Opinie

    • Ellen Deckwitz

Enkelvoudiger

Het is weer zomer en dat betekent dat alle relaties om mij heen harder ontploffen dan een bak mais in een nucleaire reactor. Omdat ik goed kan luisteren maar vooral slecht ben in nee zeggen, heb ik de afgelopen weken bijna elke avond een verdrietige vriend of kennis over de vloer. Ze doen hun verhaal, ik geef ze wat vitaminepreparaten en we maken een afspraak voor een vervolgsessie. Mijn oren vallen niet aan te slepen: elke week komt er wel een relatiebreuk bij. Op een zeker moment waren mijn trommelvliezen beurs van alle jeremiades, en kroop ik uit gehoorbescherming veilig bij mijn zus op de bank.

„Nou ja, je krijgt er wel betere vrienden voor terug”, zei mijn zus terwijl ze mijn hoofd streelde en er af en toe een grijze haar uittrok.

„Omdat ze plots meer tijd voor me hebben?”

„Nee, omdat je als single nou eenmaal een veelzijdiger mens bent. Iedereen gaat opeens weer keihard zichzelf ontplooien, grijpt terug op de hobby’s die ze opgaven omdat hun ex ze afkeurde, worden nieuwsgieriger naar de buitenwereld, gaan op een soort ontdekkingsreis. Een bepaalde kant wordt niet meer afgeremd door de relatie.”

Ze blies over haar thee.

„Je hebt opeens tijd over, moet jezelf opnieuw uitvinden, hebt hele avonden te vullen. Ik ken er zoveel die dan opeens onvermoede talenten bleken te bezitten: neef Lars die opeens geweldig banjo speelde, tante Marushka die een wandkledenreeks naaide over het leven van Mozes, buurman Jan die opeens een vurige kanariefokker werd. Je moet toch wat. En al die ontplooiing wordt met een beetje mazzel uiteindelijk iets waar nieuwe partners door worden aangetrokken.”

Plots trekt ze bleek weg.

‘Jeminiee”, fluistert ze, „dat is eigenlijk supertragisch. De dingen die we als vrijgezel doen om de tijd te doden, zijn ook de dingen waardoor anderen verliefd op ons worden. Waarvoor we als we weer in een relatie zitten, meestal geen tijd meer hebben. Waar de ander verliefd op werd, verdwijnt! Wat resteert is een enkelvoudiger versie van de persoon voor wie je eens viel.”

„Dus eigenlijk zijn mensen het leukst als ze single zijn?”

„Tot ze weer talloze kanten van zichzelf uit gaan vlakken om maar bij de ander te passen. Tot ze uiteindelijk weer uitdoven”, zegt mijn zus peinzend.

„Maar goed”, probeer ik, „is uitdoving dan zo slecht? Het boeddhisme prijst dat echt al een tijd aan. Dan moet het ergens toch wel rendabel zijn.”

„Misschien voor de partner, maar echt niet voor de rest van de mensheid.” Ze is even stil en zegt dan: „Fuck dat nirvana.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz