoop in zat. Aan zijn gezicht zag ik dat hij daarna ging zeggen dat je dat echt niet meer vergat met 25 jaar spoorervaring.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen