Opinie

    • Joyce Roodnat

Godinnen van de mooie armen

Joyce Roodnat

Antonio Canova: De drie gratiën (1813-1816), detail. Foto Erik van Zuylen

Aan Ulysses was ik nooit begonnen. De faam van dat boek sloeg me lam. Het is het meesterwerk der meesterwerken. Een gedachtenstroom vol associaties en verwijzingen, uit 1922. Hoe ging ik dat ooit begrijpen? En dan ruist een BBC-podcast mijn oren in, In our Time. Daar besteden ze telkens een uur aan elk denkbaar onderwerp, van de ‘Gin Craze’ die 18de-eeuws Engeland op sap zette (met dank aan William of Orange!), tot Ulysses van James Joyce, ‘the greatest example of literary modernism’. Drie hoogleraren praten erover. Ze leggen niks uit, ze vertellen wat ze meemaakten bij het lezen van Ulysses en dat is veel en hersen-en-hart-verlichtend. Moeilijk? Onbegrijpelijk? Gooi je d’r maar in, suggereren ze, dan zwem je vanzelf.

Ik doe dat. Het werkt. Ulysses is stapelmesjokke en verwarrend en zo mooi. Ik begin niet bij het begin (hoeft niet, zeiden ze) maar met ‘episode 8’, die gaat over eten. ‘Mr Bloom’ wandelt met knorrende maag door Dublin. Ik zit in zijn hoofd en huppel mee met zijn gedachten. Hij is op weg naar de National Library, hij ziet de ronde hal al voor zich, met de witte beelden: „naakte godinnen”. En hij denkt: „Zij hebben geen. Nooit gekeken. ’k Zal vandaag eens kijken. […] Me voorover buigen iets laten vallen. Kijken of ze”. [Vert. Paul Claes].

Kijken of ze wat?

Nou, of die beelden een anus hebben. Een grappige gedachte, waard om uit te voeren. Ik ga naar de Hermitage in Amsterdam, naar Classic Beauties, de tentoonstelling met een zaal vol marmeren, naakte godinnen. Niet van de oude Grieken maar van de neoclassicist Canova. Ze zijn adembenemend, vooral zijn ‘Drie Gratiën’ (1813-1816). Canova negeerde de traditie van de drie mooiste godinnen in concurrentie. Bij hem zijn ze een drie-eenheid, verstrengeld in een drievuldige omhelzing. Razend en nieuwsgierig tasten ze naar elkaars schoonheid. Hun armen verdringen elkaar om schouders en ruggen, het beeld wervelt in een bevroren beweging. Alhoewel, bevroren? Ik voel hitte, ik zie gestolde lichaamswarmte.

’s Avonds ga ik naar de bioscoop, voor de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami. De zangeres is haar stem plus haar lichaam, die zijn even belangrijk. Soms loopt ze naakt het beeld in, dat valt nauwelijks op, het is een variatie van outfit. Op het podium zingt en danst ze in poses. Verstilde bewegingen, maar niet bevroren. Grace Jones vlamt.

Maar die anus? Ik was zo onder de indruk van Canova dat ik vergat te kijken. Mr Bloom niet, die wordt gezien terwijl hij de „mediale gleuf” van Venus Kallipyge bestudeert. En? Wordt hij opgejut tot het „het spel van lachen en liggen”? Is een naakte sculptuur sexy? Ja. Nee. Het is er te opwindend voor.

    • Joyce Roodnat