Recensie

Leven zonder de demping van alcohol

Erik Jan Harmens

In zijn nieuwe roman legt Harmens zijn ziel en zaligheid bloot. Zijn belangrijkste vraag daarbij is of we wel voelen of dat we het leven afraffelen.

Illustratie: Paul van der Steen

‘Ik ben Chandler, of hij is mij, alleen dan rijker, beroemder en welke vergrotende trap nog maar meer.’ Als iemand je zou vertellen dat deze zin in een literair boek staat, dan zou je geneigd zijn om te denken dat ermee gehint wordt op Raymond Chandler, de Amerikaanse schrijver van literaire misdaadromans. Maar in dit geval is dat niet zo. De hier autobiografisch formulerende Erik Jan Harmens (1970) doelt met Chandler op de Chandler uit Friends, de lachband-tv-serie uit de jaren negentig en nul over een zestal New Yorkse vrienden. Harmens is Chandler? Wat kan in vredesnaam de verbinding zijn tussen hem en dat gevatte, ironische personage?

Harmens gebruikt de vergelijking vanwege het alcoholgebruik van Matthew Perry, de acteur die Chandler speelde. Tijdens de opnames van seizoen 8 dronk Perry een liter wodka per dag en slikte hij zijn pijnstillers ‘niet per stuk, maar per strip’. Als Harmens naar seizoen 8 kijkt heeft hij te doen met die man, wiens ‘kop is opgezwollen tot ballongrootte’.

Het is al jaren geleden dat Harmens zelf zich drinkend door de dagen sleepte. De weerslag van die onstuimige, schuimende jaren viel te lezen in Hallo muur, de knarsende, indrukwekkende roman waarmee hij drie jaar geleden een groot publiek veroverde. En nu is er dan Door het licht, dat door Harmens gedefinieerd wordt als een opvolger van Hallo muur. Beide boeken maken deel uit van een heuse reeks, de zogenaamde Ware Grootte-reeks, waarvan de volgende delen in de nabije toekomst zullen verschijnen.

Noodzakelijke demper

Overzichtelijk gesteld beschrijft Harmens in Door het licht het leven ná de kruik. Alcohol was jarenlang de noodzakelijk geachte demper; nu is de tijd rijp om de werkelijkheid onder ogen te zien. Maar het licht uit de titel is niet per se iets positiefs, het leven is er de afgelopen jaren niet per se lichter op geworden. De prikkels komen tegenwoordig in al hun volle heftigheid op Harmens af. Dat leidt soms tot paniek. Vroeger zou hij een glaasje of wat achterover hebben geslagen, nu ligt hij soms overprikkeld in een hoek. Daar heeft hij op het eerste gezicht weinig voor nodig. Een logé die de laatste melk uit een opschuimer schraapt drijft hem al tot wanhoop.

Heden nuchter en desondanks verzenuwd tot op het bot: hier moet meer aan de hand zijn. En dat is ook het geval, waarschijnlijk dan, want Harmens maakt herhaaldelijk duidelijk dat hij misschien wel onder dezelfde kwaal gebukt gaat als zijn zoon en zijn grootvader. Een officiële diagnose moet nog gesteld worden en Harmens geeft het beestje dus nog maar geen naam. Maar het begint met een a. Hiermee is Door het licht op slag niet alleen een opvolger van Hallo muur, maar ook van Pauwl (2017), de roman waarvoor Harmens zich inleefde in het bewustzijn van een autistische jongen.

Het belangrijkste kenmerk van Door het licht is de enorme broosheid. In hoofdstukken die zich beter laten omschrijven als bekentenissen dan als verhalende onderdelen legt Harmens zijn ziel en zaligheid open en bloot op tafel. We lezen over de breekbare liedjes waar hij nu de voorkeur aan geeft (heftige nummers zijn als geschraap in een melkopschuimer) en de ontmoeting met een vrouw die uitgroeit tot zijn geliefde en de doorslaggevende factor is in wat ik hier maar even zijn ontdooiing zal noemen, het herstel van een emotionele band met de wereld. Een belangrijke kwaliteit van Door het licht is deze kwetsbare aanname dat andere mensen, de gelukkigen die er geen alcoholverslaving op nahouden, dit sowieso hebben. Dat is confronterend zoals Hallo muur je confronteerde met je eigen alcoholgebruik: welke drinkautomatismen zaten in ons en wilden we liever niet zien? Nu luidt de vraag: voelen we wel? Of raffelen we het leven zo’n beetje af? ‘You say that emotions are overrated’, zei Mick Boyle in Paolo Sorrentino’s film Youth. ‘But that’s bullshit. Emotions are all we’ve got.’ Harmens splitst je iets vergelijkbaars in de maag. ‘Als dit boek ergens over gaat, gaat het over voelen.’ En iets minder denken a.u.b. ‘Dat het iets minder vol is daarboven: geen Bangkok of Bombay, maar Beetsterzwaag of Benthuizen.’

Dat wil niet zeggen dat het een zoet boek is geworden. Niet alleen wordt het spirituele boek gehekeld (of om precies te zijn, ‘spirituele mensen’), maar is er ook geregeld sprake van geweldsfantasieën. De drang is er ‘om iemands kaak te verbrijzelen’. Gek ook, vindt Harmens, dat het zo weinig gebeurt dat iemand de straat op gaat en op iemand insteekt. Hij verbaast zich over de kalmte van mensen, over de controle.

Sixpackje bier

Door het licht is een opener boek dan Hallo muur; analytischer en constaterender. Voor wat het boek ‘is’, om maar even een dominant werkwoord uit Harmens’ tekst te gebruiken, pakt dat over de hele linie niet helemaal goed uit. De aantrekkelijkheid van een verhaal wordt goeddeels bepaald door de mate waarin het suggestief is, waarin het je hersenen aan het werk zet omdat je niet helemaal weet wat je leest. Bij Hallo muur vroeg je je bijvoorbeeld steeds af wat er toch met die verteller aan de hand was, dat hij zo en zo reageerde. Neem de scène waarin een vriend die net een nieuw sixpackje bier is gaan halen onder de bus komt. De verteller ziet het gebeuren, maar helpt zijn vriend niet. Hij kruipt even later zelfs achter een bank als de hulpdiensten verschijnen. En jij, lezer, maar puzzelen, ten prooi aan dit in technische zin retorische effect. In Door het licht legt Harmens klip en klaar uit hoe het zit. Als A gebeurt, dan doe ik B. En jij, lezer, maar fronsen. Soms. Maar die handeling is toch net wat minder prikkelend dan denken.

    • Sebastiaan Kort