Opfriscursus schoonmaken voor studenten (en anderen)

Poetsen Diet Groothuis weet alles over een bijna in onbruik geraakte gewoonte: schoonmaken. Ze geeft advies, vooral aan studenten. „Een kamer kan met weinig moeite veel schoner.”

Op de wc is de bril niet het viest, zegt Diet Groothuis. Dat zijn de spoelknop, de kraan, het lichtknopje en de deurkruk. Foto Istock

Een keer per jaar sjouwden de drie kinderen Groothuis alle meubels de tuin in. Het hele gezin sopte de het huis van boven tot onder. En vader Groothuis witte alle muren. Zo’n jaarlijkse grote schoonmaak bestaat niet meer, zegt ‘poetsgoeroe’ Diet Groothuis.

Sterker nog: stamt je middelbare schooldiploma van na 2000 dan kán je hoogstwaarschijnlijk niet eens meer poetsen. Sinds de opkomst van het feminisme in de jaren zestig, behoort het soppen en dweilen niet meer tot prioriteiten van de meeste mensen. Bovendien hebben ouders het druk met werk of met andere dingen. En in een onderhandelingshuishouden worden kinderen niet gedwongen dingen te doen die ze niet leuk vinden. Het gezin neemt een schoonmaakhulp of accepteert een verstoft huis.

Als de kinderen gaan studeren zijn de rapen gaar. Studenten zijn vaak behoorlijk vies, zegt Groothuis, aan de keukentafel van haar (nette) huis in de buurt van Utrecht. „Uitzonderingen daar gelaten, natuurlijk.” Kort geleden constateerden verschillende GGD’s een fikse toename van het aantal schurftgevallen onder studenten. Een ziekte die alleen voorkomt als de meest simpele, hygiënische basisregels niet meer in acht worden genomen. Het probleem is dat veel jonge mensen die basisregels niet meer kennen, zegt Groothuis. Voor hen schreef ze Het Studentenpoetsboek.

Poetsgoeroe werd ze eigenlijk per ongeluk. Vijf jaar schreef ze columns over schoonmaken voor Trouw. „Het is zo’n lekker schurend onderwerp. Vrijwel niemand houdt van poetsen, iedereen krijgt er op een of andere manier mee te maken.” Ze kreeg daar bijzonder veel reacties op. Het Grote Poetsboek, dat in 2016 verscheen, is deels gebaseerd op die columns en vooral ook op de talloze tips die mensen haar stuurden.

Voor het studentenpoetsboek bezocht ze diverse studentenhuizen. Een studentenhuis kampte met een muizenplaag. „De muizenbestrijdingsdienst was al vijf keer langsgeweest”, zegt Groothuis. „Maar de muizen kwamen steeds terug. Er was wel een schoonmaakrooster, maar met twintig studenten in een huis, blijven er al snel etensresten op het aanrecht liggen of kruimels op de grond. En die kleine beestjes hebben maar weinig nodig voor een feestmaaltijd.”

Fabrikanten die op het pak schrijven dat alles bij 30 of 40 graden schoon is, liegen

Diet Groothuis

In het smerigste studentenhuis dat ze bezocht, woonden zeven roeiers. Zij maakten nooit schoon. De wc had geen deur. „Poepen werd zo een gezellige activiteit.” Er was al een hepatitis-uitbraak geweest. De jongens waren er eigenlijk best trots op de viezigheid. ‘Iedereen die hier komt wonen is een week ziek. Daarna zijn ze immuun’, vertelden ze Groothuis.

Lees ook deze next question uit ons archief: Waarom hebben we gele schoonmaakdoekjes?

Trouwens, dat de roeiers nooit schoonmaakten is niet helemaal waar. Een maal per jaar, na het kerstdiner waarna na afloop de gasten de etensresten tegen de muur mochten gooien, spoten ze het huis van boven naar beneden schoon met de brandspuit. Het afvalwater liep langs de muren en de trap naar de kelder, en daar bleef het staan.

Oké, het roeiershuishouden is extreem. Maar studentenkamers kunnen met weinig moeite veel schoner. En dan heb je gelijk de juiste schoonmaakschwung te pakken voor de rest van je leven.

