Opinie

    • Karin den Heijer

Nooit gemerkt dat sporters beter kunnen rekenen

Onderwijsblog Volgens een onderzoek rekenen bewegende jongeren beter. ‘Een soort Pokon voor het brein.’ Maar waarom geldt dat dan niet voor taal, vraagt wiskundeleraar Karin den Heijer zich af.

ANP Jerry Lampen

Jongeren die intensief bewegen op school, scoren hoger op rekenvaardigheid. Bij taalvaardigheid, aandacht en concentratie is dit verband er niet. Dit blijkt uit een onderzoek van Amsterdam UMC. Ik las het onder andere in het AD-artikel ‘Beter worden in rekenen en wiskunde? Ga bewegen!’.

Nooit eerder was me dit bijzondere effect opgevallen. Sommige sportieve leerlingen zijn wel beter in wiskunde, maar dan ook weer beter in taal. Anderen kunnen zich erg goed concentreren, terwijl ik ze nog nooit een balletje heb zien trappen.

De resultaten van deze literatuurstudie doen me denken aan het bevolkingsonderzoek waar mijn dochter aan deelnam. Ze werd onderzocht op haar bloed, gewicht, concentratie, eigenlijk alles. Aan het eind van de middag besprak een jonge dokter – ik denk in opleiding - de resultaten met ons. Alles was in orde, op één ding na. “Uw dochter is te zwaar”, zei hij. Mijn dochter, een lichtgewicht meisje dat bij een storm makkelijk zou wegwaaien, zat naast me. Ik begon te lachen. “Maar ze zit híér! Kíjk gewoon naar haar!” zei ik. Maar de dokter hield vol. “Sorry, maar dit zeggen de metingen.”

Thuis bekeek ik de metingen van de lengte en het gewicht van mijn dochter nog eens. Het resultaat bleek handmatig verkeerd in de grafiek gezet. Bij het interpreteren van onderzoeksresultaten is het natuurlijk niet de bedoeling dat je je gezond verstand uitschakelt.

Pokon

Terug naar het bericht: beter rekenen door bewegen. Een van de wetenschappers geeft een mogelijke verklaring: “Meer bewegen zorgt voor de aanmaak van een stofje dat meer verbindingen tussen hersencellen genereert. Een soort Pokon voor het brein.” Dat is wonderlijk. Als extra beweging geen effect heeft op taalvaardigheid, aandacht en concentratie, waarom zou dit dan wél zo zijn bij rekenvaardigheid? Hebben de onderzoekers een stofje ontdekt dat specifiek de rekenvaardigheid verbetert? Zo’n ontdekking zou in aanmerking komen voor de Nobelprijs!

Ik vroeg enkele statistici om een reactie. “Je hoeft echt geen gediplomeerd statisticus te zijn om dit onderzoek niet te willen lezen”, zei de één. “Het gaat om een heel klein effect. Statistische intimidatie is aan de orde van de dag bij dit soort flauwekulstudies”, zei de ander. Genoeg redenen dus om dit bericht met een korreltje zout te nemen. Ik zie het niet terug bij mijn leerlingen en ik vind het bovendien gewoon erg raar. Dus twijfel ik over de onderzoeksopzet en de gebruikte statistiek. Ik kan het niet genoeg herhalen: er wordt ongelooflijk veel pseudowetenschappelijke gekkigheid over leraren en leerlingen uitgestort.

Dus, leraren wiskunde en rekenen, neem de suggestie ‘lesgeven in een speeltuin’ niet al te serieus. Probeer het desnoods een keertje uit, wiskunde op de wipwap. En als de kreet “beter rekenen door meer bewegen” ertoe leidt dat kinderen meer aan sport gaan doen, dan is het onderzoek toch nuttig geweest. Want bewegen is goed. Dat weet toch iedereen!

Karin den Heijer (ir. chemie) is wiskundeleraar aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam.

    • Karin den Heijer