Verschoon je bed elke week of twee weken

We beginnen even met de was. Schoon beddegoed en kleding houdt meteen de schurft buiten de deur. Veel mensen, en echt niet alleen studenten, wéten niet hoe ze moeten wassen, zegt Groothuis. „Ze wassen alles op 30 graden.”

Dat is vragen om ellende want de meeste bacteriën, larven en eitjes overleven een wasbeurt op 30 graden. „Wasmiddelfabrikanten die op het pak schrijven dat alles bij 30 of 40 graden schoon is, liegen”, zegt Groothuis. „Ze zeggen: ‘het pathogeenvrij maken van textiel is geen doel bij het ontwikkelen van wasmiddelen’. Maar écht schoon is het dan dus niet.”

Groothuis heeft een heilige drie-eenheid: soda, schoonmaakazijn en groene zeep

Was daarom beddengoed, handdoeken, theedoeken en vaatdoeken op zestig graden, zegt ze. „En verschoon dat bed elke week of twee weken.” Op dertig of veertig graden kun je broeken, T-shirts, sokken, hemden wassen. Wollen truien in het wolwasprogramma, met koud water.”

Een milieu-advies: gooi de droger de deur uit. Het is een ongelooflijke energieslurper en de was slijt er bovendien van. Veel beter is om de was op te hangen, als het even kan in de buitenlucht: minder kreukels, fijne geur en de wind als wasverzachter. Voor studenten op een piepklein kamertje die zelf wassen, is er een uitzondering. „Stop dan een droge handdoek bij de natte was in de droger”, zegt Groothuis. „Dan is de rest een half uur eerder droog.”

Zet een raam open

Een van de belangrijkste en makkelijkste adviezen van Groothuis is: ventileer! „De meeste huizen hebben een slecht binnenklimaat, dat versterkt wordt door steeds betere isolatie. „Je ademt behoorlijk wat vocht uit. Niet ventileren kan leiden tot luchtwegklachten. Dus zorg dat er altijd iets open staat – een bovenraampje of ventilatierooster. Als je kookt, doucht of wast, zet dan een extra raam of een deur open.”

Wat er aan schoonmaakmiddelen nodig is, Groothuis heeft een heilige drie-eenheid: soda, schoonmaakazijn en groene zeep. Daarmee kan je alle voorkomende schoonmaakklussen in huis aan, zegt ze. „Ze zijn nog gunstig voor de studentenportemonnee en minder milieuvervuilend dan die opvallende, kleurige schoonmaakmiddelen in de supermarkt.”

Met soda kan je een lekker sopje maken en zowat alles soppen. Doe dat in de juiste volgorde – dus niet beginnen met de wc. Die bril is trouwens niet het viest, dat zijn de spoelknop, de kraan, het lichtknopje en de deurkruk. En, o ja, koop geen chloor. We hebben geleerd dat chloor schoon ruikt maar het is schadelijk goor spul, alles gaat er door dood en vuil lost er niet in op.

Wil je na deze tips nog steeds niet zelf schoonmaken? Een miljoen Nederlandse huishoudens hebben een werkster. Hoe vind je een goede en wat zijn eigenlijk je plichten als ‘werkgever’?

Is ze, sinds Groothuis min of meer bij toeval, schoonmaakgoeroe werd, zélf schoner geworden? Ze vindt dat het nogal meevalt. Ze heeft haar huis ontdaan van overbodige spullen volgens de Marie Kondo-methode (een Japanse opruimgoeroe) die ze beschrijft in het Studentenpoetsboek. Per categorie - jassen, tassen, boeken - ruim je je huis op. Een opgeruimd en leger huis zorgt voor een opgeruimd hoofd.

Wel is ze alerter geworden. Toen ze op vakantie was in Gent, keek ze in een hotelkamer eerst achter alle schilderijen en werden tassen op krukjes geplaatst. „Misschien een beetje overdreven, maar ik wil geen bedwantsen of andere beestjes mee naar huis nemen.”

    • Sheila Kamerman